Mijn allereerste Macintosh kocht ik als klaplopende student van een Mac-freak in Gent en het was misschien wel de mooiste ooit, namelijk die iMac die bestond uit een door midden gesneden witte bol, een blinkende arm en een plat scherm. Jaren deed ik met dat ding, tot hij echt te traag was geworden om binnen de tijdspanne van een halve dag mijn muziekbibliotheek te openen.
...

Mijn allereerste Macintosh kocht ik als klaplopende student van een Mac-freak in Gent en het was misschien wel de mooiste ooit, namelijk die iMac die bestond uit een door midden gesneden witte bol, een blinkende arm en een plat scherm. Jaren deed ik met dat ding, tot hij echt te traag was geworden om binnen de tijdspanne van een halve dag mijn muziekbibliotheek te openen. Maar wat was hij mooi. En betrouwbaar. En stevig. Drie keer vastgelopen in meer dan vijf jaar tijd, perfect schoon te houden, nu en dan eens een andere keyboard gekocht, maar meer omdat ik een koopgrage, smetvrezende zot ben dan omdat het echt nodig was. Staat nu in z'n originele doos op zolder te rusten. Pure emotie. Maar dat het een designklassieker is of wordt, zoveel is duidelijk. Sinds die eerste keer in Gent heb ik nooit nog iets anders dan Mac gekocht. Mijn eerste hagelwitte laptop verkocht ik weer om een verlovingsring voor mijn - toen nog toekomstige - vrouw te kunnen kopen. Tja. Ik was jong en zot en kon nog niet goed prioriteriseren. De redenen waarom ik die dingen blijf kopen, zijn vrij eenvoudig: ze zijn mooi, ze zijn cool en ze werken goed. Meer is er niet aan. Al moet ik bekennen dat met het waanzinnige succes van de iPod en later ook iPhone het merk Mac heel wat verloor van het ietwat elitaire plezier dat je vroeger voor de meerprijs in ruil kreeg. Het was ooit een slim alternatief in een wereld van afgestompte pc-gebruikers die de hele dag om de oren werden gekletst met foutmeldingen uit luid ronkende, lelijke bakken die geweldig veel stof en naar koffie stinkende vrouwen aantrokken. Macintosh werd meer en meer Apple, en daarmee ook meer en meer een wereldmerk. Het grootste merk ter wereld zelfs, volgens sommigen. Gladde boys schreven boeken vol over het brand en de story van Apple, Steve Jobs werd voor zijn dood nog een soort jezus van cool en het creatieve voorbeeld van heel veel mensen die een geanimeerd vliegend konijn op de laatste 'Nog vragen?'-slide van hun PowerPointpresentatie als 'out of the box' en 'crazy' beschouwen. Je zal me anno 2012 dus niet meer horen beweren dat Apple een foutloos, supercool merk is voor de avant-garde. Mac is op allerlei domeinen van ons leven bepalend, en wel omdat het als ongeveer enige groot technologiebedrijf ter wereld maakt wat ik in marketingtaal 'heel neige dingen' zou noemen. Dat daar een beetje Disneylandachtige shit bij komt kijken, neem ik er dan maar bij. Maar nu er bij elke release van een nieuw product een Mac-haat komt opsteken, begin ik me toch zorgen te maken. Mac zou een ersatzreligie zijn, verloren documakers vinden allerlei nonsens uit over de demonische productieprocessen en we zouden allemaal niet meer dan consumerende slaven zijn in de lange rij naar de grote Mac Store van het leven. En zelfs slimme mensen geloven dat soms, terwijl ze van hun derde coke zero (ah ja, want die is zo gezond) van de dag nippen, nog eens een herhaling van The Simpsons bekijken vanuit hun IKEA-zitbank en hun tanden in een lekkere pizza van Dr. Oetker zetten. Nu ja. Ze doen maar. Ze hebben wel allemaal een iPhone, trouwens. 'MAC IS BEPALEND IN ONS LEVEN. DE DISNEYLANDSHIT NEEM IK ERBIJ.'