Heel zijn professionele leven lang al vertolkt Gibson wellustig figuren die van ver of dichtbij enige gelijkenis met Christus vertonen. Elke mensenzoon die vanuit 'Holywood' tot wereldster wordt gebombardeerd, voelt zich op een of andere dag natuurlijk wel eens een messias, maar de Hollywoodmartelaar van het jaar bakte het toch wat bruiner dan anderen, zo blijkt uit een terugblik op zijn deels indrukwekkende, deels deerniswekkende acteercarrière en op zijn uitzonderlijk lachwekkende staat van dienst als regisseur. Voor wie het niet geloven wil, ziehier de 14 statiën van Onze-Lieve-Mels kalvarieweg naar de top (statie: één van de 14 plaatsen waar Jezus op de weg naar Golgotha zou hebben stilgehouden of geleden; elk van de kerkelijke afbeeldingen die gezamenlijk de kruisweg vormen).
...

Heel zijn professionele leven lang al vertolkt Gibson wellustig figuren die van ver of dichtbij enige gelijkenis met Christus vertonen. Elke mensenzoon die vanuit 'Holywood' tot wereldster wordt gebombardeerd, voelt zich op een of andere dag natuurlijk wel eens een messias, maar de Hollywoodmartelaar van het jaar bakte het toch wat bruiner dan anderen, zo blijkt uit een terugblik op zijn deels indrukwekkende, deels deerniswekkende acteercarrière en op zijn uitzonderlijk lachwekkende staat van dienst als regisseur. Voor wie het niet geloven wil, ziehier de 14 statiën van Onze-Lieve-Mels kalvarieweg naar de top (statie: één van de 14 plaatsen waar Jezus op de weg naar Golgotha zou hebben stilgehouden of geleden; elk van de kerkelijke afbeeldingen die gezamenlijk de kruisweg vormen).'Zalig zijn de armen van geest', preekte Jezus al, en je vraagt je soms af of hij dat ook voor Gibson had bedoeld. Zalig zijn zij die de armen van geest nabootsen dan? Ons denkt van niet, want zij jagen afgoden zoals oscars (voor de beste mannelijke spast) na. Mel had al getekend voor George Millers Mad Max toen hij in deze natte nachtmerrie een mentaal 'trage' jongeman mocht spelen en bekoorlijk mocht wezen. Spannend shortje, lapjeshemd, een grasmaaier én Piper Laurie als een wat rijpere madonna-hoer: men zou zich van minder schuldig hebben beginnen voelen. 'I Was a Leather Jesus!': het zou een boutade kunnen zijn van Mel Gibson, in een terugblik op zijn rol als Mad Max. Hoewel Max Rockatansky in tegenstelling tot Jezus aan de goeie kant van de wet stond, kent hij na de moord op vrouw en kind door motorpsycho's Nightrider en Toecutter geen genade. Alle wraakfantasieën die nog in Mels loopbaan zouden volgen, van Lethal Weapon tot nu, ontlenen hun bestaansreden aan Gods eigen uitspraak: ' Vengenace is Mine'. Volgens Peter Weir, die rond dezelfde tijd ook Gallipolli draaide met Gibson, was de jonge Mel ' full of beans and really with no grand career ambitions'. Het uitstekende vervolg begint met een schot in de roos. De voice-over somt Max' verdere bestaan op, na het ontzaglijke lijden van de eerste film: '... men like Max, the warrior Max, in the roar of an engine he lost everything. And became a shell of a man, a burnt out desolate man, haunt-ed by the demons of his past. A man who wandered out into the wastelands and it was here in this blighted place, that he learned to live again'. Jezus in de woestijn? Een verrijzenisverhaal over de rechtvaardige strijder in een wereld aan de rand van de Dag des Oordeels? Gibsons messias-complex krijgt in het slot van de trilogie, Mad Max Beyond the Thunderdome, een eerste zeer concrete uitwerking: in de woestijn stoot hij op een kolonie weeskinderen die in hem hun verlosser zien. Een van hun schilderijen toont een reuzen-Max met uitgestrekte armen, waaronder de kleine kinderfiguren bescherming vinden. Max verschijnt verder ook als een opgebaarde Jezus in het stinkend hart van Bartertown, de op ruilhandel, brood en spelen draaiende neocivilisatie. Mels eerste braakrol heette Tim, zijn eigenlijke door-braakrol kreeg hij van Peter Weir, de Australische geest-in-een-Amerikaanse-fles die ons laatst de deugd van dwingend gezag voorschotelde in Master and Commander. Mel heet hier Guy, een westers journalist die tijdens de laatste dagen van het Sokarno-regime een portie lijden voorgeschoteld krijgt: eerst als bevoorrecht waarnemer, dan als bevoorrecht slachtoffer. Mel krijgt een klap op het hoofd die hem ei zo na een oog kost en sterk doet denken aan de klap op het met bruin gekleurde blauwe oog dat Caviezel ontvangt in Passion. Hoe kon het anders? Gibson in de rol van Fletcher Christian, een naam die hij 20 jaar terug al niet had gestolen. De master's mate aan boord van The Bounty wordt de verlosser, die de muitende bemanning aan de terreur van Captain Bligh onttrekt en ze in een nieuw soort koninkrijk opneemt (en en passant ook uitgebreid wordt gegeseld). Actie versmelt met lijden in deze toen 'nieuwe' vorm van de buddy cop movie, met Gibson als de factor die het verschil maakt. Zijn personage, Martin Riggs, is een versterking van het Max-syndroom: Riggs is weduwnaar en flik, maar vooral een schietgrage woesteling met een zeer chronische doodswens. Het al te vroege overlijden van zijn vrouw is daarvan de oorzaak, en soms raakt Riggs helemaal het noorden kwijt, daar in zijn caravan op het strand. In een moment van suïcidale overweldiging zien we hem stuntelen met de loop van zijn blaffer in de mond, terwijl op de achtergrond Bugs Bunny's Christmas Carol speelt. Hij kan het ding er echter niet in houden, een metafoor van impo- tentie voor de vrouwloze man. Later zien we Riggs halfnaakt aan een ketting tegen een muur hangen: zijn belagers keilen water tegen zijn stoere bast aan en gaan over tot een foltering met batterijlaadkabels. Het gewelddadig lijden is ondertussen zo'n gemeenplaats van loutering geworden dat het als een versnellingspook voor vaak bijbelse wraak dienst doet. Riggs verrijst uit de dood en deelt vergelding uit met de toorn van God uit het Oude Testament. De onsterfelijkheid en de verrijzenis worden reële wensen in dit tranen zuigend prentje waarin Mel een piloot speelt die zich anno 1939 één jaar wil laten invriezen om op die manier zijn vrouw in coma niet te hoeven zien. Jammer genoeg ontwaakt hij 50 jaar later uit de ijsslaap. ' It's a dead guy!', schreeuwen twee knullen die zijn lichaam vinden. Het lijden van een onschuldige, welmenende mensenzoon is hét thema van de eerste film die Mel zelf regisseerde. Een gruwelijk verminkte eenzaat die wegens zijn vriendschap met een gepest, eenzaam jongetje wordt verdacht van pedofilie, wordt onterecht aan de schandpaal genageld. Het zijn zijn woorden, niet zijn daden die de massa tot inkeer brengen. Tien jaar later blijft van dat geloof in geweldloosheid niks dan bloedspatten over op het gezicht van een geil geselende Romein. 'Ik zal zeker en vast gekruisigd worden'. Het waren omineuze woorden die Mel uitsprak nadat hij, wellicht in een moment van goddelijke wijsheid, de omvang van zijn epische miskleun had gezien. Terugkijkend op Mels Jezus-complex is dit ridicuul verhaal over bevrijder des volks William Wallace, een 13e-eeuwse Schot die een rok draagt om waar hij kan zijn blote kont aan de Britten te tonen, beslist de voorstudie van Passion. Er wordt gespietst, gekeeld, met pijlen doorboord dat het een lieve lust is, en Mel beleeft zijn masochistische Christus-orgie als hij eerst te schande wordt gezet en later op een kruisachtig werktuig wordt gevierendeeld. ' Freedom', prevelt hij nog. ' At last!', vult de door lachkrampen ondraaglijk lijdende toeschouwer aan. Een miljonair verzet zich tegen de eisen van de ontvoerders van zijn zoon - 'je krijgt geen cent' - en laat zich koppig als een steenezel, heroïsch en een en al martelaar, tot pulp slaan voor het 'goede' doel. De enige vraag die we ons finaal en compleet uitgeput van ergernis stellen bij zoveel mannelijke overgave is: waarover ging het ook alweer? Mel als paranoïde schizofreen? Misschien durft een psychiater in de wandelgangen al eens te stellen dat Jezus misschien aan schizofrenie en paranoia leed (die stemmen van hogerhand, de splitsing van Onze Vader, Onze Zoon en de Heilige Geest). In elk geval is de volstrekt kierewiete Jerry Fletcher een soort profeet en slachtoffer, die het Vaticaan - knipoog van Mels dichtgebeukte oog - een "festering scab" noemt en overal complotten ziet (en natuurlijk ook gelijk heeft). Hij wordt in een rolstoel vastgeritst, krijgt vreemde prikken van waarheidsserum, wordt pardoes doodgeknald, krijgt de quasi-maagdelijke Julia Roberts aan zijn graf en staat dan uit de slaap der doden op (wie deed hem dat voor?). Hij verdrinkt ook bijna en loopt er de hele film eigenlijk als een kakelend en verzopen kieken bij (vandaar misschien dat hij Chicken Run insprak). Mad Mel was toch al het een en het ander gewoon op gebied van geënsceneerd geweld, dachten wij (nog met de vorige films in het hoofd en niet bij machte de delete-knop te vinden). Maar neen, patriarch Gibson vond Helgelands aanpak veel te zwart, somber en cynisch. Vandaar ook dat het accent komt te liggen op het lijden dat zijn personage Porter is aangedaan: eerst wordt hij in de rug geschoten en voor dood achtergelaten, dan verrijst hij om wraak te nemen (' You look pretty good for a dead guy') en tussendoor in een ware kruisigingsimitatie iemand zijn tenen plat te laten mokeren (' They're start-ing to look like roast beef!'). Mel is hier Vadertje Republiek zelve, de pater patrias, wijze democraat en pacifist die van boerenhof naar slagveld verhuist - zoals indertijd in Rome een herenboer dictator kon worden. Maar hij is dus ook weduwnaar, die zijn zoon voor zijn ogen afgemaakt ziet worden, spontaan een martelarenhouding aanneemt en later voor wraak zorgt. Gibson neemt zijn rol van goede herder en vader des vaderlands sterk ter harte, zeker wanneer hij als 'echte man' en getooid met alle Purple Hearts die hij nooit heeft kunnen bemachtigen het stigma van de Vietnam-oorlog tot het zijne maakt. Luitenant-kolonel Hal Moore houdt zijn schaapjes in de meest gruwelijke omstandigheden bijeen, waant zich boven de dodelijke kracht van kogels en granaten en geeft zijn jongens één voor één een schouderklopje. Het portret van een katholieke kolonel die vrouw en zeven kinderen achterlaat, is een perverse prestatie vol rechtse retoriek over helden en vaderland. Opvallend in Gibsons Weltanschauung is de afwezigheid van de vrouw. In Mad Max wordt Mel weduwnaar, in Lethal Weapon is hij het en ook in zijn regiedebuut The Man Without a Face is de man zonder vrouw onvoltooid. M. Night Shyamalans Signs is op dat gebied nog het sterkste: Mel is voorwaar een priester die machteloos moest toezien hoe zijn vrouw in een vreemd ongeval de pijp uitging, reden genoeg om van Gods ondoorgrondelijke wegen af te dwalen. Wanneer bovendien een stel aliens zich van zijn maïsvelden meester maakt, is het voor Reverend Grahan Hess erop of eronder met God. Jo Smets