Mijn barbier hier in Borgosesia heet Edoardo. Er zijn nog twee andere barbiers in het dorp, namelijk de pa van Edoardo en de oom van Edoardo. Maar omdat ik het liefst mijn eigen generatie steun, ga ik dus bij Edoardo. Hij is nog geen dertig, heeft een lange staart en verzamelt Harley-Davidsons. In het weekend of op maandag zie je hem in een leren jasje over de Piazza naar zo'n motor stappen van het type dat je ook wel eens op kermismolens ziet. Heel grappig. Maar lach ik daarmee? Nee. Omdat ik andere mensen respecteer. Toch als ze elke week een geslepen mes op mijn keel zetten.
...

Mijn barbier hier in Borgosesia heet Edoardo. Er zijn nog twee andere barbiers in het dorp, namelijk de pa van Edoardo en de oom van Edoardo. Maar omdat ik het liefst mijn eigen generatie steun, ga ik dus bij Edoardo. Hij is nog geen dertig, heeft een lange staart en verzamelt Harley-Davidsons. In het weekend of op maandag zie je hem in een leren jasje over de Piazza naar zo'n motor stappen van het type dat je ook wel eens op kermismolens ziet. Heel grappig. Maar lach ik daarmee? Nee. Omdat ik andere mensen respecteer. Toch als ze elke week een geslepen mes op mijn keel zetten. De kapperszaak heet 'Edo & Edo', en dat is een beetje raar. Edo is natuurlijk gewoon de ingekorte versie van Edoardo. Maar hij is wel alleen. Dus je vraagt je af of hij een identieke tweelingbroer heeft die ook barbier is geworden of dat hij gewoon schizofreen is. Gelukkig bleek al snel dat hij gewoon schizofreen is. Voor het raam van Edo passeert het halve dorp. Ook zijn vrienden. Gasten die zouden kunnen figureren in Sons of Anarchy... als dat een serie was geweest uit 1937. Mannen met leren petjes op, witgepoederde vrouwen met netkousen, Betty Boopkapsels en tattoos van speelkaarten op hun. Ja. Lijf. En dan maar op en neer rijden met de moto. Van de ene kant van het dorp naar de andere. En dan weer terug. Dat moet echt heel plezant zijn. Op een of andere manier. Edo is met andere woorden de herenkapper overdag, maar Edo is dan weer de retrobiker na de werkuren. Dit is gemakkelijk de raarste zin die ik ooit heb geschreven. Nu ik al enkele keren in zijn stoel heb gezeten, weet ik dat hij ook in een retrobandje drumt en dat hij ook naar van die feesten gaat waar hij en de andere kids from the eighties samenkomen om te klagen over hoeveel beter het wel niet was tijdens het interbellum. Ik snap de hang naar het verleden wel. Het verleden heeft het onmogelijk te overschatten voordeel dat het al voorbij is en dus door iedereen naar believen ingekleurd kan worden. We houden van de stoeltjes uit de jaren vijftig, maar vergeten liever dat er vooral depressieve huisvrouwen in zaten om te drinken en te twijfelen of ze toch niet eens die Simone de Beauvoir zouden gaan lezen. Vooral alles wat er 1930s uitziet, is geweldig populair. Misschien heeft het iets te maken met het vandaag door drugs en gescheurde jeansbroeken vernielde fatsoen. Als er een ding is waar we weer nood aan hebben, dan wel de mogelijkheid om tegen schenen te stampen. En als dat in 2013 bijna onmogelijk is geworden, dan reizen we zelf wel even terug in de tijd. En kijk, net dat overdreven brave, schijnbaar onschuldige importeren in het heden, blijkt een zeker rebels, lichtjes verstorend effect te hebben. En dat is altijd goed. Maar de beste raad die ik gelijk wie kan geven over het leven is: wat het ook is, als je er een hoedje voor moet opzetten, haak dan af. Want eerlijk, euh, folks: verkleden blijft verkleden. Wat heel cool is. Tot je negen wordt. Daarna wordt het onnozel. Kijk maar naar Edo. En naar Edo. De zaak van mijn kapper heet 'Edo & Edo', ook al is Edoardo alleen. Gelukkig bleek al snel dat hij gewoon schizofreen is.