Johnny Marr (gitaar)

Van alle ex-leden van de Smiths is de gitarist de enige die zich muzikaal wist door te zetten. Meteen nadat nadat hij in de zomer van 1987 The Smiths had verlaten, trok hij op vraag van Chrissie Hynde met The Pretenders op tournee. Nadien ontpopte hij zich tot een veelgevraagd studiomuzikant: hij is te horen op platen van Brian Ferry, Beck, Billy Bragg, Talking Heads, Kirsty MacColl, Pet Shop Boys, Bernard Butler, Haven, Ian McCulloch, Lee Mavers (ex-La's) en zijn grote held, folkgitarist Bert Jansch. Met twee goeie vrienden ontwikkelde hij een diepgaandere, intensere samenwerking: met Matt Johnson op The The-al...

Van alle ex-leden van de Smiths is de gitarist de enige die zich muzikaal wist door te zetten. Meteen nadat nadat hij in de zomer van 1987 The Smiths had verlaten, trok hij op vraag van Chrissie Hynde met The Pretenders op tournee. Nadien ontpopte hij zich tot een veelgevraagd studiomuzikant: hij is te horen op platen van Brian Ferry, Beck, Billy Bragg, Talking Heads, Kirsty MacColl, Pet Shop Boys, Bernard Butler, Haven, Ian McCulloch, Lee Mavers (ex-La's) en zijn grote held, folkgitarist Bert Jansch. Met twee goeie vrienden ontwikkelde hij een diepgaandere, intensere samenwerking: met Matt Johnson op The The-albums Mind Bomb en Dusk, en met New Order-frontman Bernard Sumner onder de dekmantel Electronic, wat drie platen opleverde. Verder schreef Marr ook songs met Liam Gallagher en Beth Orton en was hij te gast op liveshows van Neil Finn. Tussen 1988 en 1995 slaagde Morrissey erin een vrij bloeiende solocarrière op te bouwen, met albums als Viva Hate, Kill Uncle, Your Arsenal en Vauxhall And I. Toen Southpaw Grammar in 1995 echter flopte, begon het bergaf te gaan. Maladjusted verkocht zo mogelijk nog slechter en tot overmaat van ramp hield Mercury, het label waarbij hij net een contract had getekend, op te bestaan. Gedegouteerd door de muziekindustrie trok Morrissey zich terug in L.A. waar hij een anoniem bestaan leidt. Hij kreeg in Amerika wel nog de kans om te toeren, maar bleef zonder platencontract. In september 2002 dook hij plots weer op voor enkele comebackoptredens in de Royal Albert Hall in Londen. Zijn populariteit bleek onaangetast: alle concerten waren meteen uitverkocht. De split van The Smiths ontaardde in een sullige soap-opera waarin de bandleden openlijk met modder gooiden naar elkaar. Bassist Andy Rourke eiste in 1996 een hoofdrol op, toen hij Marr en Morrissey dagvaardde: Rourke meende recht te hebben op een deel van royalty's die de twee als auteurs van de Smiths-songs onder elkaar hadden verdeeld. Hij won het proces en werd miljonair zonder nog een noot te spelen: Marr en Morrissey moesten hem 1,25 miljoen pond uitbetalen. Marr legde zich bij het vonnis neer, maar Morrissey betwist het tot op vandaag. Blijkbaar weegt de zaak nog altijd op de schouders van Johnny Marr: in de Britse krant The Independent verklaarde hij onlangs dat Andy Rourke het deel dat Morrissey weigert te betalen op hem wil verhalen. Rourke, die in de jaren negentig geen muzikale rol van betekenis wist te spelen, is nu weer actief: hij tourt met Badly Drawn Boy en vormt samen met drummer Mike Joyce de ritmesectie van Moondog One, de nieuwe band van ex-Oasis gitarist Paul 'Bonehead' Arthurs. Ook Joyce kon als muzikant geen rol van betekenis meer spelen. Helaas staat hij er financieel slechter voor dan Rourke. Vóór zijn collega een rechtszaak aanspande, was Joyce immers uit geldnood al tot een minnelijke schikking gekomen met Marr en Morrissey. Dat maakte hem 84.000 pond rijker, uiteraard een schamel bedrag in vergelijking met wat Rourke ving. Joyce voelt zich gedupeerd en weigert nog te spreken met zijn vroegere boezemvriend Marr.Door Peter Van Dyck