In 1885, twintig jaar na de gebeurtenissen in Louisiana uit de vorige delen, zien we Zabo terug in Parijs. Ze woont in het dorpse Montmartre, waar de Sacré-Coeurbasiliek nog in volle aanbouw is en de bloedige...

In 1885, twintig jaar na de gebeurtenissen in Louisiana uit de vorige delen, zien we Zabo terug in Parijs. Ze woont in het dorpse Montmartre, waar de Sacré-Coeurbasiliek nog in volle aanbouw is en de bloedige onderdrukking van de socialistische Commune diepe sporen heeft nagelaten. Via gesprekken met het jonge Bretoense meisje Klervi, dat bij haar inwoont, lost Zabo druppelsgewijs wat ze tijdens een van de meest turbulente periodes van de geschiedenis van de hoofdstad heeft moeten doorstaan. Zoals het Bourgeon betaamt, is alles grondig historisch afgetoetst: niet alleen de plekken in Parijs, maar ook de liedjes, de negentiende-eeuwse straattaal en het Bretons dat Klervi met gouwgenoten blijft praten. Deze strip - met een uitgebreid notenapparaat aan het eind - bezwijkt dankzij de levendige personages niet onder het gewicht van de documentatie, maar de vertaler had een haast ondoenlijke opdracht.