La Raison du Plus Faible - de nieuwste film van de Waalse acteur, scenarist en regisseur Lucas Belvaux - speelt zich af te midden van de postindustriële ruïnes van Seraing. Het verhaal over een stel gefrustreerde werkloze arbeiders die hun toevlucht zoeken tot de criminaliteit, dong afgelopen mei in Cannes nog mee naar de Gouden Palm. Toch heeft Belvaux, die vier jaar geleden internationaal doorbrak met de hoogst originele filmtrilogie Cavale, Un Couple Epatant en Après la Vie - drie onderling verbonden films in drie totaal verschillende genres - véél minder gemeen met de gebroeders Dardenne dan u na het lezen van voorgaande zin zou vermoeden. In tegenstelling tot de Dardennes doorspekt Belvaux zijn working class-drama met flink wat humor, ook al is die vaak zo zwart als de loodsen van Cockerill. Ook hun inspiratiebronnen lopen fel uiteen, waarbij Belvaux vooral put uit Amerikaanse genre-cinema terwijl de Dardennes aanleunen bij de neorealistische school. En waar de Dardennes vorig jaar triomfeerden in Cannes en overladen werden met superlatieven, botste Belvaux er enkele maanden geleden op minstens evenveel venijnige als positieve reacties. 'Ergens had ik dat ook verwacht', zegt de regisserende karakteracteur. 'Mijn film laat zich moeilijk een etiket opkleven, stelt het kapitalisme in vraag en kiest de kant van de onderklasse. De liberalen, conservatieven en Amerikanen had ik dus sowieso al tegen.'

Dat geldt toch ook voor de Dardennes?

Lucas Belvaux: Het ligt toch anders. Mijn film gaat over arbeiders - gewone, herkenbare types - die wraak nemen op het systeem, en bovendien is het geen uitgesproken sociaal drama, wat bij de Dardennes wél het geval is. Het is opvallend: enkel in de conservatieve en Amerikaanse bladen kreeg ik negatieve, vaak zelfs bitsige recensies, terwijl de meeste Europese critici erg lovend waren. Vandaar dat ik vermoed dat nogal wat mensen gewoon struikelen over de geëngageerde, rebelse teneur van de film en de dubbelzinnige moraal. Het is een film die je dwingt om politiek kleur te bekennen en dat hebben de Amerikanen kennelijk niet graag.

Het verhaal is vaagweg gebaseerd op ware feiten, las ik. Hoe vaag en hoe waar?

Belvaux: De eindscène, waarin je het personage dat ik zelf vertolk bankbiljetten vanuit dat door de flikken omsingelde appartement naar beneden ziet gooien: dat is gebaseerd op een artikel dat ik enkele jaren geleden in de krant las, en dat aan de basis ligt van mijn scenario. Alleen ging het in het echt niet om een werkloze arbeider, maar om een echte gangster. En dat vond ik niet zo interessant. Ik wilde liever een origineel, als thriller of film noir verpakt sociaal drama maken over échte mensen met échte problemen in plaats van de zoveelste misdaadfilm.

De stijl is dan ook opvallend. Waar de meeste sociale drama's vanuit de hand worden gefilmd, kies jij voor een heel gestileerde aanpak, met lange travellings en een uitgepuurde montage.

Belvaux: Ik hou niet van al die nerveuze, Dogma-achtige films. Er zitten ongetwijfeld goeie tussen, maar ik ben nu eenmaal opgevoed met oude of Amerikaanse cinema. Vandaar dat ik liever een klassieke mise-en-scène hanteer, hopelijk een beetje in de stijl van Don Siegel, Sidney Lumet of Jean-Pierre Melville. Bovendien vind ik het onzin dat films over grauwe onderwerpen er zelf ook grauw moeten uitzien. Het komt er gewoon op aan om de best mogelijke film te maken en de shots te kiezen in functie van datgene wat je duidelijk wil maken.

En dat is?

Belvaux: Dat de manier waarop de economie wordt geleid tot onmenselijke toestanden en uitbuiting leidt. Er is een kleine elite die al generaties lang de macht in handen heeft en een anonieme massa die wordt ingezet om de behoeftes te bevredigen van diezelfde elite. Het is een parasitair kastensysteem dat blijkbaar niet kan worden doorbroken. Vandaar dat de arbeiders uit mijn film geen andere uitweg zien dan de criminaliteit en besluiten om een overval te plegen, al is dat natuurlijk niet de oplossing - zoals ze zelf gauw genoeg aan den lijve ondervinden.

Wat dan wel? De klassenstrijd, het rode boekje, kolchozen?

Belvaux:(lacht) Ik steek niet onder stoelen of banken dat ik politiek in de linkerhoek zit, maar dat maakt van mij nog geen radicale revolutionair. Ik stel alleen vast dat het kapitalisme niet werkt voor het gros van de wereldbevolking, en laat je niks wijsmaken door lui die het tegengestelde beweren. Dat Luik een sociaal rampgebied is geworden, komt doordat er in ontwikkelingslanden goedkopere werkkrachten voor de staalindustrie konden worden gevonden. 'Da's toch goed voor die arme landen', hoor je de globalisten dan vaak opmerken, maar ook dat is bullshit. Zodra er elders nog goedkopere werkkrachten gevonden worden, worden ook die landen weer in de steek gelaten. Niks structurele investering of ontwikkeling dus, maar gewoon keihard opportunisme. Dat de klassenmaatschappij niet meer bestaat - zoals je sommige politici vaak hoort beweren - is je reinste quatsch. Haal ze uit hun luxevilla's en zet ze op de trein richting Seraing. Hun ogen zullen wel opengaan.

Wat moet er dan gebeuren?

Belvaux: Da's een discussie waar we jaren kunnen over lullen, maar goeie arbeidsvoorwaarden, goed onderwijs voor iedereen, meer gelijkwaardige lonen en een sterk sociaal vangnet lijken me alvast minimumvoorwaarden. En wat Wallonië betreft zou het ook nuttig zijn om de politieke dynastieën te doorbreken. Ik ben zelf links én een Waal, maar vijftig jaar lang dezelfde partij en dezelfde mandatarissen aan de macht laten, werkt het cliëntelisme en de gemakzucht natuurlijk in de hand.

Dreig je geen stereotiep beeld te schetsen van Wallonië door nog maar eens in te zoomen op de lokale miserie?

Belvaux: Ben je onlangs nog in Seraing geweest? Ik zeg niet dat er straks kannibalisme gaat uitbreken, maar dertig tot veertig procent zit er nog altijd zonder werk. Wat de Dardennes en ik tonen, is helaas geen sciencefiction. En het doet ook niet zoveel ter zake waar de film zich afspeelt: de sociale problemen die ik aankaart, vind je elders ook. Zelfs in Vlaanderen.

Door Dave Mestdach l FOTO PIET GOETHALS