Aan de vooravond van een hongersnood die aan vijf miljoen Russen het leven zou kosten, opende in januari 1921 in de hoofdstad van de nagelnieuwe Sovjetrepubliek het Moscow State Jewish Theatre zijn deuren. Onder het acroniem GOSET werd het een begrip en verzamelplaats voor acteurs, regisseurs en kunst...

Aan de vooravond van een hongersnood die aan vijf miljoen Russen het leven zou kosten, opende in januari 1921 in de hoofdstad van de nagelnieuwe Sovjetrepubliek het Moscow State Jewish Theatre zijn deuren. Onder het acroniem GOSET werd het een begrip en verzamelplaats voor acteurs, regisseurs en kunstenaars die hun Joodse cultuur aan de Europese avant-garde uithuwelijkten en in de jaren twintig van de vorige eeuw ook het oude continent in vervoering brachten. Tegen het einde van het decennium waren zowel artistiek leider Alexis Granowski als kunstenaar Marc Chagall, die het ongenoegen van Jozef Stalin correct hadden ingeschat, naar het Westen gevlucht. De nieuwe artistieke leider Solomon Michoëls bleef ondanks het opgelegde socialistisch realisme kritiek uiten op het bewind, tot het theater in 1936 gedwongen werd zich te beperken tot 'realistische portretten van de Joodse geschiedenis en folklore'. Hoewel Michoëls tijdens de Tweede Wereldoorlog nog hand-en-spandiensten voor het regime verrichtte, was hij in het antisemitische klimaat dat nadien ook in de Sovjet-Unie de kop opstak, een vogel voor de kat. In januari 1948 werd hij vermoord. In 1949 sloot het theater zijn deuren. Op 12 augustus 1952 stierven nog eens dertien Joodse artiesten, onder wie Michoëls' opvolger Benjamin Zuskin, tijdens de Nacht van de Vermoorde Dichters. En in 2019 draaide Frans Weisz Het vermoorde theater, dat zowel om politieke, geschiedkundige als culturele redenen niet te missen is.