(uit 'Individu Animal' - 'A Song About A Girls', Zita Swoon, 2004)
...

(uit 'Individu Animal' - 'A Song About A Girls', Zita Swoon, 2004) (uit 'People Ain't No Good' û 'The Boatman's Call', Nick Cave & The Bad Seeds, 1997) (uit 'In My Secret Life' - 'Ten New Songs', Leonard Cohen, 2001) (uit 'Stamina' - 'I Paint Pictures On A Wedding Dress', Zita Swoon, 1998) (uit 'Me And Josie On A Saturday Night' - 'A Song About A Girls', Zita Swoon, 2004) (op café, 1990) (uit 'She = Like Meeting Jesus' - 'I Paint Pictures On A Wedding Dress', Zita Swoon, 1998) (uit 'Johnnie' - 'Oorlog Aan Den Oorlog', 2000) (uit de film 'The Barfly', 1987) (uit '100' - 'A Song About A Girls', Zita Swoon, 2004) 'A SONG ABOUT A GIRLS'OP 15/10 UIT BIJ CHIKAREE/BANG! IN CONCERT : 18/10 HANDELSBEURS, GENT 5/11 ROMA, BORGERHOUT, 26/11 HALLEN VAN SCHAARBEEK.Ik heb net een crisis achter de rug en had nood aan wat rust. Doordat het leven continu evolueert, weet je op den duur niet meer wat nu eigenlijk je bestemming is. Alles moet snel snel. We hollen met de auto tegen 160 km/u naar Brussel, we surfen op het internet en we kunnen het geduld niet opbrengen om ergens op te wachten. We verliezen op die manier elke realiteitszin. We komen bij manier van spreken pas tot stilstand wanneer we door al die stress een hartaanval krijgen. Ik spring tegenwoordig vaak op de koersfiets. Als ik van Antwerpen naar Gent peddel, besef ik pas welke afstand dat is. Met de auto ben je daar direct, als je plankgas geeft en niet vastraakt in een file. Ik ben net van de Sevennen teruggekeerd. In die landelijke streek in het zuiden van Frankrijk lijkt het leven véél trager. Als je kijkt naar de gezichten van de mensen die daar wonen, dan zie je dat zij een soort rust over zich hebben. Dat komt omdat ze nog dicht bij de natuur staan, en de natuur kán je niet verplichten snel te gaan. Een koe en een geit moeten op hun gemak kunnen grazen, anders geven ze geen melk. People Ain't No Good begint 's morgens, na een passionele liefdesnacht. Nick Cave zingt over de gordijnen en de bloesem buiten. Het paar heeft de zondagskranten gekocht, maar ze lezen ze niet eens - zodanig worden ze opgeslorpt door hun verliefdheid. Plots schakelt Cave over op zijn bedenkingen bij de mensheid. Ik vind het knap dat hij die twee elementen naast elkaar zet. Zo geeft hij aan dat die verliefdheid de slechtheid al in zich heeft. In de liefde schuilt het egoïsme. Heel straf hoe hij in drie strofen de mens schetst. Cave heeft het serieus moeilijk met de mensheid. Al ben ik niet zo'n notoire misantroop als hem, louter rationeel bekeken moet ik Cave gelijk geven. Puur gevoelsmatig ben ik echter nog altijd geneigd in de goedheid van de mensen te geloven. Ik geef mensen gemakkelijk vertrouwen, en dat moet ook. Als je als muzikant carrière wil maken, moet je goed georganiseerd en omringd zijn. Zonder hulp kom je er niet. Daarom moet je aan iedereen - managers, roadies, platenjongens en gitaarherstellers - duidelijk uitleggen wat je van hen verwacht. Je mag er niet van uitgaan dat ze zich probleemloos in je denkwereld kunnen verplaatsen. Als ik in het verleden in de problemen kwam, was het omdat ik te onduidelijk was. Cohen heeft een pak songteksten gepend die je zou kunnen inkaderen. Genoeg om een hele slaapkamer mee vol te hangen. 'And I miss you so much / there's no one in sight', zingt Cohen. Daaruit begrijp ik: mocht hij iemand anders op het oog hebben, dan zou hij haar waarschijnlijk niét missen. Hij is eenzaam, maar tegelijk heel egoïstisch. Ik vind het altijd mooi dat iemand rechtuit egoïstisch durft te zijn. De meeste mensen hebben niet het lef om zo eerlijk te zijn. Je merkt dat Cohen ooit begonnen is als dichter en pas later zijn poëzie op muziek is gaan zetten. Samen met Nick Cave is hij een van de weinigen die zich in het randgebied tussen literatuur en popmuziek begeven. Voor de rest blijven dat vrijwel twee gescheiden werelden. Daarmee blik ik terug op mijn katholieke opvoeding en de daarbij aansluitende 'turn the other cheek'-filosofie. Ik mocht me in mijn jeugd zeker niet te hard doen opvallen. Op zich vind ik die nederigheid een bewonderenswaardige houding, maar er zijn grenzen aan. Als je de enige bent die zich zo opstelt, wordt het ongezond. Ik gedroeg me vroeger zó discreet dat effectief niemand mij opmerkte. Daar ben ik later natuurlijk tegen in opstand gekomen. En nu? Uiteraard wil iemand die op een podium kruipt opvallen. Al wil ik dat toch nuanceren: ik zeg eerder 'luister naar mij' dan 'kijk naar mij'. Door een optreden visueel aantrekkelijk te willen maken, haak ik enkel in op de rock-'n-rolltraditie. Je moet eerst de aandacht trekken, wil je dat de mensen luisteren. Ik hou van het visuele aspect van een liveshow en op een podium staan kan je een machtig gevoel geven, maar het gaat mij toch vooral om de songs - al de rest is spielerei. Een song over een koppel dat op zaterdagavond uitgaat. Soms kan je alle negatieve gedachten over de wereld moeiteloos opzijzetten, en die avond is er zo eentje. Die twee voelen zich zo gelukkig dat het lijkt alsof ze op dat roman- tische uitje zelfs de almachtige God onder controle hebben. Ze proberen, kortom, in alles te geloven. Josie is een figuur die geregeld in mijn songs opduikt - op elke plaat staat een tweetal songs over haar. Ik streef daarbij naar continuïteit, zoals met een stripverhaal. Josie is een heel complexe vrouw. Héél vrijgevochten. Ik zou graag ooit eens dat personage verder uitdiepen en een scenario rond haar bedenken. Een meisje zei dat tegen me toen ik op mijn twintigste 's nachts in een café speelde. Ik antwoordde, heel flauw: 'Nee, ik ben een kruising tussen Tom Waits en James Brown.' 'Dat klopt niet,' schudde het meisje, 'want James Brown heeft dit', waarbij ze in mijn ballen kneep. Heel gevatte reactie van die griet. Ik stond met mijn mond vol tanden. Ik spreek rechtstreeks God aan, zoals in een gebed. Het zou een god kunnen zijn in de letterlijke religieuze betekenis, al verwijst de Jezus in de titel naar een vrouw die mijn leven binnenwandelt en een Messiasfunctie vervult. Het is niet zomaar een song over een vrouw. Ik heb het bewust op de rand met het spirituele laten balanceren. De basis van de song ligt in mijn vriendschap met Jean-Pierre, een protestantse dominee. De spirituele band die ik met hem voel, kan ik niet los zien van wie hij is en wat hij gelooft. Hoewel ik strikt katholiek ben opgevoed, heb ik die spiritualiteit nooit in die mate ervaren als hij. Mijn vader eiste dat zijn kinderen altijd mee naar de eucharistieviering gingen. Ik wil dat niet afkeuren, maar toen was ik wellicht te jong om er het nut van in te zien. Toen ik Jean-Pierre leerde kennen, was ik al ouder en stond ik veel meer open voor godsdienst dan op mijn twaalfde. Ik durf mezelf nog steeds geen gelovige noemen. Dat neemt niet weg dat spiritualiteit me fascineert. Ik zie in dat heel wat mensen zich eraan kunnen optrekken. Wie nu nog gelooft, is niet langer de godvrezende die met zijn kerkbezoek zijn plaatsje in de hemel hoopt te verdienen. In mijn milieu zijn de gelovigen schaars - artiesten zijn per definitie ketters. (lacht) Toch maak ik me sterk dat wie zich nu nog met religie inlaat, dat heel bewust en met hart en ziel doet en de bullshit die aan het katholicisme is opgehangen, kan relativeren. De katholieke kerk heeft zoveel schade veroorzaakt: tientallen generaties zijn op seksueel vlak helemaal in de war geraakt. In de verdringing van gevoelens vindt volgens mij heel wat perversie zijn wortels. Hoe Vermeulen op deze plaat de Eerste Wereldoorlog neerzet, is krachtiger dan tachtig procent van de oorlogsfilms. Bram was een groot songschrijver. Neem nu zo'n liedje als De Muur op zijn laatste album De Mannen waarin hij een relationele ruzie beschrijft. In het refrein heeft hij het over de muur die tussen dat koppel staat: 'De muur wordt alsmaar dikker / van hard en nat beton / ik wou dat ik die vesting binnendringen kon'. Ze luisteren niet meer naar wat de ander zegt, een hopeloze toestand. Het moet heel erg zijn om in een relatie tot die vaststelling te komen. Het klinkt allemaal heel autobiografisch, al heeft Vermeulen die pijnlijke toestanden niet noodzakelijk zelf meegemaakt. Dát is de kunst, en die verstond hij verdomd goed. Het is intriest dat zo'n boom van een vent zo onverwachts geveld werd. Jammer dat ik hem nooit ontmoet heb: dat stond echt op mijn verlanglijstje. Je hoort een voice-over dat gedicht voordragen, terwijl je Mickey Rourke, die een alcoholicus speelt, in zijn hotelkamer ziet zitten met achter hem een rood neonlicht. Op een of andere manier krijgt die dikke, zich in de prak gezopen vent met die bevlekte boxershort toch iets heroïsch. Het citaat is me lang bijgebleven, ik ken het nu nog uit het hoofd. Ik had voordien al Vrienden van Bukowski gelezen, en was toen al onder de indruk van zijn brute stijl. Het is nos-talgie: als tiener werd ik daar erg door gegrepen. Niet dat ik zelf een stevig fuifnummer was - laat ons zeggen dat ik niet meer feestte dan de modale student. (lacht) Dat Bukowski zijn 'escape' zijn enige schat noemt, blijft een mooie uitspraak. Ik zie creativiteit immers als een vlucht uit de realiteit. Met een song of een kunstwerk schep je een andere realiteit, je éígen realiteit. Een doel voor ogen houdt je motor draaiende. Omdat dit een liefdesliedje is, heet het doel in dit geval: met deze vrouw samenblijven. Aan een relatie moet je blijven sleutelen. In mijn werk heb ik voorlopig weinig last van de schrik om stil te vallen. Waar ik wél angst voor heb, is dat ik ooit bullshit aflever. Daarvoor wil ik me hoeden. Het wordt pas gevaarlijk als je bijzonder succesvol wordt. Wanneer je bijval oogst, krijg je veel kansen om je ding te tonen. Dan moet je opletten. Ik begrijp zelfs dat je in dat geval de pedalen verliest. Door zonder platencontract te zitten en in eigen beheer verder te moeten, staat Zita Swoon gelukkig scherp. Peter Van Dyck