Gotan Project ****

LUNáTICO
...

LUNáTICO YA BASTA/UNIVERSAL Een zwoele zomeravond op Rock Werchter in 2003. In de Marquee-tent staat een stel tangomuzikanten in een rijtje opgesteld voor een doek waarop beelden werden geprojecteerd. Het geluid dat ze produceren is pure magie, en doet je zowaar vergeten dat je op een rockfestival staat in een tent gevuld met naar zweet en bier walmende Vlamingen. Ze voeren je mee naar zuiderser contreien, waar de lucht zwoel is en de vrouwen - vreemd genoeg zijn er alléén maar vrouwen - nog zwoeler. Het orkest blijkt niet alleen te zijn: plots gaat het scherm omhoog en worden twee achter apparatuur verscholen techneuten zichtbaar. Het zijn de deejays/producers Philippe Cohen Solal en Christoph Müller - samen Gotan Project - die met subtiele beats en samples het orkest sturen. Ze laten op virtuoze wijze twee werelden, één van computers en knopjes en één van warme instrumenten en ritmes, harmonieus versmelten. Die twee knoppendraaiers, afkomstig uit Parijs, hadden eerder al een reputatie in het loungewereldje opgebouwd als The Boyz From Brazil. Maar toen ze voor La Revancha Del Tango, de debuutplaat van hun tangoproject, in zee gingen met de uit Buenos Aires afkomstige gitarist Eduardo Makaroff en dit trio nog een batterij Argentijnse rasmuzikanten rond zich verzamelde, boorden ze een regelrechte goudader aan: wereldwijd werden meer dan een miljoen exemplaren van de plaat verkocht, aan een breed publiek dat voorheen vaak geen enkele tango-cd in de kast had staan. Gotan Project had de 'tango postmoderno' of 'tango electronico' uitgevonden. Vele anderen sprongen inmiddels op de kar, maar Solal, Müller en Makaroff blijven hoog boven de concurrentie uit torenen. Dat bewijst hun tweede album Lunático, waarop de menghonger van Gotan Project nog lang niet is gestild. Opener Amor Porteño is een verbroedering met de tjingelende gitaren van Calexico, en de afsluiter, de Ry Cooder-cover Paris, Texas is uit dezelfde stoffige woestijnsfeer opgetrokken. Het titelnummer en de pianoballade Celos omarmen de jazz, in het met hiphopbeats aangelengde Mi Confesión mag de Argentijnse MC Koxmoz een eindje weg rappen, Tango Canción stoeit met dub, en de hele tijd slaagt Gotan erin het te doen klinken alsof deze fusies van stijlen altijd al hebben bestaan. Veel is te danken aan de kristallen stem van zangeres Cristina Vilallonga, die melodieus en ingetogen zingt, zonder het zweem van drama waaraan latina's zich zo vaak bezondigen. Ook al schuwt het trio het experiment nog steeds niet, ze verhelen niet dat ze de klassieke tango weer in de armen sluiten - de titel Lunático verwijst niet voor niets naar het favoriete renpaard van tangogrootheid Carlos Gardel. Hier en daar tekent een strijkersorkest nadrukkelijk aanwezig; het hevigst en inventiefst gaan de violen aan de zwier in Criminal. Via percussie legt Gotan Project voorts de Afrikaanse roots van de tango bloot, een vorm van muzikale geschiedschrijving die ook naar de teksten wordt doorgetrokken: in Domingo somt Buenos Aires-inwoner Jimi Santos woorden uit zijn moedertaal op die van het zwarte continent stammen en in Notas doet musicoloog Juan Carlos Cáceres uit de doeken hoe Argentinië van een Afrikaans naar een Europees georiënteerd land evolueerde. Beide nummers, wiegend op de kadans van funky gitaren en badend in computereffecten, zijn typisch Gotan Project-retrofuturisme waar je niet snel genoeg van krijgt. Peter Van Dyck