In tegenstelling tot zijn twee vorige films - Das weisse Band en Amour, die beide met de Gouden Palm werden bekroond - werd de nieuwste van Michael Haneke dit jaar in Cannes maar lauwtjes onthaald. In zijn gekende klinische stijl zoomt Haneke in op een rijke ondernemersfamilie uit Noord-Frankrijk waarvan ...

In tegenstelling tot zijn twee vorige films - Das weisse Band en Amour, die beide met de Gouden Palm werden bekroond - werd de nieuwste van Michael Haneke dit jaar in Cannes maar lauwtjes onthaald. In zijn gekende klinische stijl zoomt Haneke in op een rijke ondernemersfamilie uit Noord-Frankrijk waarvan de leden elk hun issues hebben en aanzwellen tot symptomen van de verziekte westerse consumptiemaatschappij. Depressie, zelfmoord, overspel, mediakritiek, racisme: it's all in the Haneke family again, alsof hij twee uur door zijn eigen oeuvre zapt. Alleen was het mes waarmee hij de gegoede blanke burgerij in het verleden fileerde stukken scherper, en zijn sommige ingrepen - de passage van vluchtelingen op de achtergrond - overbodig en artificieel. Coherent is het dus allemaal niet, en een déja-vugevoel loert om de hoek, maar Hanekes rigide stijl maakt bij momenten nog altijd indruk (het ongeval waarmee de film opent), en ook nu zijn er scènes die wél tot onder het oppervlak snijden, zoals die met de aftakelende patriarch (Trintignant) en zijn kleindochter (Huppert), die dezelfde sombere kijk op het leven en het menselijke beestje blijken te hebben. Bovendien smokkelt Haneke zowaar humor in zijn disfunctionele familieportret - inclusief de moeder aller pijnlijk gênante karaokescènes -, maar dan wel humor die zo zwart is als zijn wereldbeeld. Of hoe Haneke een geheel eigen invulling geeft aan het begrip 'naargeestig'.