Pascal Ory,The House of Books,320 blz., euro19,9

Aan René Goscinny, scenarist van Asterix en de beste Lucky Lukes en schrijver van De kleine Nicolaas, waren al eerder biografieën gewijd, maar deze nieuwe bio van Pascal Ory is de volledigste tot nu toe.

Stof genoeg alvast. Alleen al de reconstructie van hoe Goscinny als zoon van Oost-Europese Joden via Argentinië en New York in Frankrijk belandde, doet heel romanesk aan. Goscinny was een laatbloeier: pas na zijn 35e kwam zijn leven in een beslissende plooi door het fenomenale succes van Asterix en Lucky Luke en door zijn late huwelijk. Zijn dood op zijn 51e had trouwens best een morbide grap uit zijn albums kunnen zijn: hij overleed aan een hartaanval tijdens een conditietest op de fiets bij een cardioloog.

Schrijver Pascal Ory is een cultureel historicus aan de Sorbonne en dat voel je. Zo gaat hij erg weinig in op de inhoud van Goscinny's uitgebreide oeuvre, maar toont hij wel uitgebreid de interactie tussen Goscinny en zijn vele professionele en persoonlijke contacten. Uderzo bleef bijvoorbeeld tot het einde zijn boezemvriend, terwijl hij met Morris tumultueuze aanvaringen beleefde.

Ory beschrijft Goscinny niet enkel als de scenarist van Asterix, zoals de Nederlandse titel ten onrechte laat vermoeden, maar wel als compleet auteur. Zijn hele productie - van proza over animatiefilms en liveaction tot radioprogramma's - krijgt een plek. De filmavonturen van Goscinny en vooral zijn langdurige hoofdredacteurschap van Pilote vullen het beeld van de geniale striphumorist aan. Pilote, het blad waarin Asterix verscheen, luidde de geboorte van de strip voor volwassenen in Frankrijk in. Het was daar dat Goscinny in de jaren 60 een hele waaier revolutionaire auteurs introduceerde, zoals Giraud/Moebius en Claire Bretéche. Uiteindelijk werd hij echter als een freudiaanse vader door zijn kinderen gecastreerd.

Geheel in lijn met de modieuze Franse cultuurgeschiedenis reserveert Ory een hoofdstuk voor de manier waarop Goscinny en zijn creaties hun plaats opeisen in de hedendaagse Franse maatschappij via straatnamen of namen van scholen. Hij merkt ook de ironie op van het feit dat Asterix en De kleine Nicolaas tot het Franse erfgoed behoren, maar geschreven werden door een globetrottende Joodse immigrant van de tweede generatie.

In vergelijking met de detaillistische biografieën die we van Hergé kennen, valt Goscinny, bedenker van Asterix' avonturen wat dun uit, maar Ory is de eerste om toe te geven dat er in de archieven nog bijzonder veel materiaal te rapen ligt. Dit boek is dus een eerste, erg informatieve stap, alleen jammer van de soms krakkemikkige vertaling.

Gert Meesters