Elke zondag, één
...

Elke zondag, één Na drie afleveringen van Het goddelijke monster voelen we ons een beetje als een verre neef die tijdens een familiefeest aan de zijkant van de koffietafel heeft plaatsgenomen en zich afvraagt waarover iedereen toch zo vrolijk aan het keuvelen is. Alle lofzangen ten spijt heeft de dramareeks die de Vlaamse fictie weer een trapje hoger had moeten tillen ons namelijk nog altijd niet kunnen vastgrijpen, en we beginnen te vrezen dat dit ook in de resterende afleveringen niet meer zal gebeuren. Eerst het goede nieuws: de ambitie en durf waarmee de makers van Het goddelijke monster de boeken van Tom Lanoye in een tv-serie hebben gegoten, blijven bewonderenswaardig. Een overleden personage laten opduiken als garnaalvisser in een visioen van je hoofdpersonage: het is geen voor de hand liggende keuze in een reeks voor het grote publiek die op zondagavond wordt uitgezonden. Zelfs al is het dan een keuze die David Lynch twintig jaar geleden al maakte toen hij Twin Peaks op de Amerikaanse kijkers losliet, op Vlaams niveau is Het goddelijke monster bij momenten du jamais vu. Na de eerste aflevering hadden we echter het gevoel dat de reeks het vooral van dat uiterlijke vertoon moet hebben, en dat alle visuele trucjes wat in de weg zitten van het verhaal. Toen koesterden we nog de hoop dat Het goddelijke monster zou groeien en dat de klik in de volgende weken wel zou komen, maar eigenlijk is het tegenovergestelde gebeurd: het verrassingseffect van de plotselinge flashbacks of het heen en weer springen tussen heden en verleden is weggeëbd, maar de belevenissen van Katrien Deschryver en haar familie laten ons nog altijd even koud als in het begin. Dat Het goddelijke monster niet in de kleren kruipt, heeft vooral te maken met de onvaste toon van de serie. Als je dan toch eens enige ontroering voelt binnensluipen, zoals tijdens de scène waarin de jonge Katrien in de kelder door haar vader wordt geslagen, wordt die meestal snel de kop ingedrukt door een moment waarop de farce weer de bovenhand haalt en bijvoorbeeld de drie tantes weer eens opduiken. Die afwisseling tussen donker en vederlicht werkt niet, en zorgt er ook voor dat sommige personages helemaal verloren lopen: van Elvire Deschryver, de moeder van Katrien, hebben de makers blijkbaar nooit kunnen beslissen of ze nu in de eerste plaats tragisch dan wel hilarisch moest zijn, met als gevolg dat de dramatische scène tijdens het bezoek aan haar dochter in de gevangenis vooral op de lachspieren werkte. Bij veel personages heb je na drie afleveringen ook het gevoel dat ze wel heel schetsmatig zijn neergezet. Iemand als nonkel Leo werd al van bij de eerste scène opgevoerd als een plantrekker hors concours, en ook al komt hij even vaak in beeld als Katrien of Herman, veel meer reliëf heeft hij sindsdien niet meer gekregen. Sommige bijrollen, zoals de procureur-generaal die zijn postje te danken heeft aan zijn politieke connecties, zijn zelfs helemaal wandelende clichés, waardoor het achtergrondverhaal over de recente Belgische politieke geschiedenis nauwelijks diepgang krijgt. Lees nog meer recensies en bedenkingen in de blog Testbeeld op KNACKFOCUS .BESTEFAAN WERBROUCK'Ook na drie afleveringen kruipt Het goddelijke monster nog altijd niet in de kleren.'