ARTISANAAL

Zo'n twintig jaar geleden, na Toy Story, viel de hele wereld voor computeranimatie. Héél de wereld? Neen, één Japanse regisseur hield hardnekkig vast aan het oude ambacht: Hayao Miyazaki bleef met de hand tekenen. Artisanaal is bij hem geen eufemisme voor amateuristisch, maar synoniem met ambachtelijk vakmanschap. Hoewel hij in een commerciële omgeving opereren moest, heeft Miyazaki er altijd op gestaan de grootst mogelijke technische kwaliteit te brengen. Tégen computers is hij niet. Sinds Princess Mononoke (1997) gebruikt hij cgi (maar nooit meer dan 10 procent) om zijn tekenfilms eleganter te maken. Hij berust er wel in dat zijn stiel aan het uitsterven is. 'De wereld gaat verder. Cgi kan de menselijke hand evenaren of zelfs overtreffen, maar het is veel te laat voor mij om dat nog uit te proberen.'
...

Zo'n twintig jaar geleden, na Toy Story, viel de hele wereld voor computeranimatie. Héél de wereld? Neen, één Japanse regisseur hield hardnekkig vast aan het oude ambacht: Hayao Miyazaki bleef met de hand tekenen. Artisanaal is bij hem geen eufemisme voor amateuristisch, maar synoniem met ambachtelijk vakmanschap. Hoewel hij in een commerciële omgeving opereren moest, heeft Miyazaki er altijd op gestaan de grootst mogelijke technische kwaliteit te brengen. Tégen computers is hij niet. Sinds Princess Mononoke (1997) gebruikt hij cgi (maar nooit meer dan 10 procent) om zijn tekenfilms eleganter te maken. Hij berust er wel in dat zijn stiel aan het uitsterven is. 'De wereld gaat verder. Cgi kan de menselijke hand evenaren of zelfs overtreffen, maar het is veel te laat voor mij om dat nog uit te proberen.' Schattig, pluizig, vrolijk, eng... Miyazaki's beestenboel is gevarieerder dan de doorsneezoo. In het creëren van vreemdsoortige creaturen kent hij zijn gelijke niet. Neem nu de mascotte van Ghibli, de animatiestudio waaraan Miyazaki's naam onlosmakelijk verbonden is. De zeer knuffelbare ovale bosgeest Totoro - uit My Neighbor Totoro (1988) - is in Japan geliefder dan Mickey Mouse of Winnie de Poeh. De Kat-Bus uit diezelfde film zullen we ook niet snel vergeten, net als de prehistorische reuzeninsecten uit Nausicaä of the Valley of the Winds (1984) of de enorme wolf die princes Mononoke berijdt. In Spirited Away (2001), goed voor een Oscar en een Gouden Beer, lopen de groteske figuren elkaar voor de voeten. Favorieten: de kraai met het vrouwenhoofd, het man-insect, de bezielde zwarte blubber en het gezichtsloos monster. Achter Miyazaki's kleurensymfonieën schuilt een donker mensbeeld. Aan de catastrofes uit zijn verhalen valt - voor zover niet al gebeurd - niet te ontsnappen. In kinderfilm Ponyo (2008) zuivert een apocalyptische zeestorm de verontreinigde kust. In het postapocalyptische fantasyepos Nausicaä of the Valley of the Winds tracht de pacifistische prinses Nausicaä te voorkomen dat twee rivaliserende werelden elkaar ten gronde richten. The Wind Rises toont de aardbeving en de daaropvolgende brand die Tokio in 1932 vernielde. Miyazaki heeft zich ooit laten ontvallen dat hij de verzwelging van die metropool verwacht en dat er naar zijn mening niets te redden valt. Om hun publiek diets te maken dat Miyazaki een grote regisseur is, gewagen journalisten vaak van de oosterse Walt Disney. Miyazaki vindt dat niet leuk. Met rede. Oké, allebei verstokte rokers, allebei excellerend in traditionele animatie, maar de verschillen springen ook in het oog. De anticommunistische Amerikaan bouwde een imperium uit met entertainment voor kinderen en regisseerde zelf amper langspeelfilms. Het leven van de voormalige marxist Miyazaki staat volledig in het teken van animatie. Doorgedreven merchandising en andere commerciële afgeleiden houdt hij bewust af. Is in zowat elke Disney-film goed en kwaad duidelijk afgelijnd, dan heeft de Japanner een bloedhekel aan dergelijk simplisme. Het Amerikaans bedrijf staat wel in voor de distributie van zijn films. In de ogen van Disney-Pixar-opperhoofd Lasseter is hij 's werelds grootste levende animator. Ponyo, Nausicaä of the Valley of the Wind, Princess Mononoke: Miyazaki's oeuvre ademt een grote ecologische bekommernis. De mens leeft in zijn ogen niet meer in harmonie met de natuur en doet haar veel geweld aan. Doorgedreven industrialisering en losgeslagen technologische vooruitgang ziet hij met lede ogen aan. Miyazaki leunt bij het shintoïsme aan. In die kenmerkende Japanse natuurgodsdienst spelen kami een hoofdrol: aan een plek of natuurverschijnsel verbonden natuurgeesten. Totoro is maar een van Miyazaki's figuren die daaraan verwant zijn. In Princess Mononoke is een goddelijk hert de verpersoonlijking van het bedreigde magische woud. Goddelijke bossen, wandelende, zuchtende en puffende kastelen, metamorfoses, zwevende eilanden, feeërieke natuurlandschappen en vreemde droomwerelden: op Miyazaki's verbeeldingskracht staat geen maat. De formidabele fantast liet zich daarbij inspireren door bekende kinderboeken, sprookjes en Japanse legendes en folklore, maar kopieerde zelden of nooit. Hoewel hij zijn fabels zelf verzint, voelen ze vaak aan alsof ze eeuwenoud zijn. De Japanse grootmeester Akira Kurosawa (yep, die van Seven Samurai), een grote fan van de Kat-Bus uit My Neighbor Totoro, benijdde hem om de vele figuren en taferelen die in liveaction onmogelijk zijn. Een animatiefilmer wordt enkel beperkt door de grenzen van zijn verbeelding. Daar heeft Miyazaki zijn voordeel mee gedaan. In 1985 richt Miyazaki met Isao Takahata Studio Ghibli op - genoemd naar een woestijnwind en een Italiaans vliegtuig uit de Tweede Wereldoorlog. Ze werken al sinds de jaren zestig voor verschillende grote studio's en zijn de series (Conan, Heidi) voor televisie beu, net als de totale desinteresse voor hun filmprojecten. Een eigen studio staat hen toe om eindelijk de films te maken die ze willen maken en de kwaliteit te brengen die ze willen brengen, zonder zich daarvoor te hoeven verantwoorden. Een voorwaarde is dat elke film genoeg winst oplevert om een volgend project te financieren. De eerste film Castle in the Sky (1986) doet het redelijk. My Neighbor Totoro en Grave of the Fireflies (1988) maken indruk. Na het grote succes van Kiki's Delivery Service (1989) is Studio Ghibli voorgoed gelanceerd. Voor iemand van zijn allure is er bitter weinig geweten over Hayao Miyazaki zelf. Hij geeft zelden interviews en leidt een kluizenaarsbestaan. Miyazaki, geboren op 5 januari 1941 in Tokio, groeit op in het zwaar door de verloren wereldoorlog getekende Japan. Zijn vader leidt een bedrijf in de vliegtuigbouw. Tuberculose kluistert zijn moeder jaren aan het bed. De jongen verslindt de manga's van de grote Osamu Tezuka en verfijnt zijn tekenkunst door dagen- en nachtenlang vliegtuigen te tekenen. Op een kunstacademie hebben ze hem nooit gezien. In 1963 kan hij aan de slag bij animatiestudio Toei. Hij werkt zich in de sector snel op. De oprichting van Studio Ghibli in de jaren tachtig is een scharniermoment in zijn leven. Miyazaki loopt zijn wapenbroeder, vriend en eeuwige animatierivaal Isao Takahata in de jaren zestig tegen het lijf bij Toei Animation. Hols: Prince of the Sun (1968) is de eerste in een lange rij films en tv-series die Miyazaki en Takahata voor verschillende studio 's maken. Samen maken ze later van Studio Ghibli een keurmerk. Dat ze allebei sterke persoonlijkheden zijn, met een eigen visie en manier van werken, wordt mooi geïllustreerd door de films die ze eind jaren tachtig uitbrengen. Miyazaki scoort met de lieve kinderfilm My Neighbor Totoro. Takahata maakt het snoeiharde Grave of the Fireflies (1988), een onvergetelijke blik op de wreedheid van oorlog door de ogen van een veertienjarige jongen die met zijn zusje van vier Japans donkerste uren moet overleven. Miyazaki blijft het herhalen: 'Animatie is groepswerk.' Een van de geheimen van het succes van Studio Ghibli is dat hij en Takahata zich omringen met animatievaklui die vast in dienst zijn. Twee namen verdienen daarbij een aparte vermelding. Toshio Suzuki is sinds jaar en dag de producer van Miyazaki en leidde jarenlang de studio die hij mee hielp oprichten. En sinds Nausicaä is Joe Hisaishi - op wie ook Takeshi Kitano het liefst een beroep doet - de huiscomponist. Met zijn symfonieën en melancholische oorwurmen draagt hij in belangrijke mate bij tot het effect van Miyazaki's lyrische films op de kijker. In de meeste gevallen spelen kinderen of adolescenten de eerste viool in de films van Miyazaki. Naïef, spontaan en onschuldig staan ze open voor de wonderen van de wereld en gaan ze enthousiast op verkenning. Gepamperd worden ze niet. Hindernissen, rampen, zware tegenslag en verlies zijn inherent aan het leven. Zelf verantwoordelijkheid opnemen, is de boodschap. Jonge hoofdpersonages maken het een jong publiek makkelijk om zich met hen te identificeren. Daaruit afleiden dat Miyazaki voor kinderen werkt, zou fout zijn. Hij snijdt complexe onderwerpen aan die je in een Disney nooit tegenkomt en werkt voor alle leeftijden. Een Miyazaki herken je aan de landschappen. Vaste prik zijn prachtige tableaus van heuvelland, oeroude bossen en andere groene oases van rust en kalmte. Wind, kabbelende beekjes of vogels doorbreken de stilte en de kleur spat van het scherm. Net als Terrence Malick draait Miyazaki zijn hand niet om voor schijnbaar overbodige opnames van wiegend gras, voorbijdrijvende wolken en andere wonderbaarlijkheden waarin de natuur gul voorziet. Het subtiele tekenwerk, de uitgekiende compositie en de delicate sfeer en emotie sluiten aan bij de Japanse traditie van landschapsschilderijen. 'Animatie zou een mysterieuze ervaring moeten zijn', vindt Miyazaki. 'Ik wil mijn publiek bijbrengen dat de wereld vol verborgen kanten zit en veel complexer in elkaar steekt dan het gewoonlijk te horen krijgt. Het hoeft niet altijd alles honderd procent te snappen.' Begin jaren tachtig kan Miyazaki voor het eerst echt zijn ding doen en verfilmt hij Nausicaä of the Valley of the Wind, de manga waar hij jaren aan werkte. In een postapocalyptische wereld leeft de mensheid noodgedwongen in kleine nederzettingen. De jungle is te giftig voor de mens. In plaats van de vijandige natuur te vernietigen, probeert prinses Nausicaä haar te begrijpen. Enkele karakteristieken van Miyazaki's cinema tekenen zich daarin af: een charismatische heldin, een ernstig conflict tussen mens en natuur, tot de verbeelding sprekende decors, wezens die getuigen van een grote fantasie. De waanzin van oorlog en de zinloosheid van geweld is een ander thema dat Miyazaki regelmatig aanraakt. Hij was vier toen de Amerikanen kernbommen dropten op Hiroshima en Nagasaki. In Castle in the Sky wordt het massavernietigingswapen van het zwevend eiland Laputa omschreven als 'het vuur dat Sodom en Gomorra vernietigde in het Oude Testament'. Het postapocalyptische landschap in Nausicaä ontstond na 'zeven dagen vuur'. Na de onthoofding van de bosgeest/het hert in Princess Mononoke ontstaat een akelige zwart-rode wolk die alles op haar weg vernietigt. Het scherpst articuleert Miyazaki zijn antioorlogsgevoelens in Howl's Moving Castle (2004). In puur kwaad gelooft hij overigens niet: zijn helden zijn geen heiligen, en booswichten en kwade geesten zijn ook in staat tot het goede. Met dit betoverende ecologische epos daagt het eindelijk ook Europa en Amerika dat Miyazaki heel wat in zijn mars heeft. Het titelpersonage mag dan een prinses zijn, het is bepaald geen poppemieke dat op haar held wacht. Zo moeilijk als de Amerikaanse animatiestudio's het hebben om met boeiende heldinnen op de proppen te komen, zo kwistig strooit de Japanner ze in het rond. Nausicaä, Kiki, Mononoke, Chihiro: het zijn intelligente, dappere, avontuurlijke meisjes die de wereld met open vizier tegemoet treden en de mouwen opstropen om een geweldloos einde te maken aan oorlog, ecologische rampen en andere crisissen. Door het hele machogedoe achterwege te laten houdt Miyazaki ook het begrip heldhaftigheid tegen het licht. En zijn toekomstbeeld is somber, maar de onbevangenheid van zijn jonge heldinnen wettigt enige hoop dat komende generaties het er beter zullen afbrengen. Wie is er het vaakst teruggekomen op aangekondigde pensioenplannen, Steven Soderbergh of Miyazaki? De Japanner zou al stoppen na Princess Mononoke, in 1997. Had hij zich aan zijn woord gehouden, er was nu geen Spirited Away, Howl's Moving Castle, Ponyo of The Wind Rises. Afgelopen september kondigde de toen al 72-jarige regisseur voor de zoveelste keer zijn afscheid aan. 'En deze keer is het menens!' Het steekt de notoire workaholic tegen dat hij maar zeven uur per dag meer kan werken in plaats van de veertien uur van weleer. Zo heeft The Wind Rises hem vijf jaar werk gekost. Sinds die nieuwe aankondiging van zijn pensioen heeft zijn producer Suzuki op televisie echter al laten vallen dat Miyazaki het tekenen niet kan laten. Zo werkt hij aan een samuraimanga die er al even rijk en doorwrocht uitziet als zijn andere werk. Miyazaki is een strenge observator van het hedendaagse Japan, die zijn landgenoten er meer dan eens op gewezen heeft dat hun gebrek aan eerbied voor de natuur hen duur te staan zal komen, hij belijdt openlijk zijn antimilitarisme en uit even publiek zijn bezwaren tegen kernenergie. Het maakt hem er allemaal niet minder geliefd op. Japan draagt hem op handen, schat hem even hoog in als Van Gogh, daagt massaal op voor zijn films. Met dertien miljoen schoven ze aan voor Princess Mononoke, met 23 miljoen voor Spirited Away. Met Spirited Away wilde Miyazaki zijn landgenoten tonen dat ook Japan een rijke cultuur en geschiedenis heeft, 'iets wat Japanners snel vergeten'. In eigen land sneuvelen alle kassarecords, maar ook elders is het feest. De film wint zowel de Gouden Beer in Berlijn als de Oscar voor beste animatiefilm. Animefans moeten Miyazaki voortaan delen met een breder publiek. Spirited Away toont de transformatie van een verwend stadskind in een jonge wereldwijze vrouw, maar is meer dan een initiatieverhaal. In een verlaten pretpark in de natuur staat de tienjarige Chihiro er alleen voor nadat haar ouders in varkens veranderd zijn. Het vervolg is nauwelijks na te vertellen. Miyazaki verlaat het klassieke verhaal, gunt zichzelf extra veel dichterlijke vrijheid en dompelt de kijker onder in een wereld van geesten en demonen die de onze in vraag stelt. Technologische hoogmoed en machtswellust veroorzaken veel kwaad in zijn oeuvre, maar dat maakt van Miyazaki nog geen reactionaire tegenstander van vooruitgang of technologie. Wat telt, is wat je ermee aanvangt. Het wandelende kasteel in Howl's Moving Castle is bijvoorbeeld een knap staaltje technisch vernuft. De schade die grote vliegende oorlogsmachines aanrichten, is dan weer afgrijselijk. The Wind Rises is het verhaal van een geniale ingenieur die onvermoeibaar zoekt naar ideale vliegtuigontwerpen. Zijn Mitsubishi A6M, het bekende Zero-jachtvliegtuig uit de Tweede Wereldoorlog, is wel dé moordmachine van het Japanse leger. Er schuilt een professor Gobelijn in Miyazaki: ook qua gekke verzinsels speelt hij in de hoogste divisie. Hoedje af voor de vliegende fiets uit Kiki's Delivery Service, de meeuwvormige glijders uit Nausicaä, de watertram en de ketelruimte van het badhuis van de zesarmige Kamaji in Spirited Away. Miyazaki is de Panamarenko van Tokio, geobsedeerd door vliegen en vliegtuigen. Heksen vliegen op bezems, tovenaars krijgen vleugels, Chihiro zweeft in Spirited Away mee op de rug van een draak. Propellers, ballonnen, vleugels, bootrompen en zeppelins worden vrolijk gecombineerd tot luchtschepen die een lust voor het oog zijn. Opmerkelijk: je kunt je van die ongeïdentificeerde vliegende machines meestal wel voorstellen dat ze echt functioneren. Vliegen is overigens ook een dankbaar motief. Het zorgt voor vaart en spektakel én staat Miyazaki toe om te tonen hoe mooi de planeet wel is, van bovenaf gezien. De Japanse regisseur zet zwaar in op meteorologie om emoties uit te drukken, de sfeer te bepalen of betekenis te geven aan een scène. Daar gebruikt hij onder meer zonnestralen, regen en sneeuw voor, maar het grootste zwak heeft hij voor de wind, dat onzichtbare verschijnsel dat in beweging zet, de natuur als animator. Van apocalyptische stormen die je doen trillen op je benen tot de zoetste zomerbriesjes die je laten opstijgen van geluk: Miyazaki laat het graag waaien. Hij noemde niet voor niets zijn studio naar de Libische woestijnwind qibli, en titels als Nausicaä of the Valley of the Wind en The Wind Rises spreken voor zich. Net als Akira Kurosawa combineert Miyazaki passie voor Japanse geschiedenis en traditie met een grote belangstelling voor westerse cultuur. Vooral Europese kunst, architectuur en (fantasy)literatuur zijn een bron van inspiratie. Denk aan schrijvers als Lewis Carroll, Roald Dahl, Astrid Lindgren, Hans Christian Andersen of Jules Verne. Voor Howl's Moving Castle baseerde hij zich op het gelijknamige boek van de Welshe Diana Wynne Jones. De dorpen en steden in die film lijken geïdealiseerde versies van negentiende-eeuwse Europese steden. Het oude Stockholm staat model voor de schattige stad uit Kiki's Delivery Service, Italië laat zich van zijn mooie kant zien in The Castle of Cagliostro (1979) en Porco Rosso (1992). Studio Ghibli is bijzonder succesvol maar afhankelijk van de ideeën en projecten van oprichters Miyazaki en Takahata. Die zijn respectievelijk 73 en 78 jaar oud. Het probleem van de opvolging stelt zich nadrukkelijk. Trouwe luitenant Yoshifumi Kondo mocht in 1995 het Miyazaki-project Whisper of the Heart regisseren, maar overleed drie jaar later. Ghibli-producer Suzuki schuift Miyazaki's zoon Goro naar voren als de ideale opvolger. De protegé van vader Miyazaki zelve lijkt eerder Hiromasa Yonebayashi te zijn. Voor de films die Miyazaki junior en Yonebayashi voor Ghibli regisseerden, respectievelijk Tales from Earthsea (2006) en Arrietty (2010), kregen ze schouderklopjes, maar geen staande ovatie. Disney schakelde ene Harvey Weinstein in voor de VS-release van Princess Mononoke. Aan diens gewoonte om zwaar in films te knippen, houdt die succesvolle producer en studiobons de bijnaam Harvey Scissorhands over. Miyazaki liet zich niet kennen en zond hem per post een samuraizwaard met daaraan een briefje met een boodschap die aan duidelijkheid niets te wensen overliet: 'No cuts.' THE WIND RISES Vanaf 5/3 in de bioscoop.DOOR NIELS RUËLL