Sociaal pornograaf of meedogenloze moralist? De discussie achtervolgt Ulrich Seidl al een carrière lang. Niet dat dat de controversiële Oostenrijker ooit heeft tegengehouden, integendeel. Zijn vorige fictiefilms, Hundstage (2001) en Import/Export (2007), waren al messcherpe satires op onze uitgewoonde en sensatiegeile burgermaatschappij. In Paradies, drie thematisch verbonden films over drie vrouwen die elk op hun manier het paradijselijke geluk nastreven, kijkt Seidl niet op een vleselijk taboe, sarcastische grap of gênant moment meer of minder.
...

Sociaal pornograaf of meedogenloze moralist? De discussie achtervolgt Ulrich Seidl al een carrière lang. Niet dat dat de controversiële Oostenrijker ooit heeft tegengehouden, integendeel. Zijn vorige fictiefilms, Hundstage (2001) en Import/Export (2007), waren al messcherpe satires op onze uitgewoonde en sensatiegeile burgermaatschappij. In Paradies, drie thematisch verbonden films over drie vrouwen die elk op hun manier het paradijselijke geluk nastreven, kijkt Seidl niet op een vleselijk taboe, sarcastische grap of gênant moment meer of minder. In het openingsshot van het eerste deel, Liebe, confronteert hij je al meteen met zijn verwrongen wereldbeeld, door in te zoomen op verstandelijk gehandicapten die zich te pletter amuseren op de botsauto's. Wat volgt, is minstens even ongemakkelijk als onthullend en dubbelzinnig. Hoofdpersonage van Paradies: Liebe(Paradise: Love) is een Weense huisvrouw van middelbare leeftijd die zich op vakantie in Kenia - als sugar mama te goed doet aan jong, zwart mannenvlees. Met alle half improvisatorische, in strakke scoopcomposities gegoten en vaak niets verhullende scènes vol goedkope seks, wrange humor en vals geluk van dien. Zoals gebruikelijk leverde het Seidl in Cannes evenveel applaus als boegeroep op. Het tweede deel Glaube (Faith) was enkele maanden later in Venetië hetzelfde lot beschoren: Seidl kreeg op het Lido naast de Speciale Juryprijs en een staande ovatie ook een klacht wegens blasfemie aan zijn broek. Dat krijg je als je een heikel topic als religie tackelt met een film over een streng katholieke vrouw die zo begeesterd is door de Here Jezus dat ze zichzelf dagelijks flagelleert en in bed te keer gaat met een kruisbeeld tussen haar benen. Of het derde deel Hoffnung (Hope) - over een dik pubermeisje dat haar geluk zoekt in een vermageringskamp - even aangebrand wordt, zal volgende maand blijken tijdens de Berlinale, waar die film meedingt naar de Gouden Beer. Daarmee scoort Seidl een unieke hattrick, want wat sommigen van 's mans wrange sociale parabels ook mogen vinden, de 'maffe, Oostenrijke misantroop' is de eerste sinds Kieslowski (met Trois couleurs) die erin slaagt tijdens drie opeenvolgende A-festivals (Cannes, Venetië en Berlijn) telkens een competitiefilm af te vaardigen. Dat onderstreept niet enkel 's mans status, het bewijst wat we in dit blad al eerder schreven: dat de net zestig geworden Seidl zowel inhoudelijk als stilistisch een van de meest consequente auteurs is die de Europese art-house de voorbije jaren heeft voortgebracht, een vilein chroniqueur van een westerse cultuur in crisis en conflict. Hoog tijd voor een gesprek. ULRICH SEIDL: Vier eigenlijk. Ik ben nog nooit zo productief geweest. Ik ben ook bezig met Im Keller, een film over de obsessie van veel Oostenrijkse mannen met hun kelder. Ze brengen er vaak al hun vrije tijd in door, maar wat spoken ze daar precies uit en waarom moeten ze dat voor de buitenwereld verbergen? Het is een mannelijk terrein waar wordt gefitnest, met treintjes gespeeld en bier gedronken, maar het kan ook een duistere wereld van misdaad en perversie zijn. Om alle misverstanden te vermijden: de film heeft niks te maken met de zaak van Natascha Kampusch (het Oostenrijkse meisje dat acht jaar werd gegijzeld door Wolfgang Priklopil en in 2006 wist te ontsnappen, nvdr.). Bovendien staat Im Keller volledig los van Paradies en hij is ook nog niet volledig klaar. SEIDL: Het was niet gepland. Oorspronkelijk zou Paradies één film worden met drie episodes, maar ik hield er tijdens het draaien stiekem rekening mee dat het toch drie op zichzelf staande films zouden worden. De drie hoofdpersonages zijn met elkaar verbonden: de alleenstaande moeder uit Liebe, haar streng religieuze zus uit in Glaube en haar mollige tienerdochter, op wie ik focus in Hoffnung. Toen ik alles monteerde, kwam ik uit op een film van negen uur, hooguit de helft van wat ik heb gedraaid. Ik heb nog geprobeerd het te cutten tot twee films maar het materiaal was te intens en te complex. Je kunt de producenten vooraf niet zeggen: 'Weet je wat? Ik ga een negen uur durende film maken.' Je kunt hen er achteraf wel mee confronteren dat je genoeg sterk materiaal hebt voor een trilogie. In dit vak moet je soms een beetje leep zijn. (grijnst)SEIDL: In de Bijbel staat het paradijs voor het eeuwige geluk en dat is waar de drie vrouwen naar streven. De een zoekt het in seks, de ander in God, de derde in een schoonheidsideaal. In feite is dat allemaal even oppervlakkig, een vorm van zelfbegoocheling. Het paradijs is een uitgewoond, commercieel concept geworden. In Liebe gaat het om de toeristische mythe van sea, sex and sun. Alleen mag je nog zoveel betaalde seks en mooie stranden hebben als je wilt, gemoedsrust bereik je er niet mee. SEIDL: Klopt. In de jaren dertig schreef de Oostenrijkse schrijver Ödön Von Horváth al een ironisch toneelstuk met die titel. Daarin ging het over de sociale klassen die elkaar uitbuitten. In feite is er sindsdien weinig veranderd. De kloof tussen arm en rijk is nog groter, de maatschappij nog indivi- dualistischer geworden. En voor een individu is het onmogelijk die kloof te dichten. Daarom hecht de elite zoveel belang aan individuele vrijheden. Het is haar wapen om de status-quo in stand te houden en uit te diepen en het individu gaat er vrolijk in mee, verblind door de producten die je kunt kopen en de ideeën die je mag verkondigen. Seks is een product geworden, net als God. En als we het kunnen kopen, zijn we gelukkig. SEIDL: Een collectieve kapitalistische dictatuur. Maar het alternatief is een communistische, fascistische of theologische dictatuur. We zijn er sowieso aan voor de moeite. (lacht) We doen het onszelf ook aan. We neigen naar dictaturen. We hebben ze blijkbaar nodig om orde te scheppen in de chaos. Vandaar dat shot in Liebe waarin aan de ene kant van het touw rijke, blanke toeristen liggen te zonnen en aan de andere kant arme, zwarte jongens hun lijf staan te verkopen. Wie misbruikt wie? En valt er voor beide groepen überhaupt aan die opdeling te ontsnappen? Het is een van de eerste beelden die ik in mijn hoofd had en het vat de hele noord-zuidproblematiek samen. Maar ik veroordeel niemand. Als blanke vrouwen denken hun geluk te kunnen kopen door seks met een toyboy, wie ben ik dan om hen met de vinger te wijzen? SEIDL: Door eerlijk en consequent te zijn met je acteurs. Mijn beach boys zijn echte beach boys, maar in de film zijn ze acteurs. Ze spelen na wat ze anders echt doen. Ik geef mijn acteurs nooit vooraf een scenario, maar door lange improvisatiesessies werken we naar bepaalde scènes toe. Niemand wordt onder druk gezet om iets tegen zijn zin te doen. Ik werk ook altijd chronologisch. Zo kan achteraf niemand verrast of kwaad zijn door het resultaat. Je moet mensen ook niet betuttelen. Dat verjaardagsfeestje waarin de vrouwen zich te goed doen aan een stripper? We hebben die scène twee nachten na elkaar gespeeld. Vrouwen kunnen misschien genot faken maar erecties liegen niet. (grijnst)SEIDL: Dat beeld had ik al twintig jaar in mijn hoofd zitten. Ik toon mensen die zich amuseren. Niks meer. Niks minder. Alleen voelen veel kijkers zich er ongemakkelijk bij. Ik haal hen meteen uit hun comfortzone en verplicht hen hun morele kompas in te schakelen. Bovendien vind ik het een beeld met meerdere betekenislagen. De wereld als een zotte kermis? Zoiets. (grijnst) Weet je, ik heb al zo vaak het verwijt gekregen een voyeur te zijn, maar ik verafschuw domme, gratuite exploitatie. Niks van wat ik toon, is uit de lucht gegrepen. En ik dwing niks of niemand eender wat te doen. Ik stel me vragen bij de maatschappij waarin we leven en ik probeer die een spiegel voor te houden. En soms is het beeld dat we daarin zien teder en aandoenlijk. Nog vaker is het lelijk en confronterend. Daarom beschouw ik mezelf als een moralist. Een pessimistische weliswaar, maar toch. (lacht)SEIDL: Ook uit het leven gegrepen. Gemengde huwelijken bestaan en vaak zorgen ze voor culturele spanningen, al creëren meestal de individuen zelf hun eigen hel. Religies preken vergevingsgezindheid, maar gelovigen hebben het vaak lastig om consequent hun eigen spelregels te volgen. Maar ook hier veroordeel ik niemand. Ik heb veel respect voor gelovigen, zolang zij ook respect hebben voor andersdenkenden. SEIDL: Ik heb geen ambitie om martelaar te worden. Glaube gaat enkel over het katholicisme, dat is de traditie waarin ik ben opgegroeid. Mijn ouders waren streng gelovig, wilden eigenlijk dat ik priester werd. Je kunt je hun ontgoocheling voorstellen. (lacht) Het zou ook hypocriet van me zijn een film over de islam te maken. Dat zou iets opdringen aan anderen zijn. Bovendien mis ik de kennis en nuances. Toch is het duidelijk dat spot en satire in de islamitische wereld nog gevoeliger liggen dan in de katholieke. Kijk maar naar al die blinde heisa over enkele onnozele cartoons en internetfilmpjes. Het lijkt me dat moslims dringend een dosis zelfspot kunnen gebruiken, maar ik voel me niet geroepen. PARADISE Love vanaf 9/1 in de bioscoop. Faith volgt op 13/3 en Hope op 1/5. DOOR DAVE MESTDACHUlrich Seidl 'BLANKE VROUWEN DIE DENKEN HUN GELUK TE KUNNEN KOPEN DOOR SEKS MET EEN TOYBOY: WIE BEN IK OM HEN MET DE VINGER TE WIJZEN?'