Als een presentator de start van zijn eigen programma vergelijkt met het moment waarop Julius Caeser de Rubicon overstak, kun je als kijker maar beter op je hoede zijn. Behalve als die presentator Wim Helsen heet en er aan de andere kant van de Rubicon een gezette vijftiger zit, met op het tafeltje voor hem een kip. Om maar te zeggen: in Het Programma van Wim Helsen is alles mogelijk. Iedereen kan zich via de website aanmelden als potentiële praatgast en de kijkers beslissen wie er in één kamertje mag gaan zitten met de presentator. Helsen, die vooraf niet weet wie hij tegenover zich zal krijgen, loopt iedere week netjes ...

Als een presentator de start van zijn eigen programma vergelijkt met het moment waarop Julius Caeser de Rubicon overstak, kun je als kijker maar beter op je hoede zijn. Behalve als die presentator Wim Helsen heet en er aan de andere kant van de Rubicon een gezette vijftiger zit, met op het tafeltje voor hem een kip. Om maar te zeggen: in Het Programma van Wim Helsen is alles mogelijk. Iedereen kan zich via de website aanmelden als potentiële praatgast en de kijkers beslissen wie er in één kamertje mag gaan zitten met de presentator. Helsen, die vooraf niet weet wie hij tegenover zich zal krijgen, loopt iedere week netjes de vijf kamertjes af en probeert er het beste van te maken. En toen hij in de eerste aflevering deur nummer 1 opentrok - en dus naar eigen zeggen de Rubicon overstak - zat daar een vertegenwoordiger van kwekers van sierpluimvee, die in zijn tas een exemplaar van het Antwerps baardje had meegebracht. Toen Helsen aan de vogelliefhebber vroeg waarom hij zich had ingeschreven, was het antwoord simpel: om leden aan te trekken voor zijn vereniging. En dat gold voor alle praatgasten in de eerste aflevering: ze waren allemaal naar de studio afgezakt om reclame te maken. Het leukste aan Het Programma van Wim Helsen was dan ook om te zien hoe de presentator hen op subtiele wijze stokken in de wielen stak. De kweker moest zich bijvoorbeeld eerst een hoop grapjes over zijn Poolse afkomst laten welgevallen, en toen hij er eindelijk toe was gekomen om het doel van zijn vereniging uit te leggen, vroeg Helsen hem doodleuk: 'En als mensen met een gewone kip naar de vergadering komen, worden die dan gepest?' Hij kwam er echter nog goed van af. Drie jongemannen die zich hadden uitgedost als levende standbeelden, konden op wel erg weinig sympathie rekenen. Zodra Helsen het kamertje binnenstapte, liet hij duidelijk merken dat de nobele kunst die het trio in zijn vrije tijd beoefent hem gestolen kan worden. En toen het opperstandbeeld hem vroeg of hij een groots evenement op de Grote Markt van Sint- Niklaas wou komen presenteren, kreeg hij van Helsen een afgemeten 'Neen'. Het mooiste moment in Het Programma van Wim Helsen was echter helemaal niet grappig, en op een vreemde manier weer wel. In een van de kamertjes zat een man ('een lange zwik-zwak', aldus Helsen bij de begroeting) die zich bezighoudt met palliatieve zorgen, met voor hem een ziekenbed. Het duurde niet lang vooraleer Helsen in dat bed kroop en samen met de verzorger overliep wat er allemaal zou gebeuren tijdens zijn laatste uren, doodsreutels inbegrepen. Het was Helsen op zijn best: scherp, grappig en toch ook een klein beetje verontrustend. Niet alles was even sterk in de eerste aflevering. De intermezzo's waarin de komiek het gesprekje met zijn vorige gast evalueerde met copresentatrice Sien Eggers alvorens de volgende kamer binnen te stappen, waren redelijk nietszeggend. En de interactie met het publiek bleef zo tot een minimum beperkt dat men de talkshow even goed in een lege studio had kunnen opnemen. Maar voor wie zijn humor graag subtiel en een tikkeltje stout heeft en zijn gesprekken onvoorspelbaar, moge het duidelijk zijn: bij Het Programma van Wim Helsen zijt ge de volgende weken veilig. Door Stefaan Werbrouck