Dat had hij toch maar mooi voor elkaar gekregen. Hij had het altijd een slimme zet gevonden om op zijn Wikipediapagina te laten noteren dat 'Geert Hoste de stamvader van de stand-upcomedy in Vlaanderen' is. Wie er ooit aan dacht een programma te maken over 'de grootste, meest succesvolle komieken van Vlaanderen', kon niet om hem heen. Researchers zouden zich altijd vasthaken aan die eerste zin op zijn Wikipedia-pagina.
...

Dat had hij toch maar mooi voor elkaar gekregen. Hij had het altijd een slimme zet gevonden om op zijn Wikipediapagina te laten noteren dat 'Geert Hoste de stamvader van de stand-upcomedy in Vlaanderen' is. Wie er ooit aan dacht een programma te maken over 'de grootste, meest succesvolle komieken van Vlaanderen', kon niet om hem heen. Researchers zouden zich altijd vasthaken aan die eerste zin op zijn Wikipedia-pagina. Nu was het zover. De nationale televisie zou langskomen - niet dat dat voor hem een nieuwe ervaring was, haha, hij was de enige die al jarenlang het jaar mocht afsluiten op televisie - maar ditmaal zou het meerwaardenet aanbellen, en dat was een publiek dat niemand ooit had kunnen grijpen. Zelfs hij niet, met zijn als Choco Prince verpakte humor. En dus zocht hij een ruimte met uitstraling, met zolderingen zo hoog dat ze niet in beeld te brengen waren. Hij zou in het midden van die ruimte zitten. Op een stoel. Statig. Koninklijk bijna. Ja, koninklijk, dat was een goeie. Hij belde zijn boekhouder. ''t Is goed', zei die in onversneden West-Vlaams. 'Je mag de bibliotheek gebruiken. Daar komt toch nooit iemand.' Hoste was er klaar voor. Met het linkerbeen stijlvol over het rechter gedrapeerd, de handen op de knie gevouwen, ging hij bedachtzaam in op de vragen die al zovele jaren onbeantwoord waren gebleven. Dat het niet te kritisch moest worden, dat hadden ze op voorhand afgesproken. Nee, het moest een gezellig programma worden, zoals Hoste zelf was, een gezellige, eenvoudig gebleven, hard-werkende Vlaming. Om het contrast met het natuurlijke licht dat Hoste uitstraalt groot genoeg te maken, hadden de programmamakers alle andere gesprekspartners in de duisternis van een verlaten café, een lege theaterzaal of ergens in een verdomhoekje achter de schermen gezet. Ook voormalig premier Yves Leterme. Sinds hij voormalig is, komt hij graag op tv uit angst om voor altijd voormalig te zijn. Daar zat hij. Op een wankel krukje, met een even wankele grijns en niet goed wetende over wie of wat hij het precies had. Hij diepte dan maar een speech op die goed scoorde bij het Nieuwe Vlaanderen van Alleen maar zakenmannen. 'Dat hij een echte brand heeft uitgebouwd. Het is sterk Vlaams ondernemerschap van de bovenste plank met veel innovatie, research & development, productontwikkeling.' Voor een programma over humor doet Helden van de lach opvallend zijn best om zo saai mogelijk te zijn. 'Of het niet tijd wordt om het over iets anders te hebben dan over het koningshuis?' Nee, dat vroeg blijkbaar niemand zich af. Ooit zaagde Hoste nochtans écht aan de poten van het gezag. Hij maakte het radioprogramma De autonome prefectuur, waarin hij de actualiteit van de nodige absurde kanttekeningen voorzag. Niet de makkelijkste weg om een breed publiek te vinden - vraag maar aan de makers van De ideale wereld. En kijk, wat met snedige humor over het hier en nu niet lukte, ging met ginnegappen over prins Filip schijnbaar vanzelf. Hoste bereikte een publiek. Een publiek dat groeide. Een publiek dat chic werd. Een publiek van zakenmensen, politici, BV's. Maar onderweg moet Hoste uit het oog verloren zijn dat een komiek ophoudt met komiek te zijn als hij onderdeel wordt van de klasse waarmee hij lacht. Hoste is al lang geen uitdager van het establishment meer, hij ís establishment. Waarom hij zijn scherpte verloor? Helemaal in het begin lichtte hij zelf een tip van de sluier. 'Succes', smakte hij. 'Succes is zo verslavend. Daarvoor doe je het.' **, woensdag, 20.40, Canvas DOOR TINE HENSHELDEN VAN DE LACH DOET OPVALLEND ZIJN BEST OM ZO SAAI MOGELIJK TE ZIJN.