De verschrikkelijke drilsergeant uit Full Metal Jacket (1987) heeft eindelijk zijn gelijke gevonden. Zijn naam is Fletcher en hij snauwt geen legerrekruten af, maar hyperambitieuze conservatoriumstudenten die zich nog harder afbeulen dan Robert De Niro in Scorseses Raging Bull (1980). En dat allemaal in de hoop ooit te kunnen meespelen in een prestigieus jazzorkest. Whiplash sloeg vorig jaar het Sundancefestival met verstomming, palmde vervolgens Cannes in en kan straks vijf Oscars binnenrijven, waaronder die voor beste film en beste acteur in een bijrol.
...

De verschrikkelijke drilsergeant uit Full Metal Jacket (1987) heeft eindelijk zijn gelijke gevonden. Zijn naam is Fletcher en hij snauwt geen legerrekruten af, maar hyperambitieuze conservatoriumstudenten die zich nog harder afbeulen dan Robert De Niro in Scorseses Raging Bull (1980). En dat allemaal in de hoop ooit te kunnen meespelen in een prestigieus jazzorkest. Whiplash sloeg vorig jaar het Sundancefestival met verstomming, palmde vervolgens Cannes in en kan straks vijf Oscars binnenrijven, waaronder die voor beste film en beste acteur in een bijrol. DAMIEN CHAZELLE:Ik kan niet ontkennen dat ik zeer ambitieus ben. Ook in dát opzicht is Whiplash een heel persoonlijke film. (grinnikt) Maar wat de Academy Awards betreft, ben ik allang blij dat ik erbij ben. CHAZELLE: Het scenario is voor een groot deel gebaseerd op mijn ervaring als jazzdrummer in een bigband op school. De orkestleider was meedogenloos. Repeteren werd een obsessie. Ik oefende zes uur aan een stuk op mijn eentje en ging dan nog naar de groepsrepetitie. Als ik niet repeteerde, luisterde ik naar jazz of las ik boeken over jazz. Ik ging slapen met jazz en stond ermee op, zeven dagen per week. Van al dat oefenen werd ik - gelukkig maar - een betere drummer, maar ik raakte er ook in opgesloten. Ik voelde me soms een gevangene, en niet alleen omdat zo'n repetitiekot op een cel lijkt. Op den duur heb je een innigere relatie met je instrument dan met de mensen om je heen. Dat soort valkuilen voor muzikanten heb ik willen laten zien. CHAZELLE: Ik hield mezelf voor dat ik geen professionele carrière nastreefde. Film kwam altijd op de eerste plaats. Drummen was tijdelijk maar daarom niet minder intens. In de laatste jaren van het middelbaar werd ik verliefd op jazzdrummen en ontdekte ik tot mijn scha en schande dat die liefde ook een duistere kant had. Ik liet er mijn slaap voor en sloeg maaltijden over om toch maar te kunnen drummen. Het bloed droop van mijn handen, maar ik bleef oefenen. Deels omdat ik bang was om tijdens de constante repetities en optredens niet te voldoen aan de verwachtingen. CHAZELLE: We horen het niet graag, maar angst is een uitstekende motivator. Angst motiveerde me om te blijven oefenen. De angst om te falen motiveert me nog altijd om tot het uiterste te gaan. Ik vrees dat we in onze naïviteit te veel focussen op positieve motivatie. Want of je dat nu goedkeurt of niet: we leven in een ontzettend competitieve samenleving. Zeker in de kunst zijn er veel meer gegadigden dan er plaatsen zijn. Je begint aan een opleiding uit een onschuldige, naïeve liefde voor muziek, film of dans, maar vervolgens is het vechten en concurreren om de beste te zijn en een van die schaarse posten te krijgen. Ik vraag me in Whiplash af wat dat met iemand als mens en als artiest doet. CHAZELLE: Ergens wel. J.K. heeft al eerder heftige personages gespeeld, denk maar aan zijn rol in de tv-serie Oz, maar dat is al even geleden. Hij staat zelden centraal, en dus diende de kans zich aan om de mensen van hun sokken te blazen. Het enige wat ik hem op voorhand gevraagd heb, is om zich niet in te houden wanneer muziekleraar Fletcher zijn duivels ontbindt. Ik wilde dat hij zich schor schreeuwde. Het mocht dierlijk zijn. Daar had hij wel oren naar. Hij bleek vooral een kei in het uitkiezen van zijn uitbarstingen. Enkele keren bleef hij kalm hoewel in het scenario stond dat hij moest schreeuwen. Slim, want zo bouwde hij op naar de grote explosies. Wist je trouwens dat hij muziekschool heeft gevolgd? Voor hij acteerde, wilde hij componist, dirigent en zanger worden. J.K. Simmons was geknipt voor de job én hij sloeg spijkers met koppen. CHAZELLE: Daar zou je wel eens gelijk in kunnen hebben. Ik heb in elk geval nooit een ander instrument overwogen. Drummen is fysiek: dichter bij boksen kom je niet. Om gedurende tien minuten tot 360 à 400 slagen per minuut te halen moet je sterk zijn. Dat kun je niet zomaar. Drummers pochen dan ook graag met hun maximale bpm (beats per minute). Maar dat is dwaas. Die bpm geeft niet aan of je een goeie drummer bent of niet. CHAZELLE: Ik vond het veel gemakkelijker om als drummer vooruitgang te boeken. Je neemt plaats achter de drums en oefent tot je erbij neervalt. Als regisseur kan ik wel oefenen op schrijven, storyboards opmaken en films analyseren. Ik kan zo veel mogelijk films bekijken en boeken doornemen, maar dan nog blijven er veel zaken over die je alleen maar op de set kunt leren. Dat is vervelend. In de hoogdagen van de Hollywoodstudio's regisseerden de groten twee tot drie films per jaar. Zo is Hitchcock Hitchcock geworden, zo boek je vooruitgang. Vandaag lukt het niemand om zoveel films te maken. Ik zal al heel blij zijn als ik films kan blijven maken. Hopelijk zing ik het nog even uit, want ik ben ervan overtuigd dat ik er alleen maar beter op ga worden. WHIPLASH Vanaf 18/2 in de bioscoop. DOOR NIELS RUËLLDaniel Chazelle 'IK LIET ER MIJN SLAAP VOOR EN SLOEG MAALTIJDEN OVER OM TOCH MAAR TE KUNNEN DRUMMEN. IK VOELDE ME SOMS ECHT EEN GEVANGENE.'