Sinds de meeste mensen jonger dan 60 het huis niet meer verlaten zonder een smartphone of een tablet, is er iets fundamenteels veranderd aan onze omgang met wat we doorgaans als verloren tijd beschouwen. Eigenlijk de tijd waarin we alleen zijn in de publieke ruimte. Wachten op een trein. Wachten tot je eindelijk kunt uitstappen eenmaal je op de trein zit. Wachten op een taxi of een metro of een vertraagd lief eenmaal je op bestemming bent. Door de stad wandelen. Aanschuiven bij de bakker. Door de carwash gesleept worden. Een gebeurlijke mis uitzitten. Een slabakkend gesprek gaande houden met een andere, fysiek aanwezige men...

Sinds de meeste mensen jonger dan 60 het huis niet meer verlaten zonder een smartphone of een tablet, is er iets fundamenteels veranderd aan onze omgang met wat we doorgaans als verloren tijd beschouwen. Eigenlijk de tijd waarin we alleen zijn in de publieke ruimte. Wachten op een trein. Wachten tot je eindelijk kunt uitstappen eenmaal je op de trein zit. Wachten op een taxi of een metro of een vertraagd lief eenmaal je op bestemming bent. Door de stad wandelen. Aanschuiven bij de bakker. Door de carwash gesleept worden. Een gebeurlijke mis uitzitten. Een slabakkend gesprek gaande houden met een andere, fysiek aanwezige mens. Wat deden we in die tijd voor pakweg 1998? Serieus. Wat déden we dan? Stopten onze gedachten gewoon even? Konden we op stand-by gaan? Verloren we onszelf voortdurend in eenvoudige bezigheidstherapie: de kaarten in onze portefeuille uithalen en volgens kleur ordenen? Handtas uitmesten? Tegen steentjes trappen? Vogels spotten? Rode Nissans turven? Tot oneindig tellen in ons hoofd? De 800 meest voor de hand liggende redenen bedenken waarom Jan Verheyen beter zijn ellendige mond zou houden? De krant lezen, ja, dat kon toen ook al. Of een boek. Maar kranten waren nog iets tussen een smerig tafelkleed en een rol behangpapier, dus daar liep je niet heel de dag mee in je achterzak. En boeken werden bij mijn weten niet meer gelezen dan vandaag. Ik kende in de jaren negentig wel enkele meisjes die opkrullende romannetjes meesleurden. Doorgaans Latijns-Amerikaanse literatuur over amoureuze idealen die je in de bebouwde kom van Wijgmaal of Winksele pas na heel wat Sangrita de Toro's kon proeven. In de wazige verte. En ook: vonden we het dan niet triest om daar alleen te staan, op perron twee van het twee perrons tellende station van Wezemaal, om 11.09 uur? Op een donderdag? In maart? Beseften we wel dat op dat moment misschien wel níémand wist waar we waren? En dat we niet konden delen hoe mooi de treinkabels eruitzagen tegen de bijna blauwachtige lucht met een X-Pro II-filter erover? We konden zelfs niet inchecken in 'station Wezemaal', zodat we de vele handige tips van vrienden omtrent deze locatie integraal moesten missen - 'Pinkes aan den euro in De Postiljon! Grtz. - Svekke T.' Hoe déden we het? Ik weet niet meer hoe ik die tijd opvulde voor godsgeschenken als de Weather App. Ik weet wel dat hij trager vooruitging - vijf minuten treinvertraging kwamen neer op twintig jaar langer naar de einder staan turen en minstens 49 rode Nissans zien passeren. Probeer vandaag nog maar eens echt alleen te zijn. Lukt niet meer. Was vroeger zo evident dat we het niet eens benoemden, maar lukt vandaag niet meer. Mensen waarschuwen op Twitter als ze even geen zever te melden zullen hebben met een #tweetof of een #twexit. En dat is niet eens het ergste, het ergste is dat al die andere gekken dat 1. begrijpen en 2. normaal vinden. Nee, alleen willen zijn is zeker niet het laatste, maar misschien wel het nieuwste taboe. grrrexit P.B. GRONDAWACHTEN OP EEN TREIN. AANSCHUIVEN BIJ DE BAKKER. EEN SLABAKKEND GESPREK GAANDE HOUDEN MET EEN ANDERE, FYSIEK AANWEZIGE MENS. WAT DÉDEN WE IN DIE TIJD VÓÓR PAKWEG 1998?