'Dansen is mijn leven. Als kind stond ik constant op de tippen van mijn tenen, en als ik de trap afkwam, dan zwaaide ik trede per trede afwisselend met mijn linker- en mijn rechterbeen. Toen mijn ouders, beiden licentiaat lichamelijke opvoeding, mij op mijn zesde vroegen wat voor sport ik wilde gaan doen, was de keuze snel gemaakt: ballet. Sindsdien heb ik mijn hart aan dansen verloren, vooral dan - neoklassiek - ballet, maar ook moderne dans. Nu ga ik drie keer in de week anderhalf u...

'Dansen is mijn leven. Als kind stond ik constant op de tippen van mijn tenen, en als ik de trap afkwam, dan zwaaide ik trede per trede afwisselend met mijn linker- en mijn rechterbeen. Toen mijn ouders, beiden licentiaat lichamelijke opvoeding, mij op mijn zesde vroegen wat voor sport ik wilde gaan doen, was de keuze snel gemaakt: ballet. Sindsdien heb ik mijn hart aan dansen verloren, vooral dan - neoklassiek - ballet, maar ook moderne dans. Nu ga ik drie keer in de week anderhalf uur trainen, ik geef elke zaterdagvoormiddag vijf uur lang zelf les op een school in Dendermonde die ik mee opgericht heb. En als ik op reis ga, neem ik altijd mijn dansschoenen mee. Onlangs zat ik in New York. Ik heb er een balletles meegepikt op een van de vele scholen daar, terwijl mijn vriend iets anders ging doen. ''Dat is toch geen sport?' Die reactie krijg ik vaak als mensen me vragen of ik aan sport doe. Maar het is heus geen toeval dat professionele dansers op hun 35e met pensioen moeten, net zoals andere topsporters. Dansen is ongelooflijk intensief, omdat je tegelijk je kracht, je uithouding en je souplesse oefent. Ik ga drie keer in de week een uur lopen, maar daar kom ik nooit zo vermoeid en bezweet van thuis. Je moet tijdens het dansen veel meer gefocust blijven, omdat je op je bewegingen en je muziek moet letten. Lopen is bij mij het verstand op nul en alles wat er gebeurd is of nog moet gebeuren door mijn hoofd laten gaan. Tijdens het dansen heb ik geen tijd om aan mijn werk te denken: dan zit ik echt in een andere wereld. 'Ik heb nog nooit tegen mijn zin getraind, zelfs niet in de periode dat ik het echt intensief deed: in het middelbaar danste ik tot 20 uur per week, ook tijdens de examens. Ik heb er lang over gedacht om er mijn beroep van te maken, maar dat mocht niet van mijn ouders. Zij wilden dat ik een diploma zou halen. Ik heb nog geprobeerd om het te combineren met mijn rechtenstudies - omdat mijn hele vakantie vol zat met stages, moest ik wel slagen in eerste zit. (lacht) Uiteindelijk heb ik die droom toch opgegeven. Daar heb ik wel een tijdje mee geworsteld, ja: een paar jaar lang heb ik het dansen zelfs van me afgeduwd omdat het te veel pijn deed. Maar ik ben eroverheen geraakt en toen ben ik weer begonnen. Nu doe ik het vooral om mijn lichaam te onderhouden, om lenig te blijven, en vooral omdat ik het zo graag doe: dansen is deel van wie ik ben.' VOLGENDE WEEK Louis TalpeDoor STEFAAN WERBROUCK