Moet je Ghost catalogeren onder stoere pop of poppy metal? Niemand die daar sinds debuut Opus Eponymous (2010) uitsluitsel over heeft kunnen geven. Ook de vierde lp van het Zweedse fau...

Moet je Ghost catalogeren onder stoere pop of poppy metal? Niemand die daar sinds debuut Opus Eponymous (2010) uitsluitsel over heeft kunnen geven. Ook de vierde lp van het Zweedse faux-satanische gezelschap rond kardinaal/marketeer Tobias Forge stuurt niet aan op een consensus, al bespeelt de band nadrukkelijker de Amerikaanse markt. Rats had op een mindere Ozzy Osbourne kunnen staan en de olijke meezinger Dance Macabre was in de eighties geheid een stadionhit geweest. Op Prequelle drijft Forge de theatraliteit op de spits met stroperige pianoballads en dito refreinen. Zo is See the Light, een liefdesverklaring aan de Gehoornde - maar eigenlijk een ode aan de edele kunst van de fellatio - even glibberig als die slak die al weken in uw tuin rondwaart maar die u niet wenst te liquideren. Ghost blijft ook na acht jaar een grap, maar dan wel een goede.