Er wordt veel en graag geschreven over Apple en dat is geen wonder. Het bedrijf is groter dan ongeveer alle andere bedrijven die ook met A of met een andere letter van het alfabet beginnen tezamen, het aandeel zit boven de 700 dollar en, ah ja, ze maken dingen die iedereen op de planeet aarde wil. Straks kopen waarschijnlijk ook de haters Apple, onder het mom van 'We moeten toch wel weten wat we haten, zeker? Kaakslag. Salonsocialisten. Ons belastinggeld.'
...

Er wordt veel en graag geschreven over Apple en dat is geen wonder. Het bedrijf is groter dan ongeveer alle andere bedrijven die ook met A of met een andere letter van het alfabet beginnen tezamen, het aandeel zit boven de 700 dollar en, ah ja, ze maken dingen die iedereen op de planeet aarde wil. Straks kopen waarschijnlijk ook de haters Apple, onder het mom van 'We moeten toch wel weten wat we haten, zeker? Kaakslag. Salonsocialisten. Ons belastinggeld.' Zelf ben ik ongeveer tien jaar geleden een koper en gebruiker geworden van Apple-dingen. Dat was de tijd toen er nog werd gezegd dat Apple 'vooral goed was voor grafici'. Met andere woorden, met een Mac rondlopen zei twee dingen: te veel geld en geen echte job. Terwijl in mijn geval enkel dat tweede waar was, filmstudent zijnde en de dagen moeiteloos vullend in de Best Sandwiches samen met Leen Van Severen, heel vettige panini's tomaat-mozzarella en blikjes mierzoete Tropicana. Lekker wel, Tropicana. Apple was toen ook iets voor nerds die zichzelf niet als nerds beschouwden. Je zag gasten op matzwarte mountainbikes door Brussel rijden met een soort op maat gemaakte rugzak voor Mac-materiaal die meer op een kleine fluofrigobox leek dan op wat anders. En dan dacht je: ik zal maar een paar stickers van Spirit of Youth of PN op mijn iBook kleven, zodat de wereld kan zien dat ik zo'n zelfrelativerende maccer ben. Wat exact was wat iedereen anders ook zat te denken. Ja, het waren gecompliceerde tijden als je jong was en bijzonder wilde zijn. Maar toen kwam de iPod en die had zelfs je oma plots. En nog even later was er de iPhone en daar moesten ze in Aziatische landen in vier uur tijd nog enkele steden voor bijbouwen naast de Apple Stores, zo gewild was die. Drie jaar geleden was het niet meer dan normaal dat elk café, van de koffiebars in de Lower East Side tot het stationsbuffet van Hasselt, voor bepaalde mate bezet werd door gasten in geruite hemden en skinny jeans die met een grote bril en een nog grotere koptelefoon achter een Mac zaten te zitten. Maar een jaar of twee geleden begon ik toch het gevoel te krijgen dat Apple meer en meer een soort opgeblazen persiflage van zichzelf was geworden, in de zin dat het over zijn creatief hoogtepunt heen was en te groot was geworden om nog echt stoere dingen te doen. Of korter: Apple is vandaag nog even fris als het hemd van Carl Huybrechts na een nachtje stappen in de Noxx. Zoals Microsoft aan het einde van de jaren negentig dat was. Met dit verschil dat Apple nog producten maakt die goed bedacht zijn en doorgaans werken, wat ook meteen de enige reden is waarom ik de hele hoop niet buitengooi. Maar het is intussen wel hoog tijd voor een nieuwe Apple. Een merk dat doet met Apple wat Apple met de andere merken doet, namelijk terecht uitlachen omdat ze sneller, slimmer en mooier zijn. De hipster-snob-bobo in mij is volledig klaar en bereid om met de zuurverdiende glimlach een half jaarloon te pinnen voor een nieuwmodisch device dat Apple-gebruikers laat verbleken. Maar zeg dat dan niet aan al die anderen. PB GRONDAAPPLE IS VANDAAG NOG EVEN FRIS ALS HET HEMD VAN CARL HUYBRECHTS NA EEN NACHTJE STAPPEN IN DE NOXX.