K20, KUNSTSAMMLUNG NORDHEIN-WESTFALEN
...

K20, KUNSTSAMMLUNG NORDHEIN-WESTFALENGRABBEPLATZ 5 IN DUSSELDORF, TOT 19 FEBRUARI. Henri Matisse (1869-1954) gaf ooit de volgende raad aan kunstenaars-in-wording: 'Sluit de ogen en houd vast wat overblijft, zo kun je voortgaan op de kracht van je gevoel'. Een techniek als een andere, maar bij Matisse resulteerde het geregeld in een elegant, krullerig pareltje. De retrospectieve Figure Color Space geeft perfect weer hoe hij het zag, hoe hij zocht en hoe hij op gezette tijden met een meesterwerk naar buiten kwam. Figure Color Space is qua opzet behoorlijk formeel: de schilderijen zijn strikt chronologisch gerangschikt en de aandacht gaat grotendeels naar de manier waarop Matisse composities bij elkaar schikte. Wie een rondleiding volgt, mag zich verwachten aan de nodige uitleg over de verdeling van het vlak en de schikking van de ruimte. Dat zorgt weliswaar voor een inzicht in het oeuvre, maar ook voor een nogal stijve benadering. Niettemin heeft Figure Color Space nog twee andere missies. De tentoonstelling gaat integraal over het geliefkoosde thema van Matisse - de vrouw in het interieur - en hoopt daarnaast komaf te maken met het burgerlijke imago van de man. Die koppeling loopt wat mank, maar anderzijds komt de menselijke kant van de zaak zo iets meer uit de verf. Matisse keerde zijn leven lang terug naar vrouwen die in een salon gedrapeerd lagen, met of zonder textiel, maar altijd passief: wachtend, dromend, lezend of slapend. Steeds gebruikte hij vrouwenfiguren als props in een compositie, zoals een stoel of een cactus in een decor. Daarbij hanteerde hij wel eens een hiërarchie waarin eerst de tafel, dan het tapijt, dan een plant en uiteindelijk de vrouw aan bod kwam. Ook visbokalen werden soms complexer uitgewerkt dan vrouwenfiguren, maar daar had Matisse een goede reden voor. Hij vond immers dat zijn blik te vergelijken viel met die van een vis, en dat hij interieurs weergaf zoals een vis vanuit een aquarium. Dat Matisse geen burgerlijke schilder was, is dan weer andere koek. Zijn onderwerpkeuze alleen werkt al tegen hem, en ook zijn streven naar een 'religieus levensgevoel' kan je moeilijk onthutsend noemen. Je leest wel eens dat kunstenaars als Matisse en Picasso de belichaming waren van a maleness that belongs to genius, maar dat is een argument dat dezer dagen alleen nog in rusthuizen door de beugel kan. Ook een zaaltje met foto's bewijst bepaald niet dat Matisse er een uitzinnige levensstijl op na hield. Behalve de talrijke foto's van rijk gestoffeerde en zonovergoten interieurs is er ook een reeks te zien over 'de kunstenaar en zijn model' (Brassaï). Daarin zit een deftige, patriarchale Matisse tekeningetjes te maken van een naakt meisje dat vlak voor zijn neus sensuele poses aanneemt. In een portret van Gisèle Freund zit een Matisse-op-leeftijd nors te kijken met een breiwollen mutsje op zijn hoofd en een dure, gouden horloge rond zijn pols. Niet burgerlijk? Sinds de vergelijkende blockbuster Picasso/ Matisse (onder meer in het MoMA, 2003) worden de twee grondleggers van het moderne beeld voortdurend tegen elkaar afgewogen. Bij beide kunstenaars spelen vrouwen een cruciale rol, maar een mens durft zich wel eens af te vragen of de maniak Picasso in dit verband toch niet iets eerlijker was. Els Fiers