Ik geloof in voornemens. Die hoeven daarom niet goed te zijn in de klassieke zin van 'goed'. Het beste wat ik van Gandhi leerde, was vegetariër worden. Al de rest leer je maar beter meteen van Machiavelli, om niet te veel tijd te verliezen in een leven dat sowieso altijd te kort zal blijken om alles te doen en te zeggen dat er te doen en te zeggen viel. Voornemens: zolang ze maar persoonlijk, goed gemotiveerd en uitvoerbaar zijn.
...

Ik geloof in voornemens. Die hoeven daarom niet goed te zijn in de klassieke zin van 'goed'. Het beste wat ik van Gandhi leerde, was vegetariër worden. Al de rest leer je maar beter meteen van Machiavelli, om niet te veel tijd te verliezen in een leven dat sowieso altijd te kort zal blijken om alles te doen en te zeggen dat er te doen en te zeggen viel. Voornemens: zolang ze maar persoonlijk, goed gemotiveerd en uitvoerbaar zijn. Een voorbeeld van een slecht voornemen is stoppen met roken of niet meer dan drie chokotoffs per dag eten. Te generalistisch als opzet en het wordt sociaal te vlot aanvaard als het niet lukt. Alles waar je aan kunt toegeven met de uitleg 'ach ja, ik vind het ook gewoon zo lekker en het ontspant me' en dat niet heel erg bestraft zou worden in de rechtbank, is al nooit iets wat je had moeten opgeven. Voorbeelden van goede voornemens zijn dan weer: met de moto naar Napels rijden en proberen niet te sterven op de terugweg, Him with His Foot in His Mouth van Saul Bellow lezen of je invloed op de lokale politiek vergroten om zo de directe leefomgeving van je kinderen te kunnen optimaliseren. Marc Didden maakte in 1993 een film en die heette Mannen maken plannen. Ik geloofde altijd dat dat waar was, maar veel mannen maken vandaag geen plannen meer. Ja, verwijfde plannen, dat wel. Een tuinhok zetten, start-to-runnen, een nieuwe fiets kopen, dat soort crap. Een nieuwe fiets kopen is geen plan, dat is een boodschap. Maar we houden het liever braaf en kleinschalig. Alsof elke grotere ambitie onmogelijk goed kan zijn. De drang om te excelleren lijkt wel iets slechts uit de jaren tachtig. Terwijl de jaren tachtig ons zoveel goeds brachten. Denk bijvoorbeeld maar eens aan al die goede dingen uit de jaren tachtig! Toen ik negen of tien was, maakte ik een piratenboot van Lego. Mijn broer maakte er ook een. Toen knalden we ze keihard kapot tegen elkaar. Ziedaar het grote drama van de menselijke soort. We kunnen vandaag dingen maken die we gisteren nog niet konden bedenken, maar zodra we nieuwe technologie hebben, delen we ons op in twee groepen. Een paar die er de wereld mee willen controleren en een hele hoop die sterven in oorlogen, ruggen breken in staalfabrieken of data creëren voor internetgiganten. Mijn voornemen is om de digitale wereld enkel nog te gebruiken op een doelgerichte manier. De tijd die hierdoor vrijkomt, kan dienen om met de moto naar Napels te rijden en te proberen niet te sterven op de terugweg, Him with His Foot in His Mouth van Saul Bellow te herlezen of mijn invloed op de lokale politiek te vergroten om zo de directe leefomgeving van mijn dochter te kunnen optimaliseren. Het internet heeft stilaan genoeg gezeverd. Ja, we kunnen elke computer en telefoon in de wereld met elkaar verbinden. Schitterend. Nu wordt het tijd om onszelf daar niet langer zo geweldig om te vinden, en weer gewoon aan de slag te gaan. Met een keyboard, maar ook met pakweg een potlood, een kapbijl of een staafmixer. Als we weer grootsere dingen willen bereiken, dan zal dat niet door het klakkeloze klikken gebeuren.EEN VOORBEELD VAN EEN SLECHT VOORNEMEN IS STOPPEN MET ROKEN OF NIET MEER DAN DRIE CHOKOTOFFS PER DAG ETEN.