I believe in America', zegt de zenuwachtige bakker Bonasera in de eerste scène van The Godfather tegen Don Vito Corleone, waarna hij hem zal vragen om zijn schoonzoon uit het leger te houden zodat die met zijn dochter kan trouwen, die hij overigens op Amerikaanse leest heeft opgevoed omdat Amerika hem goed heeft verzorgd en rijk heeft gemaakt. De scène speelt zich af in de zomer van 1945, wanneer de topdecennia van het kapitalisme nog moeten komen.
...

I believe in America', zegt de zenuwachtige bakker Bonasera in de eerste scène van The Godfather tegen Don Vito Corleone, waarna hij hem zal vragen om zijn schoonzoon uit het leger te houden zodat die met zijn dochter kan trouwen, die hij overigens op Amerikaanse leest heeft opgevoed omdat Amerika hem goed heeft verzorgd en rijk heeft gemaakt. De scène speelt zich af in de zomer van 1945, wanneer de topdecennia van het kapitalisme nog moeten komen. Nu is het de herfst van 2011 en kijken we op onze flatscreen-, LED- en zelfs enkele arme gekken op 3D-tv's naar dingen als Hung, een serie over een gescheiden gymleraar wiens huis afbrandt en die zijn kinderen naar de oversized nieuwbouwvilla van de nieuwe man van zijn ex ziet vertrekken. Na een cursus succesvol ondernemen beseft hij wat zijn unieke talent is: zijn bovenmaatse piemel. Dus wordt hij, na enig geaarzel, gigolo. Met een laten we zeggen atypische, vrouwelijke pooier die vooral blijdschap wil schenken aan de wereld. Middels een goed gesprek. En de bovenmaatse piemel. Het opzet van de serie is nogal studentikoos. Je zou hier perfect een Porky's- of American Pie-achtige film van kunnen maken. En er wordt wel wat flauw gedaan, zij het dan vooral in de promotie rond de reeks: 'his biggest talent', 'back to the grind', 'maximizing his growth'. Ja, lachen, lachen, lachen. Zodra je de reeks zelf ziet, merk je dat er wel meer aan de hand is. Hung gaat in essentie over het manke Amerika van vandaag - en tot op zekere hoogte dus ook over het Europa van morgen. Met een verschrompelende middenklasse, veel arme werkenden en enkele wansmakelijk rijken. Met een verroeste industrie en een aan infuus gelegd bankensysteem, waarvan de waanzinnige blik en de slechte adem laten vermoeden dat de markt zichzelf dan misschien toch niet altijd corrigeert. Je fierheid in je binnenzak steken en je broek laten zakken, gaat - hoe grappig gebracht ook - over de barrières waarvan we er veel hebben opgebouwd naarmate onze welvaart bleef stijgen. Tot we in een maatschappij waren terechtgekomen waarin we zelfs onze eigen rommel niet meer wilden oprapen. Zelfs dat was geen probleem, want iemand had dienstencheques uitgevonden, met een fiscaal voordeel dan nog wel, zodat zelfs mensen die in huizen wonen die door een keer flink te hoesten volledig ontstoft kunnen worden, ook 'personeel' konden betalen. Want we gaan toch zelf onze kuis niet doen. Of de strijk. Of de tuin. Toch niet zot, zeker. Hung toont wat er gebeurt als dat wegvalt, en als in dezelfde straat zowel mensen wonen die het geld niet hebben om hun dak te repareren als mensen die twijfelen of ze de Mercedes-Benz rechts in de garage zouden zetten en de Maserati links. Wat doe je als je de buurman van het dak bent? Laat je je wegzuigen in de afvoer van het systeem, of ga je op zoek naar je unieke talent als ticket naar een betere plek - of toch naar een nieuw dak? 'I believe in America.' Misschien iets minder dan toen op het zomerfeest van de Corleone's. Maar in jezelf geloven mag nog altijd, ook in het grauwe crisisjaar 2011, dat het grauwe crisisjaar 2010 opvolgde en het waarschijnlijk grauwe crisisjaar 2012 voorafgaat. Hopelijk bent u groot geschapen. Of een flinke pooier. 'HOPELIJK BENT U GROOT GESCHAPEN, OF EEN FLINKE POOIER.'