Door Jo Smets
...

Door Jo SmetsGesitueerd in 1957, vertelt McGraths roman in de eerste persoon het verhaal van een schim van een man, een eenzame figuur die teruggekeerd is naar de Londense East End na een verblijf van 20 jaar in wat hij 'Canada' noemt (de plaats kon niet toepasselijker zijn gekozen). Zijn naam is Dennis Cleg, maar zijn moeder noemde hem Spider. Dennis heeft een verontrustend zelfbeeld: als hij door de verlaten straten van Londen sloft en een glimp van zichzelf opvangt, het flanel van zijn kleren rondom zijn draaddunne lijf ziet wapperen, lijkt het wel of er niets in zijn kleren zit. Voor Dennis is het alsof hij uit 'niets' bestaat en zijn kleren zich vastklampen aan een idee van een man, terwijl de man zelf ergens anders is, naakt. Vanuit het pension waar hij voorlopig een onderkomen vindt, begint hij aan een terugtocht in de tijd, terug naar zijn jeugd in Kitchener Street 27, waar hij met zijn vader en moeder een huis met vier kamers bewoont. Gezeten aan zijn tafeltje onder de zolder van het pension, terwijl uit het peertje aan het plafond stemmen lijken te komen en in zijn buik 'the worm and the spiders' groeien, daalt hij langzaam af in een psychotische hel. Hij dwaalt door de straten van Londen, is geobsedeerd door een gasfabriek en 'herbeleeft' zijn extreem trauma, een vreselijke geschiedenis met zijn vader, zijn moeder en een hoer. Voor hen die nog weinig weten over Cronenbergs nieuwste film (in competitie op het Cannesfestival) mag al duidelijk zijn dat Spider voor mensen en de orde van de Arachnidae niet zal zijn wat The Fly voor onze soort en de orde van de Diptera was. Er is heus wel goud te vinden in de vergelijking (en in de natuurlijke relatie tussen spinnen en vliegen), want de twee films resumeren de artistieke evolutie die de Canadees heeft doorgemaakt: van de horror van het uitwendige naar de huiver van het inwendige. Als de roman (samen met enkele onthullingen over het script) model staat voor de film, zal Spider tot op het einde mens blijven. Dat betekent niet dat hij niet het gedrag van spinnen nabootst: hij houdt van de schaduwen, spookt van verdieping tot verdieping in het pension, zoekt de donkere, vochtige en verlaten hoeken en straten van de stad op. 'After all', zegt hij, 'I am the Spider of London.' En misschien zit de mutatie wel in de film zelf, die zou zijn opgebouwd als een puzzel van traag terugkerende, dubbelzinnige herinneringen, de geheugenflitsen van een kleine achtpoot die in zijn eigen web gevangenzit. In 2000 vond Cronenberg het script (van McGrath zelf) in zijn brievenbus, met een briefje van Ralph Fiennes' agent waarin die beschreef hoe graag Fiennes de rol van Dennis Cleg of Spider wou spelen. Het script deed al een paar jaar de ronde, maar de Hollywoodacteur bleef er zich met ongewone energie aan vastklampen. Cronenberg aarzelde, want hij heeft zijn scripts graag maagdelijk, zonder dat hij bij het lezen al een gezicht kan invullen met een acteur. Hij had McGraths boek niet gelezen en kende ook producente Catherine Bailey (van Capitol Films, Londen) niet. Van bij de eerste pagina echter werd in zijn geest een verbintenis gesmeed met McGraths personage Spider, ook al omdat de toon van het script hem heel erg Beckettiaans leek en hij met andere geesten als Freud en Nabokov tot een echte 'exchange of ideas' zou kunnen komen. Bovenal was het de volharding en het talent van Fiennes die hem overtuigden om na het zelfgeschreven eXistenZ opnieuw een literaire adaptatie te beginnen (vóór eXistenZ maakte hij Naked Lunch, M. Butterfly en Crash, respectievelijk naar William Burroughs cultboek, David Henry Hwangs toneelstuk en James G. Ballards roman). Hoewel Cronenbergs jeugd en opvoeding nergens gelijkenissen vertonen met de kwade droom die Spider oproept, kon de regisseur zich vinden in diens reis van analyse, eenzaamheid en angst. Lezers die veeleer afgeschrikt worden door het werk van de Canadees zouden denken dat de mentale verbinding behoorlijk logisch is: de patronen van erg specifieke, neurologische combinaties in Cronenbergs brein (die een schokkend, controversieel oeuvre opleverden) verschillen wellicht niet zoveel van die in Spiders hersenen. Maar het verhaal van Spider is er een waarvoor elke min of meer vatbare mens empathie kan opbrengen. Spiders stem mag dan wel schreeuwen als die van een man die in de doodskist van zijn eigen geest zit opgesloten, ze echoot evenwel voor de hele mensheid.Interne monoloogHet scheelde niet veel of de film was lelijk gecrasht vorig jaar, weken voor de opnamen hadden moeten starten. Financiële partner Cobalt Media Group trok zich plots terug, nadat het project eerder al was afgewezen door het Canadese Alliance Atlantis. Maar de film stond snel weer op de sporen, gefinancierd door Capitol Films, Artists Independent Network en Grosvenor Park (waar Martin Katz, producent van Michael Winterbottoms The Claim, zich als executive producer opwierp). Na een draaiperiode van drie weken in Londen, vooral voor buitenopnamen, verkasten cast en crew naar Toronto's Cinespace Studio, waar setontwerper Andrew Sanders het pension had gecreëerd waar Spider huist en dat geleid wordt door een zekere Mrs. Wilkinson ('the woman has the same last name as the woman responsible for the tragedy that befell my family twenty years ago', merkt Spider op). Cronenberg vervolgde zijn samenwerking met meesterfotograaf Peter Suschitzsky en omringde zich met een prachtige cast: Fiennes in de hoofdrol, Gabriel Byrne als zijn vader, Miranda Richardson in een dubbelrol en de 10-jarige nieuwkomer Bradley Hall als de jonge, gekwelde Dennis.De vraag die tot voor kort op ieders lippen lag, was de volgende:hoe zou Cronenberg Spiders interior monologue vertalen naar het scherm? Over literatuuradaptatie heeft de man in elk geval geen lessen te leren. Hij liet McGrath het script herschrijven volgens zijn visie. Dat betekende onder meer dat de voice-over en de veelvuldige stemmen werden geschrapt en dat de aanpak puur cinematografisch werd: het verhaal visueel vertellen, dat was cruciaal. Zich nestelend in de freudiaanse idee dat de mens een toeschouwer is van zijn verleden, laat Cronenberg Spider zichzelf in het verleden observeren, een radicale, mogelijk briljante oplossing die hij al toepaste in The Dead Zone, waarin Johnny Smith (Christopher Walken) zelf fysiek aanwezig is in de visioenen van verleden en nakende doem. Want Spiders verhaal is er op de eerste plaats een van het visueel opnieuw oproepen van zaken en plaatsen uit het verleden, over het onvermogen te zien wat er 'werkelijk' is gebeurd en over het uiteindelijk onder ogen moeten zien van 'de waarheid'. Cronenberg zelf ziet zijn psychologische thriller als een 'classic of horror', niet 'in a supernatural sense', maar op een toon die 'personal, earthy, freudian' is (zo vertelt hij in het horrormagazine Shivers). Speciale effecten zijn tot een minimum gereduceerd, zeer naar zijn zin en wellicht als reactie op de CGI-boom. Hoewel het script werd geschreven 'in a very sparse, cinematic way', stelt hij: 'the most important thing was the dialogue'. In Becketts Endgame vraagt Clov aan Hamm: 'What is there to keep us here?' Waarop Hamm antwoordt: 'The dialogue.' Precies de dialoog ontbreekt eigenlijk in Spiders versplinterde universum, gevuld met agressieve, niet-dialogische stemmen en ambigue herinneringen. Spider kan niet met anderen communiceren, wordt geplaagd door 'this business of the thought patterns', de gedachten van anderen die zijn geest innemen (een gegeven dat zo ook uit Scanners lijkt gelicht). Er is niemand om mee te praten, vooral ook omdat er niets meer overblijft van Dennis of Spider. Als kind had hij nog een dialoog met zijn moeder, met wie hij verbeeldingsspelletjes speelde. Maar zelfs dan al wordt de mooie beschrijving van een vrouwtjesspin die een eitjeszak weeft alleen geliefd vanwege het einde. Als Spider vraagt wat er met de spin gebeurde, vertelt zijn moeder dat ze na haar werk gewoon wegkruipt, zonder één keer om te kijken. De taak zit erop, ze heeft geen zijde meer, ze is helemaal uitgedroogd en leeg. De spin kruipt weg en sterft.