Eerste zin Ik ben Lacey Flint, zegt ze tegen zichzelf als de dageraad aanbreekt, en ze tilt eerst haar ene arm op en dan de andere.
...

Eerste zin Ik ben Lacey Flint, zegt ze tegen zichzelf als de dageraad aanbreekt, en ze tilt eerst haar ene arm op en dan de andere. Elk jaar vinden in de Theems in Londen 415 mensen de dood. Ruim dertig van hen zijn moeilijk te identificeren, wegens onherkenbaar, nooit als vermist opgegeven en/of illegaal in het land. Lacey Flint zwemt elke morgen in de Theems. Als agent bij de rivierpolitie weet ze hoe gevaarlijk dat is, maar na haar traumatische ontslag bij de recherche is de stroom haar troost en haar woonplek geworden. Ongemerkt doet ze dat niet: een mysterieuze andere zwemmer houdt haar voortdurend in de gaten. Op een ochtend vindt Lacey in het water het lichaam van een jonge Aziatische vrouw, vermoord maar respectvol in een lijkwade gewikkeld. Haar dood hangt samen met de steeds griezeliger 'cadeautjes' die de zwemmer op Laceys woonboot achterlaat. Dit complexe verhaal vraagt best wat geduld als je de eerdere Lacey Flint-boeken niet hebt gelezen, maar Bolton laat zelden een steek vallen en verleidt je met elk hoofdstuk om dieper in de troebele Theems te duiken, waar alle verhaallijnen bijna organisch samenkomen. De soepele dialogen, de meisjesachtige romantiek, de onverwachte humor en de prachtige sfeerschepping vormen een tegengewicht voor het lot van vele kwetsbare immigrantenmeisjes die in wereldstad Londen amper beter af zijn dan in hun thuisland.