Hilary Mantel
...

Hilary Mantel Signatuur (originele titel: Bring Up the Bodies), 384 blz., euro 22,95. Het vuistdikke Wolf Hall vormde de aftrap voor Hilary Mantels Tudortrilogie, waarin ze de schijnwerpers richt op de illustere Thomas Cromwell (ca. 1485-1540). In Wolf Hall schopte Cromwell het als zoon van een alcoholverslaafde smid tot de belangrijkste adviseur van koning Henry VIII, en meteen tot een van de meest gehate mannen van zijn tijd. In het collectieve Engelse geheugen leeft Cromwell tot de dag van vandaag voort als het meedogenloze brein achter de executie van Thomas More, als de perfide huwelijksmakelaar van Henry VIII en als de vileine slechterik die geen seconde aarzelde om loyale medestanders een mes in de rug te steken. Cromwells barslechte reputatie was de voornaamste aanleiding voor Mantel om zich in zijn leven te verdiepen: misschien zou uit haar research blijken dat het monster nog een paar goede eigenschappen had. Veel nieuwe elementen leverde dat niet op: Cromwell bleek 'even glad, welgedaan en tergend ongrijpbaar als een smakelijke pruim in een kerstpudding'. Niets stond de romanschrijfster in de weg om het beeld van de vertrouweling van Henry VIII naar haar hand te zetten. In Wolf Hall spijkerde Mantel het zwart-witbeeld van Cromwell alvast lichtjes bij en schilderde ze een man van vlees en bloed. Dat eerste deel van de trilogie startte in 1500 in Putney en eindigde in juli 1535 in Londen, op de dag van Thomas Mores executie. In Het boek Henry neemt Mantel de draad op in september 1535, ze eindigt in mei 1536 met de executie van koning Henry's tweede vrouw, Anne Boleyn, en met zijn nakende huwelijk met zijn derde vrouw, Jane Seymour. De koning wil Boleyn zo snel mogelijk dumpen omdat ze hem geen mannelijke troonopvolger kan schenken. Cromwell zoekt en vindt oplossingen voor Henry's probleem: na de 'bekentenissen' van hoftroubadour Mark Smeaton, een van Boleyns vermeende minnaars, wordt de koningin afgevoerd naar de Londense Tower. Hoe dieper Mantel zich in het personage van Thomas Cromwell ingraaft, hoe hardvochtiger hij lijkt te worden. De man van vlees en bloed raakt steeds meer geïnteresseerd in het vergieten van het bloed van anderen. Niet dat hij een sadistische pervert is: als 'meester-hofsecretaris' werkt hij in de eerste plaats in dienst van Henry VIII, al blijft hij er zich van bewust dat ook hij onderworpen is aan de nukken van de wispelturige koning. Mantel moet het bloed niet met liters tegelijk laten stromen om effect te sorteren. Zo beschrijft ze Smeatons ondervragingen in de Tower spaarzaam en suggestief: in plaats van de werking van de pijnbank te demonstreren, laat ze Cromwell vertellen hoe de beul de folterijzers alvast in het vuur legt. In afwachting van deel drie van de Tudortrilogie eindigt Het boek Henry met een voorlopige stand van zaken, in gedachten opgetekend door Cromwell, waarbij hij zich laat kennen als een immer praktische geest. Zo berekent hij dat de verkoop van wijlen Boleyns geconfisqueerde bezittingen genoeg zal opleveren om haar openstaande schulden aan haar bontwerker, zijdespinsters, apotheker, zadelmaker, stoffenverver, hoefsmid en speldenmaker in te lossen. Hij spreekt ook de hoop uit dat het honorarium van 23 pond van de Franse beul een eenmalige uitgave zal blijven. Last but not least rekent hij erop dat Henry hem tegen de zomer voor al zijn hand-en-spandiensten zal belonen met de titel van baron. Jan Stevenssleutelzin Zijn kinderen storten uit de lucht. Hij kijkt toe vanaf een paard, met kilometers Engeland glooiend achter zich.