Quantumfysici zullen het ongetwijfeld aan toeval wijten, maar de laatste tijd verschijnen heel wat boeken die New York als decor uitrollen. Garth Risk Hallberg schreef met Stad in brand een deurstopper over The Big Apple, Olivia Laing puurde met De eenzame stad een schitterende essaybundel uit haar fascinatie voor de New Yorkse kunstscène en Een klein leven van Hanya Yanagihara mag dan wel vrijwel onleesbaar zijn, haar gedrocht beschikt wel over de volheid van de enige wereldstad die ertoe doet.
...

Quantumfysici zullen het ongetwijfeld aan toeval wijten, maar de laatste tijd verschijnen heel wat boeken die New York als decor uitrollen. Garth Risk Hallberg schreef met Stad in brand een deurstopper over The Big Apple, Olivia Laing puurde met De eenzame stad een schitterende essaybundel uit haar fascinatie voor de New Yorkse kunstscène en Een klein leven van Hanya Yanagihara mag dan wel vrijwel onleesbaar zijn, haar gedrocht beschikt wel over de volheid van de enige wereldstad die ertoe doet. Ook debutante Molly Prentiss waagt zich aan New York, en net als Laing zoomt ze in op het bruisende artistieke milieu van de jaren tachtig. Zo zijn er grappige cameo's voor Andy Warhol, Jeff Koons, Keith Haring en Jean-Michel Basquiat - allemaal kunstenaars die op het randje van de roem staan, iets waar haar hoofdpersonage, Raul Engales, ook naar hunkert. Hij is net op tijd gevlucht uit Argentinië, waar de militaire junta de macht heeft gegrepen en waar activisten aan de lopende band 'verdwijnen'. Dat Engales zijn geliefde zus Franca heeft achtergelaten, zou hem zorgen moeten baren, maar hij heeft het te druk met zijn schilderijen en zijn kraakpandliefjes om zich schuldig te voelen. Ook James Bennett ambieerde een kunstcarrière, maar wegens een ernstig gebrek aan talent wordt hij criticus voor de New York Times. Zijn columns zijn uniek: dankzij de gave van de synesthesie kan hij kunstwerken haast tastbaar beschrijven, en terwijl zijn vrouw Marge de eindjes aan elkaar knoopt met een kantoorbaan staart hij urenlang naar panelen en installaties. Zeker, de Times betaalt niet slecht, maar Bennett spendeert zijn gage aan de aankoop van nieuwe werken die zijn beeldverslaving moeten voeden. Zijn collectie omvat werken van Willem de Kooning, Andy Warhol en David Hockney, maar geen haar op zijn kalende hoofd dat eraan denkt die te gelde te maken, ook al is er een baby op komst en moet hij dringend zijn enige pak laten stomen. De ontbrekende schakel tussen beide heren, tussen kunstenaar en criticus, heet Lucy, een geblondeerde barmeid die naar New York is gekomen om, ja, om wat eigenlijk? Ach, dat is niet belangrijk. New York is hard, iets wat zowel Bennett als Engales aan den lijve zal ondervinden, maar ook gul voor nieuwkomers die bereid zijn armoede te lijden. Gul is ook het woord waarmee je Prentiss' stijl mag omschrijven. Hoewel ze sporadisch een capriool uithaalt - ze experimenteert met een lichaamsmetafoor die niet altijd werkt - toont ze een groot hart voor haar personages én de lezer. Soms wordt ze wat bloemig en haar beeld van New York is waarschijnlijk te goedhartig, maar een aantal leuke vondsten zoals de synesthesie van Bennett en de milde spotzucht waarmee ze de kunstscène in haar blootje zet, maken van haar Dinsdagnachten in 1980 aanstekelijk leesvoer. Misschien wordt het toch tijd voor een enkeltje New York. DINSDAGNACHTEN IN 1980 *** Molly Prentiss, (originele titel: Tuesday Nights in 1980), Querido, 328 blz., ? 19,99. RODERIK SIXCENTRALE ZINNEN: Op dat moment, op zijn allereerste dag, wist hij dat hij in New York zijn plek had gevonden, een plek voor de gestoorden, de gestranden en de waaghalzen, een plek waar medelijden onmogelijk kon bestaan omdat er te veel van nodig zou zijn.