WAT?

Deze handzame nieuwe bundeling van Grace Jones' eerste drie platen heet niet Bluegrass en al evenmin Gregorian Chant. Wat had u gedacht? Disco pur, in alle campy, hedonistische, glamoureuze glorie, dat is wat Portfolio (1977, **), Fame (1978, ***) en Muse (1979, ***) bevatten.
...

Deze handzame nieuwe bundeling van Grace Jones' eerste drie platen heet niet Bluegrass en al evenmin Gregorian Chant. Wat had u gedacht? Disco pur, in alle campy, hedonistische, glamoureuze glorie, dat is wat Portfolio (1977, **), Fame (1978, ***) en Muse (1979, ***) bevatten. Een topmodel dat iets in de zangkunst ambieert? Dan reageert men natuurlijk: geef ons de hoesfoto's maar. Driewerf gelijk in dit geval, al ligt de schuld deels bij de New Yorkse grafische ontwerper Richard Bernstein, die voor deze platencovers uitpakte met spetterend, ja warholiaans werk. En uiteraard telt ook de uitstraling van JamaicanJones zelf mee, een gedroomde balans van exotiek en chic. Haar keelgeluid hield dan weer het midden tussen 'the deadpan and the defiant', aldus het boek The Story of Island Records. Tussen uitgestreken en uitdagend: geen wonder dat de dansende homogemeenschap Grace Jones even tot de nieuwe discokoningin uitriep nadat Gloria Gaynor eind jaren zeventig uit beeld was verdwenen. Met triomferende deunen als I Need a Man of Do or Die had dat onderdrukte ventenvolk aan vette club anthems geen gebrek. Charmant anachronistisch, zullen we maar zeggen. Een wijsvinger in de richting van producer Tom Moulton, wiens handelsmerk erin bestond hele plaatkanten medleygewijs aan elkaar te mixen. De onderlinge inwisselbaarheid van deze drie generische platen is voorts te wijten aan de identieke opnamestudio (Sigma Sound in Philadelphia), waarnaar Moulton telkens muzikanten sommeerde waarmee het Philly soul-schrijversduo Gamble en Huff de hitparade in de seventies had gedomineerd. Toch heeft elke plaat wel zijn prijsbeestje. Op Portfolio toont Jones met Edith Piafs La vie en rose hoezeer ze andermans werk naar haar eigen flamboyante persoonlijkheid kneedt - een tour de force die ze op latere platen Warm Leatherette en Nightclubbing meermaals zal herhalen. Op Fame is het de glitterbravoure van Pride die piekt, terwijl je op Muse een kruisje naast Atlantic City Gambler zet, dat na alle congageweld en elektronische zweepslagjes opluchtend sobere funkpop uitrolt. U herinnert zich nog uit de les geschiedenis dat Le Freak van Chic, een van de best verkochte discosingles sinds de Slag bij Poitiers, uit pisnijd is geboren. Fuck Off luidde de werktitel, omdat Bernard Edwards en Nile Rodgers de decadente New Yorkse danstempel Studio 54 niet binnen waren geraakt. Maar is u ook diets gemaakt dat ze daar nochtans waren uitgenodigd door een zekere nieuwe discokoningin? Champagnebaden, worden we er niet allemaal vergeetachtig van? GRACE JONES *** Disco disco/pop Universal KURT BLONDEEL