De laatste keren dat ik me op een rustige avond in een dorp in Piemonte liet verleiden om naar een inheemse film te gaan kijken in de lokale Cinema Lux, wenste ik al voor het bereiken van het eerste plotpoint dat ik, in de plaats van me tussen de meestal slechts in kleine getale opgedaagde Italiaanse pubers en overjaarse hangmosselen te hebben begeven, was thuisgebleven om door mijn neefjes te worden kapotgemaakt in Call Of Duty, een vadsig boek van de Britse historicus Michael Burleigh te lezen of tegen de plaatselijke wijnen aan te gaan en over jonge vrouwen en oude Vespa's uit te weiden op het verwarmde terras van Bar Silmo, aan de centrale piazza van dat dorp, Borgosesia.
...

De laatste keren dat ik me op een rustige avond in een dorp in Piemonte liet verleiden om naar een inheemse film te gaan kijken in de lokale Cinema Lux, wenste ik al voor het bereiken van het eerste plotpoint dat ik, in de plaats van me tussen de meestal slechts in kleine getale opgedaagde Italiaanse pubers en overjaarse hangmosselen te hebben begeven, was thuisgebleven om door mijn neefjes te worden kapotgemaakt in Call Of Duty, een vadsig boek van de Britse historicus Michael Burleigh te lezen of tegen de plaatselijke wijnen aan te gaan en over jonge vrouwen en oude Vespa's uit te weiden op het verwarmde terras van Bar Silmo, aan de centrale piazza van dat dorp, Borgosesia. Wat gek is, want ik houd vreselijk veel van film. Als kunsttak, als massamedium en als wegwerpproduct. Ik ben zo'n gek die bij de bekende trailers van de producerende studio's al een gelukzaligheid ervaart, nog voor het eigenlijke werk begonnen is. Net zoals whiskydrinkers al gaan glimlachen bij de eerste inhalering boven hun glas, nog voor ze gedronken hebben. Je moet dus al heel rotte films maken, wil je aan mij een ontevreden klant hebben. Toch slagen veel van de hedendaagse Italiaanse mainstreamfilmmakers daar zonder enig probleem in. Uit zelfbehoud heb ik de meeste titels van de geprojecteerde rotzooi uit mijn geheugen gewist, maar toppers zoals Baciami ancora en La tigre e la neve zijn toch blijven hangen. Films waarin het grootste obstakel voor het hoofdpersonage is dat zijn koffie niet fijn genoeg gemalen is of dat het meisje met wie hij graag eens zou gaan zwemmen in een paradijselijk stukje Middellandse Zee nooit kan op dinsdagen, terwijl dinsdagen net de beste dagen zijn om te gaan zwemmen in paradijselijke stukjes Middellandse Zee. Basiskennis. Je zou haast gaan knikken bij de bekende quote van de eveneens bekende B-filmregisseur Quentin Tarantino, die enkele jaren geleden in Cannes zei dat de Italiaanse films die hij de voorbije jaren had gezien allemaal op elkaar leken: 'All they talk about is boys growing up, girls growing up, couples in crisis and holidays for the mentally disabled.'Maar Tarantino zit er natuurlijk naast in zijn diepgravende analyse, want ook I Vitelloni van Federico Fellini uit 1953 gaat over vijf vrienden uit een klein Italiaans dorpje. Op een bepaald moment heeft er één tijdens zijn vakantie een snor laten staan, en dat is dan een groots evenement. Matrimonio all'Italiana van De Sica uit 1964 gaat over een jarenlange affaire van een zakenman en een sluwe hoer, en het hele verhaal van het tot in den treure in canonlijstjes opgenomen Ladri di biciclette ('Fietsendieven') wordt eigenlijk ook al verklapt in de titel. Zeggen dat het slappe gevoel in veel hedendaagse Italiaanse films ligt aan het gebrek aan grootse scenario's is dus nonsens. Je zou zelfs nog verder kunnen gaan door te zeggen dat een zeker lanterfantismo eigen is aan Italië, en dus ook aan haar cinema. Waarom zijn veel van de nieuwe films dan zo, en ik wik mijn woorden, fucking kut? Het heeft misschien meer te maken met een gebrek aan dringendheid of inspiratie, of misschien zijn we in het verleden te hard verwend door de Italiaanse cinema en liggen onze verwachtingen te hoog? Zoals Etienne Vermeersch tot zijn schaamte moest bekennen wanneer gevraagd naar de titel van het jongste album van de Tsjechische metalband Silent Stream of Godless Elegy: Ik weet het niet. Wat ik wel weet, is dat van alle Italiaanse films in mijn kast Il Posto van Ermanno Olmi een van mijn favorieten is. En in diezelfde kast staan klasbakken als Una giornata particolare van Ettore Scola en Riso amaro van Giuseppe De Santis. Het verhaal van Il Posto, over een dorpsjongen die een job zoekt in de stad, daar verliefd wordt op een meisje, de job enkel en alleen aanvaardt om bij haar te kunnen zijn, daar niet in slaagt en eindigt in de deprimerende draaimolen die zijn 'job voor het leven' blijkt, is zo klein, maar gaat tegelijk over zo veel. Over dromen, verlangens, compromissen en teleurstelling, familie en liefde. Enfin, over boys growing up en girls growing up. Enhij is zo schoon. Als ze nu maar eens oude films zouden hernemen in de Cinema Lux. Het verhaal van 'Il Posto' is zo klein, maar gaat tegelijk over zo veel.