(D.M.)

Blij met de selectie van je collega's, of toch wat jaloers nu jij niet langer de exclusiviteit geniet?

Christophe Van Rompaey: (Lacht) Heel erg blij, want tenslotte profiteren we er allemaal van. Het is ook het logische gevolg van een evolutie die al een jaar of vijf aan de gang is. Er worden bij ons andere, meer persoonlijke films gemaakt die niet alleen op de Vlaamse markt gericht zijn en dat weet men in het buitenland duidelijk te waarderen. De oprichting van het VAF heeft daarbij ongetwijfeld geholpen, maar het is toch vooral de verdienste van onze nieuwe filmmakers. Fien Troch, Pieter Van Hees, Felix van Groeningen... we mogen niet klagen.

Maak een jaar later eens de balans op van zo'n selectie.

Van Rompaey: Ter plekke besef je door de roes amper wat je overkomt. Ik had totaal geen verwachtingen, zodat alles een bonus was. Achteraf besef je dat je film zijn internationale carrière - hij is ondertussen in tien landen verdeeld en op tientallen festivals vertoond - in grote mate aan Cannes te danken heeft. Plots word je zelf door sales agents en programmatoren aangesproken en over de hele wereld uitgenodigd.

Ben je nu gelanceerd voor een internationale carrière?

Van Rompaey: Zo werkt het niet. Ik heb sindsdien wel wat aanbiedingen gekregen, maar ik merk dat producentennu vooral een Aanrijding in Moscou 2 van me verwachten, terwijl ik liever andere wegen wil inslaan. Ik had bijvoorbeeld gehoopt dat ik door Cannes mijn tweede project zou kunnen draaien, maar dat is helaas niet gelukt. Succes werkt in twee richtingen. Je krijgt wel meer mogelijkheden, maar hetcreëert ook bepaalde verwachtingen waaraan je vastzit. Vandaar dat ik sinds kort van tactiek ben veranderd. Ik mik nu op drie projecten tegelijk en zie wel wat er uit de bus komt.

Je hebt bewezen dat je talent én een goed team hebt. Waarom ondersteunt het VAF niet een van je nieuwe projecten?

Van Rompaey: Misschien omdat ze nog niet af zijn. Of omdat ik hen nog niet heb kunnen overtuigen. Ik zou in elk geval geen VAF-intendant willen zijn: die krijgt sowieso kritiek - 'Waarom die wel en die niet?' Ik wil niet zeuren, zeker niet als je weet dat er maar acht films per jaar worden ondersteund, terwijl we zoveel talent hebben. Ik sta in de rij en blijf naarstig verder werken. Trouwens: als ik één ding heb geleerd door met Aanrijding in Moscou de wereld rond te trekken, dan wel dat het overal hetzelfde liedje is. (Lacht)

(D.M.)