Ik ben voor een eenvoudige, uitgepuurde versie van mezelf gegaan. De essentie in een paar lijnen, afgetekend van een setfoto van Bo. Ik houd van uitgepuurde vormen. Muziek, film, boeken: als de kern goed zit, weet het mij te raken. Neem nu Paul Greengrass of Michael Mann. Hoe die regisseurs in het verhaal naar de essentie zoeken en die zo eenvoudig mogelijk in beeld proberen te brengen: dat is toch fantastisch? Pixarfilms hebben dat oo...

Ik ben voor een eenvoudige, uitgepuurde versie van mezelf gegaan. De essentie in een paar lijnen, afgetekend van een setfoto van Bo. Ik houd van uitgepuurde vormen. Muziek, film, boeken: als de kern goed zit, weet het mij te raken. Neem nu Paul Greengrass of Michael Mann. Hoe die regisseurs in het verhaal naar de essentie zoeken en die zo eenvoudig mogelijk in beeld proberen te brengen: dat is toch fantastisch? Pixarfilms hebben dat ook. Ik heb een aantal keer de Nederlandse dubbing mogen regisseren. Elke shot heb ik honderden keren gezien, en dan valt het op dat er geen enkel beeld te veel of te weinig in die film zit. Dat lijkt misschien gemakkelijk, maar dat is het absoluut niet. En bij Chet Baker, Satie en Kruder & Dorfmeister zie je dat het ook muzikaal kan. Dat er ook daar een soort soberheid in zit. Wel, naar die soberheid probeer ik te streven als regisseur. En dat wilde ik ook met Bo: alle franjes eraf halen en het verhaal voor zich laten spreken. De koptelefoon mocht niet ontbreken. Na Bo ben ik meteen begonnen aan de opnames van Het Goddelijke Monster, de televisiereeks naar de trilogie van Tom Lanoye. Gevolg is dat ik nu al acht maanden bijna onafgebroken op de set sta met een koptelefoon op mijn oren. Meer bepaald een Sennheiser, zo'n ouderwets model dat helemaal rond je oren past. Er zit eigenlijk een vreemde paradox in zo'n koptelefoon. Enerzijds sluit je je op de set helemaal af van de buitenwereld: de koptelefoon houdt je gevangen in de wereld van je film. Je bent op één ding gefocust. Je leeft voor die tien seconden beeld. Anderzijds moet je binnen die opname kunnen openstaan voor alles wat zich aandient: elke onverwachte impuls en nieuwe mogelijkheid. Een hele vreemde state of mind die nu al maanden duurt. Ik heb geprobeerd een open blik te tekenen. Onbevangenheid is volgens mij een heel belangrijke kwaliteit voor een filmmaker. Aan iemand als Jaco Van Dormael merk je dat hij die verwondering nog heel hard heeft. Op hun eigen manier zie je dat ook bij de Coen Brothers: in hun films zie je een bijna kinderlijke onbevangenheid waarmee ze alles wat er rond hen gebeurt, omturnen tot hun eigen verhaal. Idem voor Tom Lanoye of Jef Neve, maar dan op hun terrein. Mensen die met die verwondering en openheid kunnen rondkijken, daar heb ik de grootste bewondering voor. GEERT ZAGERS