Naast abdijbier brouwen bottelden de paters van Tongerlo vroeger ook cinema. Dat ontdekten Cinematek en enkele studenten van de Universiteit Antwerpen onlangs toen ze een verloren gewaande stille film uit 1930 terugvonden en restaureerden. Deze het-leven-zoals-het-is-documentaire combineert beelden van frisgeknipte ...

Naast abdijbier brouwen bottelden de paters van Tongerlo vroeger ook cinema. Dat ontdekten Cinematek en enkele studenten van de Universiteit Antwerpen onlangs toen ze een verloren gewaande stille film uit 1930 terugvonden en restaureerden. Deze het-leven-zoals-het-is-documentaire combineert beelden van frisgeknipte geestelijken die hun dagelijkse klusjes doen met historische taferelen uit de abdijgeschiedenis en waardevolle archiefbeelden van de Stille Kempen en werd door de kloosterlingen zelf bedacht en geacteerd om de heropbouw van hun norbertijnenabdij te bekostigen, die een jaar eerder door een zware brand verwoest werd. Ondanks de dubbelzinnige houding van de kerk ten opzichte van het onzalige filmmedium kozen de paters destijds toch voor een avant-gardecineast om hun abdij te vereeuwigen: Carlo Queeckers. Deze vergeten generatiegenoot van Henri Storck liet zich met stadssymfonieën als Vlaamse kermis (1929) en Brusselse melodie (1929) als een dynamische filmmaker kennen. In deze ambitieuze Tongerlofilm - er doen bijna duizend figuranten in mee! - verzoent de Brusselaar zijn liefde voor experiment met een trage, transcendentale stijl die meer past bij zijn devote onderwerp. Bijna negentig jaar na release is deze film over lang vervlogen tijden dan ook het ontdekken meer dan waard. Vooral vanwege zijn hoge archiefwaarde, maar ook wegens zijn artistieke verdiensten.