Het komt voor in de beste families. Stijn Meuris kreunde het al en ook Hanif Kureishi weet er alles van. Toen hij in zijn romandebuut The Buddha of Suburbia (1990) en de interviews die ermee gepaard gingen, een niet zo fraai portret van zijn familie en in het bijzonder van zijn Pakistaanse vader schetste, kreeg hij de volle lading. Zijn zus schreef een open brief naar de Britse kwaliteitskrant The Guardian, en zijn vader wou hem een ja...

Het komt voor in de beste families. Stijn Meuris kreunde het al en ook Hanif Kureishi weet er alles van. Toen hij in zijn romandebuut The Buddha of Suburbia (1990) en de interviews die ermee gepaard gingen, een niet zo fraai portret van zijn familie en in het bijzonder van zijn Pakistaanse vader schetste, kreeg hij de volle lading. Zijn zus schreef een open brief naar de Britse kwaliteitskrant The Guardian, en zijn vader wou hem een jaar lang niet meer spreken. De artistieke eerlijkheid die Kureishi toen inriep zou hem niet voor de laatste keer problemen opleveren. Ook de publicatie van Intimacy ging - net als de gelijknamige film uit 2001 - met behoorlijk wat ophef gepaard. Niet alleen om de expliciete seksscènes, ook vanwege de vermeende autobiografische elementen oogstte hij een storm van kritiek. Het hoofdpersonage verlaat immers zijn vrouw en twee kinderen, net zoals ook Kureishi dat op dat ogenblik deed. Sinds Kureishi in 1987 een Oscar kreeg voor het scenario van My Beautiful Laundrette (geregisseerd door Stephen Frears, met wie hij vaker samenwerkt), zijn de problemen van Britse Pakistani, hun geloof, seksualiteit en familiale kwesties terugkerende thema's. Met de memoires My Ear at His Heart (2004) plaatst Kureishi ze heel expliciet in zijn eigen leven, in een poging zich met zijn vader te verzoenen en diens literaire werk te exploreren. Via een niet gepubliceerde autobiografische roman van zijn vader Rafiushan, blikt hij terug op zijn eigen jeugd. Voor Something to Tell You (vertaald als: Ik moet je iets vertellen) keert Kureishi helemaal terug naar de buitenwijken van zijn romandebuut. De verteller is opnieuw een intellectuele zoon van een Pakistaanse vader en een Britse moeder met gemengde gevoelens omtrent zijn afkomst. Jamal Khan, een psychoanalyst, is de luisterpaal voor velen, niet het minst voor zijn zwaarlijvige, anarchistische, ongetrouwde zus met de vele kinderen. Als gescheiden vader van een tienerzoon reflecteert Jamal over het opvoeden van kinderen in 'suburbia', over moeilijke relaties en de abnormaliteit van normale seks. Zijn job geeft hem én Kureishi het excuus de andere personages in een kleurrijke stijl te analyseren. En al moet een psychoanalyst voor zijn patiënten een witte pagina zijn, Jamal is zelf geen onbeschreven blad. Goed ook, want Jamals demonen geven de roman net dat tikkeltje meer. Jeroen Bert