MIKE NEWELL
...

MIKE NEWELL MET DANIEL RADCLIFFE, RUPERT GRINT, EMMA WATSON, BRENDAN GLEESON EN MICHAEL GAMBON Laat ons maar meteen met de bezem in huis vallen: The Goblet of Fire, de vierde film over de bebrilde tovenaarsleerling Harry Potter, trekt alleraardigst van leer. Het geheel wordt gehuld in een stijlvol gothic-jasje, introduceert leuke nieuwe personages en bevat een handvol fraaie CG-scènes. Helaas weet Mike Newell, die de Mexicaan Alfonso Cuarón in de regiestoel verving, de speelse magie van het derde en voorlopig beste deel ( The Prisoner of Azkaban) nooit op het doek te toveren. Bovendien duurt ook deze episode veel te lang: 2 uur en 37 minuten om precies te zijn, waarbij vooral het middenstuk grossiert in doodse momenten. Naar de reden voor dat euvel hoeft niet ver te worden gezocht. Ook nu hield J.K. Rowling, de geestelijke en inmiddels obsceen rijke moeder van all things Potter, de touwtjes stevig in handen. Veel ruimte om af te wijken van haar hyperpopulaire kinderboek werd scenarist Steve Kloves niet gegund. En daarin lig net het grootste gebrek van de hele Potter-franchise. De schrijfster heeft er het handje van weg om narratieve logica te vervangen door een resem spectaculaire coups de théatres. Geen wonder dat ook de vierde film lijdt onder een overdosis subplots en randpersonages én een transcriptie die van de ene spektakelscène op de andere wipt. Toch steekt The Goblet of Fire moeiteloos uit boven de eerste twee episodes, The Sorcerer's Stone en The Chamber of Secrets, die beide door Chris Colombus werden ingeblikt. Vooral de openingsact blijft spannend, frivool en - de jongste Potter-fans zijn gewaarschuwd -heerlijk donker. Daarin krijgen we te zien hoe Harry wordt aangeduid om zijn tovenaarsschool Hogwarth te vertegenwoordigen op een interscolair tornooi voor leerling-tovenaars, wat vooral bij zijn beste vriend Ron jaloezie opwekt. En Harry heeft nog meer zorgen aan zijn hoofd: hij gaat sinds enige tijd gebukt onder klamme nachtmerries waarin zijn nemesis Voldemort, de Heer van het Kwaad, weer tot leven wordt gewekt. Profetische visioenen, zo blijkt algauw, wanneer de tornooiproeven net iets gevaarlijker blijken dan Harry had gehoopt en wanneer Death Eaters, Voldemorts vazallen, Hogwarth omcirkelen. Dat Harry, Ron en Hermione de boze snoodaard desondanks weten te bezweren, had u wellicht al kunnen raden - tenslotte staan deel 5 en 6 nu al in de steigers. Toch zijn er ook dit keer kloeke argumenten om de Potter-sceptici de mond te snoeren: de mooie production design bijvoorbeeld, met als kroonjuwelen enkele spektakelscènes opgesmukt met naadloze CGI, zoals het WK zwerkbal, het duel met de vuurspuwende draak en de macabere intrede van Lord Voldemort (Ralph Fiennes). Ook geestig zijn de vertolking van Brendon Gleeson als de cynische leraar Madeye Moody en vooral de knipogen naar prille puberliefde. Zo durft Harry, 14 intussen, voor het eerst te loensen in de richting van een leerling-tovenaresje, terwijl de hormonen van Hermione aan het kolken slaan bij de atletische Viktor, een van Harry's tegenstanders bij de tovenaarswedstrijd. Ondanks de vervelende momenten en de losse dramaturgie levert Mike Newell, de Britse regisseur van Four Weddings and a Funeral, een stijlvol aangeklede, met gotiek omrande en best amusante kinderfilm af. Opdracht volbracht, en op naar de volgende, want ook al wens je Potter een dubbele scheenbeenbreuk toe na een foute tackle bij het zwerkballen, de magie van JK Rowling lijkt, gelet op de hordes kirrende fans, nog steeds niet uitgewerkt. Afspraak medio 2007 voor Harry Potter and the Order of the Phoenix, dan in een regie van David Yates. Dave Mestdach