Deze week is het precies veertig jaar geleden dat amateurfilmer Abraham Zapruder als enige de moord op JFK registreerde. Historiek van de beroemdste beelden aller tijden.

Histories brengt de documentaire ‘De president is neergeschoten’ van Gerardine Wurzburg (winnares van de Academy Award) en CNN Donderdag 20 november om 21u. op Canvas

Wanneer Abraham Zapruder op 22 november 1963 om halfeen zijn Bell & Howell 8mm-camera ontspant, weet hij niet dat hij even later de belangrijkste film uit de geschiedenis zal draaien. ‘Ze hebben hem vermoord!’ roept hij driemaal tot zijn secretaresse als hij zijn camera weer laat zakken. Anderhalf uur later vertelt hij op WFAA-TV, een dochterstation van ABC: ‘Ik hoorde een schot, en hij zakte zijwaarts ineen. Dan hoorde ik weer één of twee schoten, ik weet het niet juist, en ik zag zijn hoofd zo goed als openbarsten, één en al bloed, en ik bleef verder filmen. Dat is het zowat, ik ben er ziek van…’

Abraham Zapruder zal steeds ziek worden als hij zich die fatale 10 seconden voor de geest haalt waarin John Fitzgerald Kennedy, de 35e president van de VS, met een paar schoten wordt afgemaakt. Na het bekijken van zijn film kan hij geen enkel journaalverslag over Kennedy meer aanschouwen. De zogeheten Zapruder-film wordt echter a legend in the making en het enige tastbare bewijsmateriaal bij alle officiële versies, samenzweringstheorieën en paranoïde onzin over JFK.

Zijn verhaal begint in november 1962, wanneer Zapruder in de Peacock Jewelry Company in Elm Street een dubbel-8mm-camera koopt, een Bell & Howell Model 414PD Zoomatic Director Series met een Varamat 9-27mm-zoomlens. Flash-forward naar een jaartje later.

NOVEMBER 1963

22/11

08.00: Zapruder komt aan in zijn vrouwenklerenzaak Jennifer Juniors, met het voornemen zijn idool JFK, die vandaag Dallas bezoekt, te filmen. Als blijkt dat hij zijn camera vergeten heeft, laat hij het plan echter varen. Maar secretaresse Marilyn Sitzman overtuigt ‘Mr. Z’ ervan terug naar huis te rijden. 11.30: Zapruder is terug op kantoor, mét een geladen camera. Vergezeld van Sitzman, bediende Beatrice Hester en haar echtgenoot begeeft hij zich naar een grasrijk heuveltje – The Grassy Knoll – niet meer dan een block verwijderd van zijn zaak. Hij zoekt een goede plaats om te filmen en vindt die op een hoge betonnen blok bij Dealey Plaza, op 20m van het centrum van Elm Street. Daar wacht hij op het presidentiële gezelschap, terwijl Sitzman hem om zijn middel vasthoudt voor het geval zijn hoogtevrees hem parten zou spelen. 12.30: Zapruder filmt (niet al te best) de open auto van de president wanneer die Elm Street indraait en volgt met een panbeweging van 180° de voorbijrijdende limousine terwijl JFK’s hoofd aan flarden wordt geschoten. 14.10: Zapruder verschijnt live op ABC-dochterstation WFAA-TV en doet zijn verhaal bij programmadirecteur Jay Watson. Zakenpartner Schwartz kijkt opzij toe, camera met film in de hand. 16.00: De film wordt ontwikkeld door Kodak. Zapruder, Schwartz en enkele inspecteurs bekijken hem één keer. 23.00: Richard Stolley, redacteur van het Pacific Bureau van LIFE magazine in Los Angeles, belt een volkomen uit zijn lood geslagen Zapruder thuis op en vraagt of hij de film meteen kan zien. Het antwoord is nee. Wanneer hij aandringt, krijgt hij een afspraak voor de volgende ochtend.

23/11

Zapruder hangt om 09.00 in een vertrekje van zijn zaak een scherm op, haalt een krakkemikkige projector boven en vertoont de film voor Stolley en enkele agenten van de Secret Service. Stolley zegt dat LIFE wellicht tot 15.000 dollar wil betalen voor de publicatierechten op de fotogrammen, waar Mr. Z geen vrede mee neemt. Uiteindelijk vertrekt Stolley met het origineel en één kopie, na een schriftelijke overeenkomst over de beta- ling van 50.000 dollar en de belofte tot bescherming van de film tegen misbruik.

24/11

LIFE-uitgever C.D. Jackson bekijkt de kopie in New York, is dermate onthutst door het hoofdschot dat hij Stolley de opdracht geeft de overblijvende tv- en filmrechten te kopen voor zo’n 150.000 dollar plus royalty’s.

29/11

LIFE publiceert 31 zwart-witafdrukken van 8mm-frames in zijn inderhaast herwerkte wekelijkse nummer, en drukt er nog eens negen in kleur af in een speciaal herdenkingsnummer. De beslissing om niet alles te tonen is een eerste blunder die de sluizen opent naar de wildste samenzweringstheorieën. JFK-opvolger LBJ (Lyndon B. Johnson) vaardigt Executive Order No. 11130 uit, die de ‘Warren Commission’ opricht, een tweede stap in de controverse en het eerste mikpunt van de conspiracy nuts.

1964-1969

Na onderzoek van de film is het eindverslag van de Commissie op 24 september ’64 eenduidig: ‘… on the basis of the evidence presented to the Commission [Lee Harvey] Oswald acted alone.’ Bevindingen die op veel scepsis worden onthaald en de schier eindeloze JFK-literatuur (waarin zelfs de authenticiteit van de Zapruder-film wordt aangevochten) in gang zetten. LIFE aarzelt, maar stelt op 25 november ’66 dan toch het Warren Report in vraag met de titel: ‘ Did Oswald Act Alone? A Matter of Reasonable Doubt‘. De zwarte omslag toont frame 230 van de Zapruder-film. Twee jaar later, als in februari ’68 Zapruder voor het laatst wordt uitbetaald, vraagt LIFE aan een foto- en filmlab uit New Jersey, Technical Animations, een 35mm-kopie te maken van het origineel. Werknemer Robert Groden ontvreemdt echter een afgewezen kopie en experimenteert zes jaar lang met een optische printer om uiteindelijk een superieure, scherpe kopie te maken. In februari ’69 gaat LIFE in op een dagvaarding van aanklager Jim Garrison om de film vrij te geven voor vertoning op het proces van Clay Shaw in New Orleans, dat een samenzwering tegen Kennedy probeert bloot te leggen. In die periode wordt de film veelvuldig gekopieerd. Barslechte bootlegversies, zelfs doorsneden met porno, verspreiden zich over het land.

DE JAREN ZEVENTIG

Het decennium waarin de Warren- Commissie het echt hard te verduren krijgt, begint met de dood van Zapruder op 30 augustus 1970. Op 31 januari 1975 vertoont Robert Groden voor het eerst zijn opgepoetste film op een conferentie in Boston, gesponsord door het Assassination Information Bureau dat de samenzweringstheorie aanhoudt. De opschudding is groot. Het AIB begint een lezingenreeks met de film, die 3 jaar lang voor 600 uitverkochte zalen in 45 staten speelt. Voor 30 dollar kan je zelfs een kopie kopen mét een set van dia’s. Op 6 maart overtuigt Geraldo Rivera ABC om Grodens versie van de film te tonen tijdens zijn wekelijkse talkshow ‘ Good Night America‘. Voor het eerst ziet ook het grote publiek de bewegende beelden van het nationale trauma.

Time-LIFE beseft het hopeloze van zijn copyright-houderschap en verkoopt op 9 april dan maar de rechten voor 1 dollar terug aan de Zapruders. De spanning stijgt en op 15 april bekijkt Congreslid Thomas Downing uit Virginia Grodens kopie. Twee dagen later dient hij een wetsvoorstel in dat 17 maanden later tot de oprichting van een House Select Committee on Assassinations leidt. Het HSCA onderzoekt opnieuw de moorden op JFK en MLK (Martin Luther King Jr.). Zijn bewijsploeg zwoegt met 20 externe teams op het onderzoek van de Zapruder-film en gebruikt daarbij zelfs digitale technieken. De einduitspraak in ’79 spreekt de Warren-Commissie tegen: ‘ the Committee believes, on the basis of evidence available to it, that President John F. Kennedy was probably assassinated as a result of a conspiracy.’

DE JAREN TACHTIG

Het grootste deel van de jaren ’80 – Ronnie Reagans jaren! – lijkt te worden ingenomen door bitse duels tussen voorstanders van vrij gebruik van de film en de Zapruder-erfgenamen. Gerard Selby Jr. vervolgt op 10 oktober 1988 Henry Zapruder, een fiscaal advocaat, omdat hij de rechten van de film verkoopt terwijl er op zo’n historisch document geen enkel copyright zou mogen bestaan. Zapruder repliceert dat de familie enkel rekeningen presenteert als blijkt dat de aanvragers op commercieel gewin uit zijn. Selby’s docu Reason- able Doubt wordt door Discovery Channel aangekocht voor 10.000 dollar en is dus overduidelijk commercieel van opzet, maar het vrij gebruik van de film in de docu kan niet worden verhinderd.

DE JAREN NEGENTIG

Op 20 december 1991 komt Oliver Stone’s JFK in de bioscoop, een briljant gemaakte, maar obscuur gemotiveerde reconstructie (mét Zapruder-beelden) van Jim Garrisons onderzoek. Publieke verontwaardiging over het zwijgen van de overheid leidt het Congres ertoe in 1992 een wet – de JFK Act – aan te nemen die voorziet in de oprichting van de Assassination Records Review Board. Op 24 april ’97 beslist die de Zapruder-film in beslag te laten nemen als een moordaanslaggetuigenis, in ruil voor een eerlijke compensatie. Er rijzen echter problemen als schatters de waarde van de film op ettelijke miljoenen dollars ramen. Het wordt even stil, tot MPI Home Video op 13 juli ’98 in samenspraak met de familie de film als documentaire uitbrengt in gerestaureerde en digitale vorm (u kunt hem op dvd bestellen!). Een jaar later, op 3 augustus ’99, wijst een speciaal arbitragecomité van het ministerie van Justitie de familie Zapruder dan toch 16 miljoen dollar plus interest toe en belandt het origineel in de National Archives. Op 30 december ’99 doen de Zapruders afstand van hun eigendom en schenken de rechten aan The Sixth Floor Museum van Dealey Plaza.

Intussen heeft de Zapruderfilm een mythische status gekregen die ook nieuwe generaties blijft fascineren en op alle mogelijke manieren wordt gerecupereerd. Zo vinden sommige lieden dat het om de ultieme snuff movie gaat, terwijl het volgens filmpuristen om de meest extreme illustratie gaat van de essentie van film: de camera aanzetten op het juiste moment, op de juiste plaats. Waardoor een barslecht amateurfilmpje inderdaad kon uitgroeien tot de boeiendste, beroemdste en belangrijkste film aller tijden.

Door Jo Smets

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content