Nadat Neil Jordan grote sier maakte met donkerromantische films als The Crying Game (1992) en Interview with the Vampire (1994) raakte de Ierse cineast na de millenniumwisseling uit de mode. Zijn droomproject The Borgias belandde op tv en zijn vorige mysteriefabels Ondine (2009) en Byzantium (2012) werden in fijnproeversb...

Nadat Neil Jordan grote sier maakte met donkerromantische films als The Crying Game (1992) en Interview with the Vampire (1994) raakte de Ierse cineast na de millenniumwisseling uit de mode. Zijn droomproject The Borgias belandde op tv en zijn vorige mysteriefabels Ondine (2009) en Byzantium (2012) werden in fijnproeversbioscopen verstopt. Met zijn moderne stadssprookje Greta - een titel die knipoogt naar de Grimm-vertelling Hänsel und Gretel - begeeft hij zich nu weer op vertrouwd terrein door (vergeten) populaire genres zodanig te vervlechten tot het geheel zowel merkwaardig als smaakvol oogt. Zo opent Jordans curiosum als een traditioneel melodrama over de rouwende Frances (Chloë Grace Moretz), die haar pas gestorven moeder in de Franse pianolerares Greta (Isabelle Huppert) herkent, om niet veel later te ontsporen in een koortsige stalkingthriller die stilaan de geheimen van de Française en haar knusse stadswoonst blootlegt. Door de strakke montage en het uitgebeende scenario transformeert deze huiverfilm zo organisch van een keurig drama over mommy issues tot een campy horrorsprookje dat de gekmakende eenzaamheid in de metropool fileert. Alleen lust niet iedereen die eigenzinnige mix, en zeker niet in de States, waar de film flopte. Jordan volgt namelijk nogal opzichtig de kruimelsporen van wulpse expressionisten als Brian De Palma en Paul Verhoeven, waardoor Greta soms als inspiratieloze stijloefening wordt afgedaan. Toch toont de Ierse fantast met deze compromisloze film dat hij zijn vorm heeft teruggevonden.