Zijn vroegste muzikale herinneringen zijn The Rolling Stones en Eric Clapton. Voeg daar een van grassen, wouden, vogels en insecten vergeven jeugddecor aan toe, en verwonderen doet het niet dat Daniel Norgren (32) als muzikant zijn nest heeft gebouwd in rustieke deltablues, country, rammelrock en zelfs een beetje soul. Zo zijn er wel meer, geeuwt u, zelfs in Zweden. Juist, maar het segment dat zijn eerste gitaar uit een afvalcontainer heeft gevist, is toch uiterst klein. Dat is wat Daniel Norgren, een struis maar bedaard buitenmens, tekent: hij dicht dode materialen zoals rotsen, tafels, auto's of verhakkelde instrumenten een ziel toe. Voor zijn debuut Kerosene Dreams (2007) knutselde hij uit twee halve gitaren zelf een akoestische bas. Buck (2013) was een buiging voor zijn gelijknamige kaduke Volvo, genoemd naar schrijver Charles Bukowski, 'omdat die evenveel zoop'. En ook aan de oprechtheid van Alabursy en The Green Stone, het een-tweetje waarmee Norgren zich vorig jaar in de kijker speelde, viel geen ogenblik ...

Zijn vroegste muzikale herinneringen zijn The Rolling Stones en Eric Clapton. Voeg daar een van grassen, wouden, vogels en insecten vergeven jeugddecor aan toe, en verwonderen doet het niet dat Daniel Norgren (32) als muzikant zijn nest heeft gebouwd in rustieke deltablues, country, rammelrock en zelfs een beetje soul. Zo zijn er wel meer, geeuwt u, zelfs in Zweden. Juist, maar het segment dat zijn eerste gitaar uit een afvalcontainer heeft gevist, is toch uiterst klein. Dat is wat Daniel Norgren, een struis maar bedaard buitenmens, tekent: hij dicht dode materialen zoals rotsen, tafels, auto's of verhakkelde instrumenten een ziel toe. Voor zijn debuut Kerosene Dreams (2007) knutselde hij uit twee halve gitaren zelf een akoestische bas. Buck (2013) was een buiging voor zijn gelijknamige kaduke Volvo, genoemd naar schrijver Charles Bukowski, 'omdat die evenveel zoop'. En ook aan de oprechtheid van Alabursy en The Green Stone, het een-tweetje waarmee Norgren zich vorig jaar in de kijker speelde, viel geen ogenblik te twijfelen. DANIEL NORGREN: Dat ook, maar ik ben vooral heel koppig. Als ik mezelf doelen stel, wil ik ze ook halen. Anders word ik triest en bang. Dus in 2014 had ik me voorgenomen om in 2015 twee platen uit te brengen. Zomaar, ja. Misschien omdat ik wist dat ik de tijd zou hebben om te schrijven en op te nemen, aangezien er geen tournees op de agenda stonden. NORGREN: Het is een beangstigende gedachte dat al wie geboren wordt ooit moet doodgaan. Maar er schuilt ook geruststelling in. Het doet je relativeren, en je kunt er kracht uit putten. Ik ben niet gelovig, maar in die zin is Alabursy een religieuze plaat. Omdat religie is ontstaan uit dezelfde vragen, dezelfde oerangst om te sterven. Religie is een schild daartegen. Ik heb geen antwoorden, maar ik denk er wel veel over na. Mensen duiken op in je leven, en al even snel zijn ze weer weg, voorgoed. Wat, dat is het dan? Het leven is vaak zo klein en onbeduidend dat je er moeilijk de waarde van kunt inschatten. NORGREN:(grijnst) Geen van beide. Maar er zijn wel wat dingen gebeurd in mijn leven die in die plaat zijn geslopen. Iedereen heeft ups en downs, zo gaat dat. Voor mij is het in de eerste plaats een plaat over liefde. Maar ook weer over verlies. Ik had twee dierbaren verloren in een heel korte tijd. My Rock Is Crumbling gaat over een van hen: mijn huisbaas. Die was echt een rots in de branding voor mij. Wanneer iemand van zo'n kaliber wegvalt, moet je er wel iets over schrijven. Zo ben ik aan The Green Stone begonnen. NORGREN: Geboren en getogen. Het regent er constant. Nee, niet echt, dat is gewoon wat we graag geloven. 'Alweer regen, typisch.' (grinnikt) Weet je wat de mensen uit de streek over Boras zeggen? 'Ga er niet heen, daar gebeurt nooit iets.' Dat klopt dan weer wel: Boras is het omgekeerde van Las Vegas. Maar dat vind ik er net aantrekkelijk aan. Er zijn geen afleidingen. Plus: ik woon in een afgelegen huis dat groot genoeg is om onderdak te geven aan mijn orgelverzameling. Want het zijn net de grote, lompe exemplaren die je voor een appel en een ei kunt kopen, omdat ze bij andere lui alleen maar in de weg staan. The Green Stone is helemaal opgebouwd uit die orgels. Maar ook uit het gevoel dat ik er speciaal voor naar vlooienmarkten en veilingen getrokken ben, dat ik ermee thuisgekomen ben en ze een plaats heb gegeven. Die geur, ook. Ik heb al vaak gemerkt dat wanneer ik zo'n orgel opknap of herstel, het mij pardoes een song schenkt, of een mooi geluid. Alsof iets erin gewacht heeft op mij. Ziedaar het geheim van songschrijven: maak je instrument af en toe schoon. (lacht)NORGREN: Het is een steen waar ik tijdens het wandelen vaak voorbijkom. Ik had er ooit al een foto van genomen, toen op een ochtend de zon plots doorbrak en er het perfecte licht op wierp. Die foto, die steen, dat is voor mij: thuis. Ik hou ervan om dagdagelijkse geluiden op te nemen en te bewaren. Brandend hout, mijn voetstappen in het hoge gras, de rinkelende glazen uit mijn keuken, de wind in de schoorsteenpijp als het stormt, mijn auto die start. Wanneer ik lange tijd op reis ben, mag ik graag even gaan liggen om naar die bestanden te luisteren. Dan waan ik me thuis. (lachje)Vogelgekwetter maakt me rustig. In april en mei zijn vogels op hun levendigst. Als je dan een goeie plek vindt om al die klanken op te nemen, dan is dat een heel... meditatieve ervaring. Nu, ik haal ook veel inspiratie uit alleen rondrijden met mijn wagen. Vaak 's nachts. Opnieuw: dat ontspant me. Dat was het concept van Buck, een van mijn vorige platen. Alles wat daarop staat, is opgenomen in of rond die auto. Ik leg mezelf graag beperkingen op. Of een quotum: 'Volgend jaar twee platen, vriend.' Dat lokt me uit mijn kot, snap je. Die steen geeft mij betekenis, en omgekeerd. Dat noem ik: succes.DANIEL NORGREN Op 4/2 in de AB Club in Brussel, op 5/2 in de Roma in Antwerpen en op 6/2 in de 4AD in Diksmuide. Alle concerten zijn uitverkocht. DOOR KURT BLONDEEL'IK NEEM GRAAG DAGDAGELIJKSE GELUIDEN OP: BRANDEND HOUT, MIJN VOETSTAPPEN IN HET HOGE GRAS, RINKELENDE GLAZEN IN MIJN KEUKEN. WANNEER IK LANG OP REIS BEN, WAAN IK ME ZO THUIS.'