Een collega-schrijver die enkele jaren geleden op de jaarlijkse papierhoogmis in Antwerp Expo naast me aan een eenzame signeertafel zat, noemde de Boekenbeurs met een zacht gevoel voor cynisme een overdekte versie van de Flikkendag, en ik moet bekennen dat ik de voorbije jaren inderdaad met enige tegenzin in de naar goedkope tapis-plain, natte jassen en bejaarde aircosystemen muffende evenementenhallen trok om er dan voor het vertier volks enkele koningsblauwe krabbels te zetten in de mijn naam dragende boeken van voorbijsjokkende dagjestoeristen.
...

Een collega-schrijver die enkele jaren geleden op de jaarlijkse papierhoogmis in Antwerp Expo naast me aan een eenzame signeertafel zat, noemde de Boekenbeurs met een zacht gevoel voor cynisme een overdekte versie van de Flikkendag, en ik moet bekennen dat ik de voorbije jaren inderdaad met enige tegenzin in de naar goedkope tapis-plain, natte jassen en bejaarde aircosystemen muffende evenementenhallen trok om er dan voor het vertier volks enkele koningsblauwe krabbels te zetten in de mijn naam dragende boeken van voorbijsjokkende dagjestoeristen. Maar vanaf dit jaar doe ik het anders, heb ik besloten. Gedaan met het snobisme, kom maar op met dat cultuuroptimisme! Een beetje meer dus, zoals die andere collega-schrijver, die zich en met een speciale pennenzak aan zijn tafeltje meldt en per handtekening van pen verandert. Enthousiast en goedgemutst ga ik het grootste boekenfeest van wat volgens mij de tofste stad van België is, tegemoet. Niet zeurend over de nekpijn, de droge bek of de walgelijke misan-tropie die dreigen op te steken na een uurtje op een stoel aan een tafel in een hal. Ook al heb je altijd weer de nozems die alle tafels afstappen om je dan met open mond en open smartphonelens te fotograferen, als was je Lesley-Anne Dingesbakkes of Paul D'Hoore. Ook al zit je waarschijnlijk weer tegenover een van de vierhonderd landelijke topkoks of een of andere kinderboekenmaker waarvoor ze het paaltjes- en lintencircuit al een dag op voorhand met een stevige klomp beton in de grond moeten komen storten, zodat het fanmoment niet uit de hand loopt. En daar zit je dan bij, met je vier fans en twee gekreukte exemplaartjes van je laatste zielsvrucht. Ook al beland je in een van de protserige Jaguars die de heren en dames auteurs van de voorbehouden parking naar de ingang pendelen misschien weer bij Sabine De Vos, die dan met de chauffeur over de wegligging van de betreffende bolide begint te filosoferen en zo een heel warme herinnering aan avondjes De Droomfabriek stuk prikt. Kapotte illusies, gelukkig voor schrijvers wat bomen zijn voor een schrijnwerker. Nee, niets meer van dat. Ook al komt er maar drie man opdagen, ook al zullen er weer ongewassen creaturen in mijn nek komen ademen dat 'er beter wat tekeningen in mijn boeken zouden staan' en zal ik ook dit jaar de vast en zeker superbe dichter naast me misschien niet meteen herkennen. Want, en dat meen ik, eigenlijk is er niets mooiers dan de lezers. Als schrijver wil je au fond maar twee dingen: schrijven en gelezen worden. De schrijver die de confrontatie met de lezers niet aankan, kan dus de confrontatie met zijn eigenste zelve niet aan. En dat is erg. Zelfs voor de labiele zotten die schrijvers doorgaans zijn. Houd u dus vast, lieve lezers, ik kom eraan, zal er voor u zijn, breng mijn mooiste pen mee en wil als u dat ook wilt heel graag met u praten. Ook over de pijnlijke eksterogen van uw vrouw, de laatste van Julian Barnes of de strijd om de burgemeesterssjerp in 't Stad. Vanaf deze 75e editie kijk ik naar de Beurs zoals een kunstduiker naar het uitnodigende, diepe, alles opslokkende olympische bad. Waarom moet ik nu plots toch weer aan Sabine De Vos denken? PB Gronda'DE BOEKENBEURS IS EEN OVERDEKTE VERSIE VAN DE FLIKKENDAG.'