Het Rode Korenveld (Red Sorghum) (1987)

FILM: *** EXTRA'S: 0 (A-FILM)
...

FILM: *** EXTRA'S: 0 (A-FILM) Het eerste beeld in de eerste film die Zhang Yimou regisseerde, is een close-up van Gong Li die in de camera staart. Het is meteen raak: a star is born. Li was 21 en studente aan de toneelschool van Beijing toen ze door Zhang werd gekozen om de hoofdrol te spelen in Het Rode Korenveld. Geprezen door kritiek en publiek, bejubeld in China en in het Westen, winnaar van de Gouden Beer op het filmfestival van Berlijn, werd Het Rode Korenveld het paradepaardje van de nieuwe Chinese cinema. Het betekende ook de doorbraak van de zogeheten Vijfde Generatie, de eerste lichting van de afgestudeerden van de Filmacademie van Beijing sinds de Culturele Revolutie. Met naast Zhang Yimou, Chen Kaige (wiens eerste twee films, Yellow Earth en The Big Parade Zhang fotografeerde) en Tian Zhuangzhuang als beste leerlingen van de klas. Bovenal lanceerde Het Rode Korenveld Zhang Yimou en Gong Li als het glamourpaar van de Aziatische cinema. Sinds Josef Von Sternberg in de jaren dertig Marlene Dietrich geschapen had, was er zelden nog zo'n sensuele en exotische band te zien tussen een regisseur en zijn steractrice. Terwijl hij zelf evolueerde van geboycot cineast tot hofkunstenaar (zo mocht hij de propagandafilms maken waarmee Peking de Olympische Spelen van 2008 en Shanghai de Wereldtentoonstelling van 2010 binnenhaalden) liet Zhang zijn muze in zeven films allerlei metamorfoses ondergaan: overspelige vrouw in Ju-Dou (1989), concubine in Raise the Red Lantern (1991), boerin in The Story of Qui Ju (1992) en nachtclubzangeres in hun afscheidsfilm Shanghai Triad (1995). Hoezeer ze ook verankerd zijn in de Chinese geschiedenis, toch lijken de films van Zhang en Gong Li vaak op oosterse versies van melodrama's die ze nu niet meer durven te maken in Hollywood (ze hebben er trouwens ook de actrices niet meer voor). Zo is Het Rode Korenveld helemaal opgehangen aan een ingetogen romantische heldin die evolueert van lijdzame onderdrukking tot tragische opoffering. Gong Li speelt een jonge vrouw die voor de prijs van een ezel wordt verkocht aan een oudere, welgestelde lepralijder. In de beginscènes wordt ze in een draagstoel naar haar nieuwe echtgenoot gebracht en barst ze nog in tranen uit omdat de dragers, geërgerd door haar stilzwijgen, haar flink door elkaar schudden en obscene liedjes scanderen. Maar lang blijft ze niet bij de pakken zitten. Als haar echtgenoot in raadselachtige omstandigheden wordt vermoord, neemt ze zijn wijnstokerij over. Met de drager die haar ontmaagde, is Gong Li intussen in een ingewikkelde hofmakerij gewikkeld die soms meer op een strijdkamp lijkt, maar uiteindelijk trouwen ze en krijgen ze een zoontje. De vrolijk boertige toon (zo urineert de man in de wijnvaten, een provocatie die echter onverwacht een grand cru oplevert) verandert radicaal met de inval van de Japanners. Als reactie tegen hun barbaarse wreedheden (enkele boeren worden verplicht om opstandelingen levend te villen), organiseert ze een stuntelige vergeldingsoperatie. Wat de vrouw met de dood bekoopt: doorzeefd door een regen van kogels gaat ze in slowmotion de legende in. Zodat haar kleinzoon off screen de kroniek van het leven van zijn opmerkelijke grootmoeder kan vertellen. Het harde leven van boeren en wijnbouwers in een afgelegen Chinese provincie in de jaren twintig en dertig is gesneden koek voor saaie neorealistische soberheid, maar dat is precies wat Zhang radicaal uit de weg gaat. De gewezen cameraman vult zijn voluptueuze Cinemascope-beelden met rijkelijke composities en brengt de vitale en weerbarstige Chinese plattelandscultuur vlammend tot leven in een symfonie van vuurrode hemels en gele velden van wuivend graan. En in de finale ook een slagveld van bloed en rode gerstwijn. Patrick Duynslaegher