VAN 1/6 tot 13/6 in het Filmmuseum, Baron Hortastraat 9, 1000 Brussel. Tickets en info: tel. 02 507 83 70 en www.filmarchief.be
...

VAN 1/6 tot 13/6 in het Filmmuseum, Baron Hortastraat 9, 1000 Brussel. Tickets en info: tel. 02 507 83 70 en www.filmarchief.be De enige regisseur die de jongste twee decennia experimentele arthouse-pareltjes wist af te wisselen met heuse mainstream-hits, die zowel compromisloze gay-drama's als impressionistische jeugdkronieken draaide, die een Gouden Palm op zijn schouw heeft staan, die een fetisj heeft voor wolken, popart en marginale 'white thrash kids', én die in zijn vrije uurtjes ook nog eens een handvol videoclips draaide (onder anderen voor David Bowie en de Red Hot Chili Peppers), een roman neerpende, diverse fotoreportages en reclamecampagnes maakte en zowaar zelfs twee popalbums op cd brandde, heet tot nader order Gus van Sant. De artistieke kameleon debuteerde in 1982 met The Discipline of D.E. , een kortfilmpje naar een verhaal van de subversieve beatpoeët William S. Burroughs (met wie van Sant vaker zou samenwerken). Drie jaar later volgde zijn eerste langspeelfilm, het dromerig-poëtische, voor amper 25.000 dollar ingeblikte zwartwitte gay-drama Mala Noche. Wie toen voor grof geld gewed heeft dat Van Sant ooit nog goed scorende films zou draaien in het homofobe Hollywood en sterren als Keanu Reeves, Nicole Kidman, Matt Damon en de betreurde River Phoenix zou lanceren, is nu stinkend rijk. Van Sants veroveringstocht liep allesbehalve in een rechte lijn. Het parcours dat hij aflegde is een kronkelige, genredoorbrekende, over hoogtes ( To die For, My own Private Idaho, Good Will Hunting) en laagtes ( Even Cowgirls get the blues, de overbodige remake van Hithcocks Psycho) schrijdende opmars vanuit het Amerikaanse independent-circuit. Tussen zijn eerste alternatieve hit Drugstore Cowboy (1989) - een grimmige roadmovie boordevol junkieverdriet - en zijn enige ruim gebudgetteerde studiofilm - het ontgoochelende coming-of-age drama Finding Forrester (2000) - gaapt dan ook een kloof van ruim 11 jaar. Voor het makkelijke geld heeft Van Sant nooit gekozen. Voor het compromis evenmin. Na het artistieke debacle van Finding Forrester deinsde hij er niet voor terug om de Hollywood Hills te verlaten en opnieuw aan te knopen met zijn experimentele, langs alle narratieve en thematische conventies heen kronkelende stijl van weleer. Die zelfgekozen herbronning heeft duidelijk gerendeerd. Van Sant leverde in 2002 de introspectieve anti-western Gerry af - een crypto-homoseksuele trektocht door de woestijn - en triomfeerde het jaar daarop in Cannes met Elephant, een van alle anekdotiek en psychologische verklaringen gestroopte reflectie op het bloedbad van Columbine High. Zijn nieuwste film Last Days (bij ons te zien vanaf 15/6) û een Elephant-achtige evocatie van de laatste dagen van Nirvana-frontman Kurt Cobain - is alweer voor de Gouden Palm genomineerd. Zoveel bravoure verdient een retrospectieve, en dus toont het Filmmuseum in Brussel in juni het bijna volledige oeuvre van Gus van Sant. Sinds hij zijn Gouden palm gewonnen heeft, wil Van Sant zijn kortfilms niet meer vertonen, en omdat binnenkort in Frankrijk een re-release op de agenda staat van Mala Noche, kan ook die film niet in de retrospectieve opgenomen worden. Niet getreurd: vanaf Drugstore Cowboy heeft het Filmmuseum alles in huis. Dave Mestdach Dave Mestdach