Op de hoek van het dorpsplein had je sinds jaar en dag de Blu Bar - de blauwe bar. Je kon die gemakkelijk herkennen omdat het 1. een bar was die 2. helemaal blauw was binnenin. Je kon er ook ijsjes kopen. De Blu Bar was zowat de volkse tegenhanger van Caffè Silmo, dat op de andere hoek van het pleintje zit en een publiek aantrekt dat zichzelf toch net ietsje interessanter vindt dan de boeren van de Blu Bar. De onnozele snobs en de provin-ciale dandy's, eigen-lijk. Ten bewijze: ik schrijf dit op het terras van Caffè Silmo.
...

Op de hoek van het dorpsplein had je sinds jaar en dag de Blu Bar - de blauwe bar. Je kon die gemakkelijk herkennen omdat het 1. een bar was die 2. helemaal blauw was binnenin. Je kon er ook ijsjes kopen. De Blu Bar was zowat de volkse tegenhanger van Caffè Silmo, dat op de andere hoek van het pleintje zit en een publiek aantrekt dat zichzelf toch net ietsje interessanter vindt dan de boeren van de Blu Bar. De onnozele snobs en de provin-ciale dandy's, eigen-lijk. Ten bewijze: ik schrijf dit op het terras van Caffè Silmo. Deze week heropende Blu Bar. Hij heet nu anders en vanbinnen is alles nieuw. In de oude tijd van Blu Bar bestond het publiek grosso modo uit zestigplussers en jeugd met net de wangpiercing te veel om het een ontstoken jeugdzonde te noemen. Nu, ná de complete verandering werd het publiek plots: zestigplussers en jeugd met net de wangpiercing te veel om het een ontstoken jeugdzonde te noemen. Dezelfde mensen zitten zelfs weer aan dezelfde tafeltjes op het terras. Nou, de tafeltjes zijn nieuw, de plaatsen zijn dat niet. De jonge ondernemers die net heel de zaak hebben vernieuwd, kijken ernaar en snappen er niks van. En moeten honderd keer per dag zeggen: nee, we dóén geen ijsjes meer, madam. Sommige mediagoeroes kunnen aan dit prachtige verhaal vast een of andere conclusie vastknopen over vastgeroeste gewoontes en inwisselbaarheid. Net zoals bij de marketingplannen voor Blu Bar en de tegenvallende realiteit die daar niet naar schijnt te willen luisteren, zie je ook in de media dat er in twee snelheden bewogen wordt. Er ontstaat meer en meer een media-elite die ook steeds meer met elkaar in contact staat. Ze zit op Twitter, leest van alle kranten wel iets, stelt een eigen menu samen van tv-shows, columns, reeksen, online- en buitenlandse pers, en heeft het voordeel dat de mensen die de media maken vaak precies hetzelfde doen en dus hun referentie buitenproportioneel op hen baseren. Net zoals de mensen van de nieuwe Blu Bar een plek wilden waarvan hun vrienden zouden zeggen: damn, dit is een cool café. Maar dan is er de andere 97 procent van de populatie. Die gewoon kijkt naar wat er aangeboden wordt, en waarvan een verouderd maar niet te onderschatten deel zelfs niet snapt waarom VIER niet op 4 staat op hun tv. 'Jamaar, die zender heet zo, bomma, die staat daar niet automatisch.' 'Ah nee, hij staat op elf, maar ik snap niet waarom ze hem dan niet gewoon elf noemen.' De vraag is: voor wie maak je iets? Canvas heeft daar duidelijk in gekozen. Het Laatste Nieuws ook. Al de rest moet een balans vinden. Soms lukt dat perfect, zeker op tv, ook omdat je bepaalde groepen kijkers voor andere redenen kunt laten kijken. Maar dat neemt niet weg dat de media-elite in een grijze zone van maken en bekritiseren tegelijk komt, en dat de massa per definitie steeds meer gewoon te volgen heeft. Goed zolang ze dat doet, probleem wanneer ze niet eens ziet dat heel die Blu Bar vernieuwd is en dat ijsje wil. P.B. GRONDAER ONTSTAAT MEER EN MEER EEN MEDIA-ELITE DIE OOK STEEDS MEER MET ELKAAR IN CONTACT STAAT. MAAR EEN NIET TE ONDERSCHATTEN DEEL VAN DE POPULATIE SNAPT ZELFS NIET WAAROM VIER NIET OP 4 STAAT OP HUN TV.