IN DE VROEGE OCHTEND VAN 15 SEPTEMBER 1954 staat Marilyn Monroe, samen met haar tegenspeler Tom Ewell, op een ventilatierooster van de metro op de kruising van Lexington Avenue en 52rd Street in New York. Ze heeft een witte cocktailjurk met halternek aan, ontworpen door William Travilla. Duizend fans zijn in de vroegte samengestroomd om de actrice te kunnen bewonderen, tientallen fotografen staan op de eerste rij. Wat volgt, is de geboorte van een van de bekendste foto's ter wereld. De jurk vliegt op, terwijl een voorovergebogen Marilyn, schuldig lachend, met beide handen een futiele poging doet de plooirok naar beneden te houden. 'Isn't it delicious?' Vijftien keer laat regisseur Billy Wilder haar de scène overdoen. Artistiek perfectionisme of promotioneel opportunisme: het kan de flitsende fotografen amper schelen.
...

IN DE VROEGE OCHTEND VAN 15 SEPTEMBER 1954 staat Marilyn Monroe, samen met haar tegenspeler Tom Ewell, op een ventilatierooster van de metro op de kruising van Lexington Avenue en 52rd Street in New York. Ze heeft een witte cocktailjurk met halternek aan, ontworpen door William Travilla. Duizend fans zijn in de vroegte samengestroomd om de actrice te kunnen bewonderen, tientallen fotografen staan op de eerste rij. Wat volgt, is de geboorte van een van de bekendste foto's ter wereld. De jurk vliegt op, terwijl een voorovergebogen Marilyn, schuldig lachend, met beide handen een futiele poging doet de plooirok naar beneden te houden. 'Isn't it delicious?' Vijftien keer laat regisseur Billy Wilder haar de scène overdoen. Artistiek perfectionisme of promotioneel opportunisme: het kan de flitsende fotografen amper schelen. Het is een vreemde vaststelling. Bijna zestig jaar later behoort de jurk tot het collectieve geheugen; vorig jaar nog werd ze geveild voor 4,6 miljoen dollar. Maar de film - The Seven Year Itch, mocht die naam nog een belletje doen rinkelen - is ondertussen verbannen naar de cinefiele obscuriteit van zondagnamiddagen op één en matinees in het filmmuseum. Het bewuste beeld zit niet eens in de langspeler, iets wat niemand nog lijkt te weten: Wilder koos aan de montagetafel enkel voor shots vanaf het middel. Het zegt veel over hoe Marilyn Monroe tot een icoon is uitgegroeid. Monroe werkte samen met de meest gerenommeerde regisseurs van haar tijd, van Billy Wilder over Howard Hawks tot John Huston, maar de fotografen hebben haar reputatie bepaald. Blader door een van de vele fotoboeken die er over haar zijn uitgebracht en je ziet Monroe zoals je haar kent. De mond half open, de ogen half gesloten, het hoofd licht naar achter geslagen. De mimiek van een vrouw die net tot een hoogtepunt is gebracht - de pose die ze haast als een Pavlovreflex aannam als er een fototoestel in de buurt was. De wulpse vamp die sliep 'enkel in Chanel n° 5', de ultieme pin-up die Playboy groot maakte: het is het imago dat haar filmcarrière met de tijd meer en meer overschaduwd heeft. Ze was niet het enige filmicoon dat door de studiofotografen gemaakt is. James Dean zette in de weinige rollen die hij vertolkte vaak een springerige, puberaal getroebleerde jongen neer. Het waren de fotografen die hem tot de existentiële homme fatale kneedden zoals hij vandaag doorleeft. Maar bij Monroe heeft het iets pijnlijks. 'Monroe de vamp' is een haast trieste reductie van de fascinerende persoonlijkheid die ze was. Kijk naar All About Eve (1950), een van haar eerste kleine rollen, en je krijgt een andere kant van Monroe te zien. In de schaarse scènes die ze in de film had, springt ze eruit zoals weinig actrices het haar hebben nagedaan. In het gezelschap van toenmalige sterren als Bette Davis, Anne Baxter en George Sanders, die elk een Oscarnominatie kregen voor hun rol in de film, is het nieuwkomer Monroe die de camera steelt. 'Who's that blonde?', galmde het in de coulissen van Hollywood, nadat Monroe met haar wiegende heupen uit beeld stapte. Ze had iets waar alleen de allergrootsten in slaagden: puur magnetisme, met een ongekunstelde flair gebracht. Als Monroe in beeld kwam, zoog ze je blik naar haar toe. Haar rol als goedgelovige speelse blondine perfectioneerde ze in de lichtvoetige komedies die volgden. Het genre waar ze groot in werd, is echter ook een genre dat snel vergeten wordt. Komedies hebben altijd een stapje lager gestaan in de filmhiërarchie - wellicht ook daarom zijn haar films zo snel van de radar verdwenen. Nochtans: haar filmografie is geen aaneenschakeling van niemendalletjes, maar staat bol van de uitstekende films. Ze spatte van het scherm in The Seven Year Itch (1955) als de flirterige bovenbuur van een man in huwelijkscrisis, die ze na een zedig kusje terug naar zijn vrouw stuurt. Ze schitterde als de karikaturale materialistische blondine in Howard Hawks Gentlemen Prefer Blondes (1953), de rol die dankzij de musicalsong Diamonds Are A Girl's Best Friends het meest aan haar bleef kleven. En haar komische hoogtepunt bereikte ze als de legendarische Sugar Kane in Billy Wilders Some Like It Hot, misschien wel de beste screwball comedy uit de filmgeschiedenis. Monroe was gemaakt voor de rol. Ze was intelligent genoeg om niet als leeghoofd over te komen, had de timing om waarlijk grappig te zijn en flirtte op haar best met zelfparodie. Oké, er was haar overweldigende seksuele uitstraling, maar meer nog gaven haar naïviteit en kwetsbaarheid karakter aan haar charme. Monroe was niet alleen de vrouw die je naar je bed wilde dragen, het was ook de vrouw die je wilde redden. De vraag is of het wel een rol was. Eén ding typeert de grootste Hollywoodsterren: een vervlechting van realiteit en fictie die het acteren overstijgt. Steve McQueen was ook naast de set van Bullitt (1968) een snelheidsfreak, die achter het stuur het gevaar opzocht. James Deans vroege dood maakte hem voor eeuwig de Rebel Without A Cause. To Have And Have Not was nooit zo tijdloos geweest als Humphrey Bogart en Lauren Bacall kort na de film niet in het huwelijk waren getreden. Bij Monroe ligt de grens moeilijker. Speelde ze zichzelf in haar films of speelde ze een personage in het echte leven? Het flinterdunne, hijgende stemmetje, het heupwiegende achterste, alsof haar knieën waren samengebonden, het stopwoordje 'gee whiz': waar Marilyn Monroe begon en Norma Jeane Baker eindigde, was lang niet duidelijk. Het is de andere kant van Monroe: de tragiek die achter het personage schuilde. Haar jeugd leest als die van Oliver Twist, maar dan in meisjeskleren. Haar vader heeft ze nooit gekend, haar moeder, geestesziek, pendelde van instelling naar instelling. Monroe, toen nog Norma Jeane Baker, bracht haar jeugd door in pleeggezinnen en weeshuizen. Op haar zestiende trouwde ze met haar buurjongen James Dougherty om aan een nieuwe verhuizing te ontsnappen. Het eerste van haar drie huwelijken - later zouden nog baseballspeler Joe DiMaggio en toneelschrijver Arthur Miller volgen - die allemaal op de klippen liepen. Het bastaardkind groeide uit tot een vrouw die ernaar snakte geliefd te worden. Ze kreeg wat ze wilde: op het toppunt van haar roem ontving ze vijfduizend fanbrieven per week, waarvan tientallen huwelijksaanzoeken. Het trieste was dat ze, toen ze zo geliefd was, méér ambieerde. Lees haar biografieën erop na en je ziet een actrice die ernstig genomen wil worden. Ze las Dostojevski, trouwde met Miller, de meest erudiete toneelschrijver van zijn generatie, en ging studeren aan de befaamde Actor's Studio van Lee Strasberg, waar ze zich onderdompelde in de method van tijdsgenoten Marlon Brando en James Dean. Alles in het teken van de artistieke erkenning. Alleen: het was niet waarin ze schitterde. Zang, dans en comedy waren haar grootste talenten, niet de doorwrochte, emotionele rollen. Hollywood wilde het typetje, niet de actrice. En dus bleef Monroe het typetje geven. Het moet autodestructief geweest zijn. De camera hield van haar, maar zij vreesde de camera. Zware faalangst maakte dat ze vaak uren te laat op de set verscheen, tot wanhoop van haar regisseurs. Op de set had ze mensen rondom haar wier voornaamste taak het was om haar glansprestaties te bevestigen, zodat ze voldoende moed verzamelde om aan de volgend take te beginnen. En alle methodacting ten spijt, bleef ze ook in haar serieuze rollen een karikatuur van zichzelf spelen. Die tragiek zit nog het meest gebald in The Misfits (1961), de film die Arthur Miller, haar toenmalige man, voor haar schreef: het verhaal van een vrouw die te goed is voor deze wereld. Het was Millers interpretatie van haar, of liever verheerlijking. 'You have the gift for life, Roslyn. The rest of us, we're just looking for a place to hide and watch it all go by.' John Huston regisseerde, Clark Gable en Montgomery Clift vervolledigden de hoofdrollen. Het moest haar doorbraak worden als ernstige actrice, maar het werd het eindpunt. Het lange wachten op de set in de Nevadawoestijn maakte dat ze weer naar de pillen greep - de close-ups van haar werden wazig gehouden om het aftakelingsproces te maskeren. Een week na de opnames stierf Gable, nog een week later scheidde Monroe van Miller. Monroe wist zich niet meer te herpakken. Minder dan een jaar later, in de zomer van 1962, volgde ze Gable, de man die ze in haar jeugd als haar vader had beschouwd, bij gebrek aan een echt exemplaar. Een overdosis barbituraten - de slaap- en kalmeringsmiddelen waar ze sinds There's No Business Like Show Business (1954) aan verslaafd was - werd haar op haar 36e fataal. Ze werd naakt in haar bed aangetroffen, de telefoon in de hand. Er is veel inkt gevloeid over of haar dood zelfmoord, moord of een ongeluk was; haar vermeende relatie met president Kennedy werd uitvoerig uitgespit. Wezenlijk doet het er niet eens toe: het echte mysterie ligt in wie de echte Marilyn Monroe nu eigenlijk was. Het seksuele wezen dat ooit zei dat voor de camera staan is 'als door duizend mannen genomen worden zonder dat je zwanger kunt geraken'? De onschuldige kindvrouw, geroemd om haar haast absurde liefde voor dieren? Of de diep ongelukkige actrice, die haar publicist braaf volgde in het beeld dat hij van haar ophing? Geen enkel Hollywoodicoon is moeilijker om je vinger op te leggen dan Marilyn Monroe. 'De waarheid is dat ik nooit iemand heb bedot. Ik heb ze zichzelf laten bedotten', zei ze daar zelf over. 'Zij maakten hun eigen beeld van mij; ik heb het nooit weerlegd.' Eén ding mag duidelijk zijn: ze was veel meer dan een opwaaiend jurkje boven een ventilatierooster. P.S. Het Knack Focus-coverbeeld van deze week komt uit 'Norman Mailer/Bert Stern: Marilyn Monroe'. Meer info op pagina 3.DOOR GEERT ZAGERS 'Oh, do you feel the breeze from the subway?''Ik heb nooit iemand bedot. Ik heb ze zichzelf laten bedotten'.