Gitaarrock of garagerock: Terwijl de synthesizer bij het ingaan van de jaren tachtig door de new wave als een heilige koe werd aanbeden, grepen in Amerika een hoop groepen terug naar de eenvoudige bas-drum-gitaarformule, zich opsluitend in garageboxen om ijverig op ambachtelijke wijze te repeteren. The Replacements (gemend door Paul Westerberg) en Hüsker Dü (bandleider: Bob Mould) uit Minneapolis en de Paisley-Undergroundscène met Green On Red, The Dream Syndicate (bezield door Steve Wynn) en Rain Parade omarmden de elektrische gitaar en kweekten een trouwe cultaanhang. Voor heel wat onder hen stond de sixtiessound model.
...

Gitaarrock of garagerock: Terwijl de synthesizer bij het ingaan van de jaren tachtig door de new wave als een heilige koe werd aanbeden, grepen in Amerika een hoop groepen terug naar de eenvoudige bas-drum-gitaarformule, zich opsluitend in garageboxen om ijverig op ambachtelijke wijze te repeteren. The Replacements (gemend door Paul Westerberg) en Hüsker Dü (bandleider: Bob Mould) uit Minneapolis en de Paisley-Undergroundscène met Green On Red, The Dream Syndicate (bezield door Steve Wynn) en Rain Parade omarmden de elektrische gitaar en kweekten een trouwe cultaanhang. Voor heel wat onder hen stond de sixtiessound model. Glamrock: Belangrijke mededeling aan jongeren die denken dat Marilyn Manson superorigineel is: de brave borst met het stoute imago heeft zowat alles gepikt van Alice Cooper en David Bowie ten tijde van Ziggy Stardust. Zij waren, samen met Slade, T-Rex en Roxy Music, verantwoordelijk voor de intelligentste glamrock uit de jaren zeventig. Wat zij te bieden hadden: een androgyn imago, véél glitter en een muzikale terugkeer naar de rock-'n-roll in zijn puurste kracht. Wat al te vaak afgedaan werd als nichtenrock blijkt nog altijd tot de verbeelding te spreken. Getuige daarvan het album Glittering 2000, waarop Belgische groepen van nu songs uit die periode coveren, de film Velvet Goldmine met Ewan McGregor en het recent verschenen fotoboek Blood And Glitter van Mick Rock. Gnawa: Gnawameesters zijn afstammelingen van slaven die in de zestiende eeuw vanuit het toenmalige Mali-imperium naar Marokko werden overgebracht. Hun trancemuziek heeft naar verluidt een therapeutische kracht. Er huizen zowel Afrikaanse als arabo-berberse elementen in. Een met de banjo verwante luitdrum (guembri) bepaalt de klankkleur. Led Zeppelin (zie: hardrock) ging als een van de eerste westerse groepen de confrontatie met gnawa aan, jazztrompettist Don Cherry werkte met de moderne grootmeester Hassan Hakmoun samen en het Antwerpse Think Of One vormde voor zijn Marrakech Emballages Ensembleproject team met zanger en sentir- en karabasspeler Abdelkebir Bensaloum. Gospel: Van origine religieuze muziek waaraan de negerslaven in de VS zich optrokken. Het oudst zijn de spirituals van de baptisten: zeer droevige, in koor gezongen hymnen en klaagzangen. Gospel is in de blues gewortelde vocale expressie: de eerste opnamen die teruggevonden werden, zijn niet toevallig van blueszangers als Blind Willie Johnson en Thomas Dorsey. Het genre legde de kiem voor de soulmuziek: het vraag-en-antwoordpatroon van de zang _ voortvloeiend uit de preken tijdens kerkdiensten _ zou een belangrijk kenmerk van de soul worden. Blind Boys Of Alabama is de langst meedraaiende zanggroep. Moby oogstte veel bijval met Play, een plaat waarop moderne beats mooi aan gospelsamples uit het begin van de twintigste eeuw werden gekoppeld. Gothic : Wordt in één adem genoemd met new wave. De theatrale, galmende en duistere songs van Bauhaus, Sisters Of Mercy, Siouxsie & The Banshees, Killing Joke en The Cure appelleren aan de zwarte brigade. De vestimentaire code: lange zwarte jassen, veel make-up (vooral zwarte nagellak, dito lipstick en eyeliner) en vogelnestkapsels. De niet van nostalgie verstoken compilatiereeks Dressed In Black en het festival Eurorock in Limburg bewijzen dat deze sinistere vampierenmuziek ondanks de algemene rouw nog niet is uitgestorven. Tegenwoordig heb je overigens ook gothic metal: logge gitaren in combinatie met wijdse toetsen en violen, en ook vaak vrouwelijke zang. De bands Type O Negative, Paradise Lost, My Dying Bride en The Gathering zijn duidelijk aan de donkere prinsen van Sisters Of Mercy schatplichtig. Griots: In wat vroeger het Mandingimperium was (Guinee en Mali) en in Senegal blijft de griot-cultuur voortleven. Griots zijn barden die van generatie op generatie 200 jaar West-Afrikaanse geschiedenis overleveren. De verhalenvertellers reizen van dorp tot dorp en bezingen historische feiten, begeleid door authentieke instrumenten als ngoni (een viersnarige harp), kora, talking drum en djembé. Habib Koité is het prototype van troubadours die met hun tijd mee zijn, terwijl Baaba Maal naar het reggae-achtige yelaritme van de vrouwelijke griots uit zijn geboortestreek in Noord-Senegal teruggrijpt. De diva Oumou Sangare bewijst dat je niet tot de bevoorrechte griot-kaste moet behoren om vers bloed in de lofliederen te pompen. Grunge: In '91 verrijkte Kurt Cobain van Nirvana de punkrockerfenis met zijn oerschreeuw en zacht-harde dynamiek. De media-belangstelling die hij, Smashing Pumpkins, Soundgarden en Pearl Jam genoten, bleek een breekijzer dat openingen maakte in het popestablishment. De lijn tussen alternatief en commercieel vervaagde. Grunge heeft Seattle als uitvalsbasis, met het label Sub Pop als draaischijf. Het is de lijfmuziek van de slackergeneratie, die een ringbaardje laat groeien en zijn slonzige garderobe in tweedehandszaken bij elkaar scharrelt. Hardcore: Zowel in punk als in house toepasbaar. In beide gevallen is beuken het devies. Hardrock: Hardrock is de in blues gedrenkte voorloper van heavy metal. De gierende gitaarsolo, de falsetstem en het lange haar kenmerkten de er een stevige lap op gevende stichters: Deep Purple, Led Zeppelin en Black Sabbath. Voor alle duidelijkheid: noem AC/DC gerust hardrock en Metallica metal, maar niet omgekeerd. Hiphop of rap: De hiphopcultuur behelst drie disciplines: het rappen, het graffiti spuiten, het deejayen. De oerrappers waren de politiek geëngageerde Gil Scott-Heron en Last Poets. Die laatsten droegen hun poëzie op de straathoeken van New York op de kadans van percussie voor. Dat werkte aanstekelijk voor de Afro-Amerikaanse en Puertoricaanse jeugd in de Big Apple. Ze organiseerden block parties in de Bronx, waar Grandmaster Flash, Kurtis Blow en Afrika Bambaataa kwamen deejayen en scratchen. In Adidas-sportpakken gestoken B-boys (hiphopfans) leefden zich daar uit met breakdance- en electric boogie-acrobatie. Ibiza: Eiland in de Balearen, op tachtig kilometer van het Spaanse vasteland. Vooral Britse ravers exploreren er gretig het nachtleven. Vroeger, toen alles nog gratis was, waren de feestjes memorabel en zelfs ronduit berucht. Intussen is Ibiza 'vercommercialiseerd' en is het met een vergrootglas zoeken naar de ware spirit. Bovendien zijn de plaatselijke autoriteiten de baldadigheden van de Britse hooligans spuugzat. Een van de weinige overblijvende places to be, is Café Del Mar waar DJ José Padilla gastheer is (zie: ultra-lounge). Illbient: De New Yorker DJ Spooky vond ambient wat te clean. Hij wilde het genre wat ziekelijker en donkerder maken, door te rotzooien met geschifte draaitafeltoeren, dub en drum 'n' bass. Indie: Een term die vooral in Londen graag wordt bovengehaald. In de punk- en new wave-tijd bouwden de Britten een onafhankelijk circuit uit met kleine platenlabels, gespecialiseerde bladen, piraatzenders en clubs. Hun uitgangspunt: laat het ons lekker alternatief houden, dan kweek je streetcredibility. De manier waarop de rockmagazines New Musical Express en Melody Maker de grote kanonnen in stelling brengen om groepen te hypen _ en ze even later met evenveel plezier weer te kelderen _ getuigt allerminst van een 'geloofwaardige' indiehouding. Industrial of electronic body music: Throbbing Gristle (later Psychic TV) tekende als eerste voor een industrieel geluid van ruis, herrie, zware elektronica en stalen buizen. Het Berlijnse Einstürzende Neubauten had geen geld voor instrumenten en bracht bijgevolg lawaai voort met schroot, afgedankte drilboren en voorhamers. Andere Duitsers, die van DAF, lagen aan de basis van de electronic body music. De Belgen _ Front 242, Poésie Noire, The Neon Judgement _ manifesteerden zich als haantje-de-voorste op dit terrein van mechanische, strakke en repetitieve ritmepatronen. Ministry en Nine Inch Nails breidden de experimenten verder uit en gooiden er gitaargeweld tegenaan.