'Een lange reis maken', zou vast een topantwoord zijn als we honderd Vlamingen vragen wat ze zouden doen met het prijzengeld, gesteld dat ze een quiz of een loterij hadden gewonnen. Nog waarschijnlijke topantwoorden: 'De verbouwingen, hè', 'een nieuwe auto' en het vanaf een bepaalde leeftijd veelzeggende 'een vat geven'. Waaruit je zou kunnen afleiden dat sommige verbouwingen heel minimalistisch zijn (een nieuwe klink steken voor de keukendeur, een spaarlamp installeren voor de jongste) of dat er mensen zijn die vaten geven van 1990 Dom Pérignon.
...

'Een lange reis maken', zou vast een topantwoord zijn als we honderd Vlamingen vragen wat ze zouden doen met het prijzengeld, gesteld dat ze een quiz of een loterij hadden gewonnen. Nog waarschijnlijke topantwoorden: 'De verbouwingen, hè', 'een nieuwe auto' en het vanaf een bepaalde leeftijd veelzeggende 'een vat geven'. Waaruit je zou kunnen afleiden dat sommige verbouwingen heel minimalistisch zijn (een nieuwe klink steken voor de keukendeur, een spaarlamp installeren voor de jongste) of dat er mensen zijn die vaten geven van 1990 Dom Pérignon. Maar een lange reis maken spreekt blijkbaar tot de verbeelding. Terwijl we allemaal weten dat lange reizen niet plezant zijn. Ten eerste omdat het reizen zijn, en vervolgens omdat ze nog eens lang duren, ook. Toch blijft de mythe van de witte stranden en de azuurblauwe stukken zee met daarin enkele charmante boomstammen in de vorm van hutten overeind. Om halfvijf opstaan om naar de luchthaven te vertrekken, met koppijn het vliegtuig op, daarop uren aan een stuk zitten uitdrogen terwijl je je ofwel kapotzweet ofwel doodvriest terwijl de man in de rij voor jou zich niet gewassen heeft en de kleine van de vrouw in de stoel achter jou zijn begrijpelijke nervositeit kanaliseert tot een ritmisch gestamp in je rug, daar denken we niet aan. Ook niet aan de stinkende toiletten in de luchthaven van het eindelijk bereikte droomland naar keuze, noch aan de eerste nacht in een stad die er nochtans leuk uitzag in Vlaanderen vakantieland. Of nog: aan de urenlange, muffe bus- of treinrit die noodzakelijk blijkt om aan de kust te raken. En wie dan uitgeput en met lopende kak aankomt in de hut die er helaas minder proper uitziet dan in de folder, ja, die kan twee foto's op Facebook posten en dan nog iets met '#nofilter' erbij van de zonsondergang op Instagram, en dat vooral om de intussen volledig vernielde reismythe alsnog nieuw leven in te blazen en de achtergebleven vrienden en familie die allemaal 'kei-jaloers' zijn zeker niet eerlijk te vertellen wat je eigenlijk zou willen: waren we maar thuis. Of: en het kost nog stukken van mensen ook, terwijl we een nieuwe klink voor de keukendeur nodig hadden! Vooral, maar zeker niet alleen daarom vind ik An Idiot Abroad het beste reisprogramma dat ik ooit heb gezien. In dat programma sturen de Britse komieken Ricky Gervais en Stephen Merchant hun vriend Karl Pilkington de wereld rond om wereldwonderen of andere 'niet te missen' locaties te bezoeken. Het perfecte recept voor een leuk en avontuurlijk programma op 2BE. Met dit verschil dat Karl geen gesponsorde idioot is die elke lokale cocktail heerlijk vindt, maar wel een gewone idioot, die plaatselijke delicatessen desnoods uitkotst en toegeeft dat hij er meer van had verwacht als hij ergens te midden van de sneeuw op het meest noordelijke punt van onze planeet staat. Alle conventies over must sees worden platgestoken en wat rest is een gezellig, warm reisprogramma dat zegt: blijf hier weg, het is hier veel te warm, ze eten hier rare dieren en het hotel stinkt naar stront. Eén woord: YouTube. Brilliant.P.B. GRONDAWE WETEN ALLEMAAL DAT LANGE REIZEN NIET PLEZANT ZIJN. TEN EERSTE OMDAT HET REIZEN ZIJN, EN VERVOLGENS OMDAT ZE NOG EENS LANG DUREN, OOK.