GEZIEN OP EDWARD HOPPER, GRAND PALAIS, PARIJS, TOT 28/1.
...

GEZIEN OP EDWARD HOPPER, GRAND PALAIS, PARIJS, TOT 28/1. Hoe komt het dat mensen jaar na jaar, decennium na decennium, en masse blijven aanschuiven voor Edward Hopper (1882-1969), de Amerikaanse sterschilder die ondertussen toch meer dan veertig jaar dood is? Officieel ligt het aan wat Hopper bijna altijd deed: het vastleggen van moderne eenzaamheid. Dat gevoel zou tot diep in onze 21e-eeuwse genen wortel hebben geschoten. Alleen zijn is al tijden de norm, en bij het zien van een Hopper zouden we massaal een gevoel van herkenning en verlichting ervaren. Dit gezegd zijnde, Hopper maakte gewoon ook hele goeie schilderijen. Zijn composities zijn gedurfd, zelden voorspelbaar en altijd raak. Hopper sprong uiterst handig om met ruimte en diepte én hij kon overweg met kleur. Zo bijvoorbeeld Room in New York, een van de - zonder overdrijven - talloze pronkstukken op de expo in Parijs. In het doek zitten een man en een vrouw nogal onbetrokken in een woonkamer. De man leest zijn krant, de vrouw raakt met één vinger een toets aan op de piano. Hij draagt een hemd en een vest, zij een elegante oranjerode jurk. Je krijgt de indruk dat Hopper de ruimte in de kamer kleiner maakte om de emotionele afstand tussen het stel intenser te doen lijken. De deur achter het tweetal is smal en hoog, net een ladder. De olijfkleurige muren en de rode accenten contrasteren mooi met het donkere raam waardoor Hopper naar binnen kijkt. Esthetisch verfijnd is het allemaal wel. Misschien, zo denk je dan, gaat het toch om een liefdevol stel dat rustig bij elkaar aan een tafeltje zit. Expliciet is Hopper immers zelden. Wat je ziet, is slechts een fragment van een langer verhaal, als een beeld dat je waarneemt vanuit een rijdende trein. En daar zit het hem. Room in New York roept in één keer een complex idee op over het wel en wee van een relatie. In een oogwenk zien we een stel, gevangen in een leven dat krap om hen heen zit. Dat subtiele ensceneren met kleur, ruimte en lichaamstaal blijft opmerkelijk, ook al zijn we inmiddels tachtig jaar verder. Naar verluidt maakte Hopper graag avondlijke wandelingen. Binnenkijken deed hij ook, en zo is het idee van het tweetal in het venster tot stand gekomen. Room in New York en andere parels zijn te zien op een uitvoerig overzicht in Le Grand Palais. Hopper woonde overigens ooit bijna een jaar in Parijs. Reken maar dat de Fransen dat niet over het hoofd hebben gezien. ELS FIERS