Elke zondag, 21.30 - Canvas

Het meest opmerkelijke aan de documentaires uit de Goudvis-reeks is dat ze er zijn. De tijd dat je op Canvas in primetime een uur lang een portret van een hedendaagse kunstenaar kon bekijken, leek immers lang vervlogen, toen deze nieuwe serie opdook. Maar de komst van Goudvis past natuurlijk volledig binnen de heropleving van het kleine broertje van de openbare omroep: terwijl het documentaire genre er de afgelopen jaren in de onderste la lag, krijgen we nu - van Verloren Land over De Film van mijn Leven tot Puur Persoonlijk - ineens een hele golf van docu's van eigen bodem over ons heen.

Goudvis is niet de sterkste loot aan de documentaireboom: daarvoor zijn de afleveringen net iets te braaf en klassiek opgebouwd, met een mengeling van gesprekjes met de kunstenaar in kwestie en de mensen om hem heen en beelden uit het archief. Het is duidelijk dat de drempel bewust laag werd gehouden, vanuit de veronderstelling dat het simpele feit dat er een uur televisie aan de schone kunsten gewijd wordt vaak al genoeg is om de meeste mensen af te schrikken. Maar ook al zijn de documentaires uit Goudvis niet wereldschokkend, ze bevatten elke week toch meer dan genoeg mooie momenten om zeer genietbaar te blijven.

De aflevering rond het Belgische wonderkind van de jazz Jef Neve was in dat opzicht een perfect voorbeeld. De cameraploeg had de muzikant gefilmd tijdens enkele optredens in onder meer Antwerpen, Brussel en Madrid, en fragmenten daaruit werden gemonteerd tussen interviews met hem zelf, zijn begeleiders uit het Jef Neve Trio, zijn ouders en zijn vroegere muziekleraars. Dat leverde een portret op dat nergens bijzonder diep sneed, maar wel enkele veelzeggende anekdotes op een rij zette.

Zo bleek Jef Neve al van in zijn jeugd door de muziek bezeten: tijdens een trip naar de Efteling was hij als driejarige niet weg te slaan van een paddenstoel waaruit muziek van Händel weerklonk en toen hij als tiener naar Griekenland op vakantie ging, dacht hij de hele tijd met heimwee terug aan zijn eenzame piano thuis. Ook het verhaal over hoe hij in het Lemmensinstituut was binnengeraakt, sprak boekdelen. Voor het toelatingsexamen beschouwde Neve de studenten van die muziekacademie als 'übermenschen', en tijdens het interview met de jury kreeg hij te horen dat zijn technische bagage niet groot genoeg was om in het walhalla binnen te treden. Toen bleek echter dat het Lemmensinstituut nog op zoek was naar een saxofonist voor hun big band, zei Neve - die in de harmonie van zijn geboortedorp Oosterlo af en toe eens meeblies - dus maar dat hij dat instrument ook beheerste. 'Ik heb me daar letterlijk binnen gepraat', besloot de muzikant met een gelukzalige glimlach.

Het mooiste moment zat echter al in het begin, toen Neve bij enkele livebeelden vertelde wat er tijdens een optreden allemaal door hem heen gaat. Terwijl zijn compositie A Waterfall Never Comes Alone crescendo ging, legde hij uit hoe hij steeds maar dezelfde melodie zat te spelen terwijl zijn drummer helemaal loos kon gaan. 'Ik word daar zo gelukkig van', zei Neve, en de blik op zijn gezicht vertelde meer over de passie van de kunstenaar dan tien minuten extra interview.

Stefaan Werbrouck