Het had een sober fabrieksbestaan kunnen zijn, daar in Rockford, randstad Chicago. Net als dat van pa en ma, en de buren van pa en ma. Of het had een skaterscarrière kunnen worden, een leven op wieltjes. Maar het werd de muziek. Gebeten door Led Zeppelin rolde Ryley Walker een platenwinkel binnen, ontdekte Tim Buckley, Syd Barrett en John Martyn, en keek nooit meer om.
...

Het had een sober fabrieksbestaan kunnen zijn, daar in Rockford, randstad Chicago. Net als dat van pa en ma, en de buren van pa en ma. Of het had een skaterscarrière kunnen worden, een leven op wieltjes. Maar het werd de muziek. Gebeten door Led Zeppelin rolde Ryley Walker een platenwinkel binnen, ontdekte Tim Buckley, Syd Barrett en John Martyn, en keek nooit meer om. Het skateboard ruilde hij in voor een akoestische gitaar, en in 2014 maakte Walker een debuutplaat die hij zelf zo snel mogelijk trachtte te vergeten door het jaar nadien Primrose Green met de wereld te delen. En de wereld deelde Walkers liefde voor op Britse leest geschoeide, voor jazz ontvankelijke, kosmische folk. Walker zag sterretjes in muziekbladen als Mojo, Uncut, Q, NME en Knack Focus. Schouderklopjes kwamen er van Robert Plant en Danny Thompson, contrabassist en voormalig wapenbroeder van zijn helden John Martyn en Bert Jansch. 2015 was een vruchtbaar, drukbezet jaar voor Walker. En nu al heeft hij een plaat klaargespeeld die Primrose Green doet vergeten. Ryley Walker zit in een groeispurt. Je idolen respectvol eren, en ze vervolgens links voorbij proberen te fietsen: vele folkies gingen hem daarin voor. Daar is tijd en oefening voor nodig, tijd die Walker niet hebben wil. Deze jongen is een spons, en knijpt zich uit in acht songs die zijn aanwassende finesse in het songschrijven accentueren en aantonen dat Walker zich na een jaar toeren steeds beter voelt bij zijn eigen stem. De intro van opener The Halfwit in Me, achttien seconden lang, toont dat virtuositeit voor Walker niet langer het hoogste goed is. Hij kan een gemeen stukje fingerpicking spelen als hij wil, maar streelt op Golden Sings meer dan hij krabt. Ze gaan elektrisch en akoestisch af en toe nog in de clinch - zoals in het op polyritmes galopperende A Choir Apart en midden in het bluesy Sullen Mind - maar de gitaren krijgen ademruimte, en de subtiele, geraffineerde melodieën floreren. Zelfs een romantisch niemendalletje van nog geen drie minuten als I Will Ask You Twice - 'will you marry baby? / I will ask you twice' - schittert in al zijn eenvoud. Héél mooie plaat. Luisteren. We gaan het geen twee keer zeggen. RYLEY WALKER ***** Golden Sings That Have Been Sungfolk/rock Dead Oceans DOWNLOAD The Halfwit in Me A Choir Apart The Roundabout JONAS BOEL