1959-1993

Films ****

Extra's **

(Universal)

Goed nieuws voor de Godardfan - wat iedereen die film een beetje ernstig neemt toch zou moeten zijn: net nu de oerdegelijke kritische biografie van Richard Brody ( The Work- ing Life of Jean-Luc Godard, zie bespreking in Focus nr. 36) verschijnt, komt er een box uit met elf films (deskundig ingeleid door een andere Godard-biograaf, Colin MacCabe) en een extra schijfje bonusmateriaal, waaronder een historisch gesprek tussen de Frans/Zwitserse regisseur en Fritz Lang.

Godards eerste periode, die parallel loopt met de revolutionaire stroming van de nouvelle vague, is met zeven titels goed vertegenwoordigd. Daaronder vind je zijn baanbrekend debuut A bout de souffle (1959) en de Moraviaverfilming Le Mépris (1963), die vaak als zijn 'normaalste' film wordt beschouwd. Plus: vijf van de zeven films die hij in de jaren zestig met zijn eerste muze Anna Karina draaide en waarin hij op speelse wijze de cinema opnieuw uitvindt. Het zijn films die gemaakt zijn met een energie, vrijheid en inventiviteit die je nu niet meer voor mogelijk houdt, ongeacht of ze nu politieke taboes breken (de folterpraktijken in Algerije in Le petit soldat), gulzige popart-odes aan de romantische liefde zijn ( Une femme est une femme, Pierrot le fou), een naargeestige blik op de ontmenselijkte nabije toekomst werpen ( Alphaville) of een sloganeske anti-imperialistische lezing van Amerikaanse misdaadpulp geven ( Made in USA).

Godards daaropvolgende maoïstische periode waarin hij de geijkte productie- en distributiekanalen links liet liggen en de militante toer op ging, ontbreekt in deze box - al is dat geen groot verlies. We nemen de draad weer op in de vroege jaren tachtig als Godard vanuit zijn Zwitserse thuisbasis en gestimuleerd door zijn videofase uit de jaren zeventig zijn experimenten met beeld en geluid voortzet en ons met de reikwijdte van zijn filosofisch cinematografische essays blijft verbazen. Zijn passie voor de plastische invulling van het filmbeeld leeft Godard uit in Passion (1982) , waarin een Poolse regisseur gigantische tableaux vivants ensceneert. In Prénom Carmen (1983) buigt hij dan weer een operetteverhaaltje tot een provocerend discours over liefde en terrorisme om. Met Détective (1985) keert hij terug naar de B-filmhommages uit zijn beginjaren. In Hélas pour moi (1993) , de meest recente titel in deze verzameling, leidt de ontmoeting tussen Depar( dieu) en ( God)ard haast onvermijdelijk tot een van de meest spirituele bespiegelingen van een cineast die altijd al tussen politieke agitatie en metafysische bezinning bewoog.

Patrick Duynslaegher