Het is niet mooi om te zeggen, maar toen ik Tristan Devriendt (Maarten Nulens) in Gevoel voor tumor bezig zag, wenste ik hem stiekem een vieze ziekte toe. Arroganter, meer zelfvoldaan en hufterig als jongeman Devriendt maken ze ze niet vaak. Tenzij in die ene fabriek in een rechtse uithoek van Brasschaat waar het gros van dit soort opgeblazen ego's met rijke vaders en kunstzinnige moeders van de band rolt.
...

Het is niet mooi om te zeggen, maar toen ik Tristan Devriendt (Maarten Nulens) in Gevoel voor tumor bezig zag, wenste ik hem stiekem een vieze ziekte toe. Arroganter, meer zelfvoldaan en hufterig als jongeman Devriendt maken ze ze niet vaak. Tenzij in die ene fabriek in een rechtse uithoek van Brasschaat waar het gros van dit soort opgeblazen ego's met rijke vaders en kunstzinnige moeders van de band rolt. Ik mag het wel verklappen, want de titel van deze serie geeft het geheim al prijs: Tristan, de jonge assistent-arts met een feromonenproductie die als een vrouwelijke-hormonenverstoorder werkt, die in donkere hokken van het ziekenhuis seks heeft met de favoriete instrumentenaangeefster van de neurochirurg in de hoop dat zij hem als eerste zal bellen als de neurochirurg een assistent nodig heeft, wat - o verrassing! - ook gebeurt, die Tristan voor wie de bomen tot in de hemel groeien, geen berg te hoog is, geen zee te diep, die Tristan krijgt kanker. Is me dat een donderslag bij heldere hemel. Totaal onverwacht ook, gezien - ik herhaal het - de titel van de reeks. Een jonge dokter in de volle bloei van zijn leven die van de neurochirurg naar wie hij nog meer opkijkt dan naar zichzelf, te horen krijgt dat hij een moeilijk te verwijderen tumor heeft ergens in zijn neus. Voor een ziekenhuisserie is dat natuurlijk niet slecht gevonden: de dokter die zelf patiënt wordt. Het is een bedenking die Tristan zich op het einde van de eerste aflevering ook maakt. Daar zit hij dan, aan de dooptafel van zijn petekind, een doop die hij heeft gemist omdat hij met zijn eigen carrière bezig was. Alles in zijn hoofd loopt als gesmolten roomijs door elkaar, maar één gedachte is helder: 'Wat als je als dokter zelf patiënt wordt?' Waarschijnlijk stond die eerste zin bovenaan in de pitch waarmee de makers naar de VRT stapten. Tegen de achtergrond van die existentiële overpeinzingen botsen zijn ouders ook nog eens op de rek van hun huwelijkse staat. Beter tien drama's in de lucht dan er één goed uitwerken, is een veelgemaakte denkfout bij scenarioschrijvers. Terwijl pa Devriendt (Dirk Van Dijck) zich profileert als de Donald Muylle van de tegels en in tegels praat, denkt, slaapt en ongetwijfeld ook vrijt, begint ma Devriendt (een weergaloze Els Dottermans) zich af te vragen of het dit nu wel is, haar leven, haar man, haar gezin. Pa Devriendt mag dan carrément content zijn, zijn vrouw broedt op een uitgestelde midlifecrisis. Maar je zult zien, tussen de dromen van moeder de vrouw en de vervulling daarvan komen de zorgen voor een zieke zoon te staan. Life is a bitch. Zelfs als je zo middenklasse bent als de familie Devriendt. Het was mij niet altijd duidelijk wat de centrale boodschap van Gevoel voor tumor precies is. Dat het vreselijk is om als jonge mens te horen dat je kanker hebt? Dat zelfs de gelukkigste mens vatbaar voor ongeluk is? Vertel dat laatste misschien eens aan mensen die kanker krijgen en amper geld hebben om een ziekteverzekering te betalen. Natuurlijk, een tv-reeks heeft haar beperkingen. Ze kan niet alle maatschappelijke thema's tegelijk behandelen. Maar ze kan wel het maatschappelijke onderwerp waar ze voor kiest zo clichévrij mogelijk benaderen. Want geef toe, bestaat er een groter en meer uitgelepeld cliché dan dat van de dokterassistent/vrouwenmagneet? Ook al studeren ondertussen meer vrouwen dan mannen voor dokter/arts/specialist, in Gevoel voor tumor zijn het nog steeds de vrouwtjes die zwijmelen voor de mannen in witte jassen. De makers noemen dat graag 'uit het leven gegrepen'. Welk leven, is daarbij een terechte vraag.